Straf moet echt vervelend zijn

Kinderen de klas uit sturen is nog steeds de meest voorkomende straf op middelbare scholen. Het werkt niet, maar scholen denken daar nauwelijks over na, stelt orthopedagoge Astrid Boon. Zij pleit voor strafregels.

Een jongen staat in de pauze wat met z’n klasgenoten te kletsen. Een van zijn leraressen is een ’kutwijf’, zegt hij. Maar uitgerekend die ene lerares staat vlak achter hem en hoort het hem zeggen. De jongen wordt gestraft met een schorsing van twee dagen.

Zomaar een voorval aan een middelbare school in Amsterdam. „Verschrikkelijk”, zegt orthopedagoge Astrid Boon, die een boek schreef over straffen. „Volledig buiten verhouding. Als het nou nog tijdens de les gebeurde Maar dit was buiten de les, en zo praten leerlingen nu eenmaal onder elkaar. Een schorsing is sowieso schadelijk én staat op gespannen voet met de wet – want zo’n leerling is toch leerplichtig. Waarom zegt zo’n lerares niet gewoon: ’Dat komt je op strafregels te staan. Had je maar beter moeten opletten of ik in de buurt was’?

Een ander voorbeeld. Eenleraar heeft de gewoonte om tijdens schriftelijke overhoringen de schriften van zijn leerlingen in te nemen om te controleren of ze hun werk wel netjes doen. Eén leerling is al voor de tweede keer z’n schrift vergeten. De leraar straft hem met een 1 voor die schriftelijke overhoring.

„Dat is schadelijk voor zijn schoolcarrière”, reageert Boon. „Die 1 is voor gedrag, niet voor hoe goed hij de stof kent. Als je cijfers wilt geven voor gedrag, moet je dat apart doen. Dát is fair play. Stel je voor dat deze jongen zo op een onvoldoende op z’n eindrapport komt te staan, en daardoor blijft zitten”

Er gaat veel mis met straffen op middelbare scholen, vindt Boon. Kinderen de klas uit sturen en – in zware gevallen – schorsen zijn nog steeds de meest voorkomende straffen. „Maar voor grote groepen kinderen zijn die straffen ondoeltreffend. Terwijl het zowel voor kinderen die de les verstoren als voor hun klasgenoten die daar last van hebben, ontzettend belangrijk is dat leraren straffen opleggen die helpen.”

Boon, verbonden aan vier Amsterdamse middelbare scholen, ziet het in de praktijk gebeuren. Leraren proberen de orde in hun klas te bewaren door te vragen om stilte. Ze wachten tot die stilte er is. Maar even later moeten ze weer om stilte vragen. En daarna nog eens en nóg eens. De gewone, rustige leerlingen hebben daar last van. „Voor uitleg blijven er meestal maar nul minuten over”, kreeg Boon eens van zo’n leerling te horen. Maar ook de raddraaiers begrijpen vaak niet wat er gebeurt: „Eerst deed de leraar een hele tijd niets, en toen werd ik er opeens uit gestuurd.”

In haar boek bepleit Boon een andere methode: strafregels. „Eruit sturen maakt geen indruk; een time-out betekent alleen maar dat leerlingen een tijdje op de gang staan, met hun iPod of zo. En een schorsing is vaak veel te zwaar. Je moet leerlingen treffen in wat hen raakt, door ze iets af te nemen waar ze echt aan hechten: hun vrije tijd. Dat kan door ze na schooltijd strafregels te laten schrijven. Straf moet echt vervelend zijn.”

Voor leraren zijn schrijfstraffen veel beter te hanteren dan het geijkte eruit sturen. „Leraren proberen altijd te voorkomen dat ze er iemand uit sturen. Zo’n leerling mist tenslotte een deel van de les. En je kunt er in de praktijk per les maar een paar uit sturen. Dus blíjven leraren maar waarschuwen – één keer, twee keer, vijf keer. Dat werkt niet. Voor een schrijfstraf waarschuw je één, hoogstens twee keer. Dan zeg je: ’Kom na de les maar langs voor een schrijfstraf’.”

Het effect van strafregels kan versterkt worden door de inhoud ervan te laten aansluiten op de overtreding. Laat een leerling schrijven: ’Ik mag niet kletsen onder de les, want zo verstoor ik de concentratie van mijzelf en mijn klasgenoten.” Laat daarop volgen hoe het wel moet: ’Voortaan luister ik naar de docent en verstoor ik niet langer de les.’ En dat vijftig keer. Boon: „Zo prent je de leerling in wat gewenst gedrag is.”

Het sluitstuk van Boons aanpak betreft de ouders. Want die moeten de strafregels ondertekenen voordat ze ingeleverd worden. „Ook dat versterkt de maatregel. Want leerlingen vinden het vaak heel vervelend dat hun ouders precies weten wat ze op school uithalen.”

„Nu horen ouders vaak niets van wat er op school gebeurt, of ze horen het maar van één kant – die van hun kinderen. Pas na een optelsom van overtredingen krijgen ze een brief of een telefoontje van de school met het verzoek in te grijpen. Maar wat kunnen ze doen? Door hen strafregels te laten ondertekenen, breng je ouders eerder op de hoogte. Je geeft ouders en kind de gelegenheid erover te praten, hun kind zíjn kant van het verhaal te laten vertellen, hem misschien wel te troosten.”

Voor de school, ten slotte, heeft de schrijfstraf het voordeel dat die goed te doseren is. Schorsen wordt dan bijna altijd overbodig. „Schorsingen worden meestal opgelegd door schoolleiders, vaak in een vlaag van emotie. Ze willen laten merken dat ze hun docent steunen én ermee uitdrukken hoe boos ze zijn. Maar dat kan ook door strafregels: leg iemand gewoon tien uur schrijfwerk op.”

Maar een eerste vereiste voor de methode van Boon is dat scholen gaan nadenken over hun eigen straffen. En dat gebeurt zelden. De meeste schooldirecties laten het aan afzonderlijke leraren over wat voor straffen er worden opgelegd en bemoeien zich daar liever niet mee. Dat komt de eenduidigheid van de straffen, en dus ook de effectiviteit ervan, uiteraard niet ten goede.

„Bovendien weigeren schoolleiders vaak erover na te denken, omdat ze ervan uitgaan dat straffen eigenlijk niet nodig moet zijn”, stelt Boon. „De onderliggende gedachte is vaak dat kinderen zelf hun verantwoordelijkheid wel nemen, dat ze uit zichzelf gemotiveerd zouden moeten zijn, dat er een dialoog moet ontstaan. Modieuze gedachten. Maar zo wérkt het bij pubers helaas niet.”

Het effect van strafregels kan versterkt worden door de inhoud te laten aansluiten op de overtreding. Laat daarop volgen hoe het wel moet. Laat raddraaiers ¿Voortaan luister ik naar de docent en verstoor ik niet langer de les¿ schrijven. ¿Zo prent je de leerling in wat gewenst gedrag is¿, meent orthopedagoge Astrid Boon. (FOTO CHRIS KEULEN) Beeld Trouw
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden