Straatverlichting

Vroeger was het donker. We kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen. Als de avond viel, werd het aardedonker. Soms was er een streep maanlicht, of een volle maan, maar dat hing af van de nachtelijke bewolking. Vaker heerste de volslagen duisternis. Onze voorouders liepen met een fakkel van gevlochten henneptouw, gedoopt in pek, of een metalen lantaarn met een kaars of een stuk hout dat zijdelings brandde. Veel licht gaf het niet, maar ze kenden hun eigen streek, ze waren vertrouwd met de weilanden, de greppels, voetsporen, een pad door het struikgewas, omgevallen bomen, moerassige poelen en vennen.

Hun dorp was de wereld; voorbij de laatste hoeve en de laatste akker begon de woestenij, waar de verschrikkingen van de nacht huishielden, waar nevelsluiers, moerasgassen en vuurvliegjes zich voordeden als de rusteloze zielen van de doden, waar een schaduw veranderde in een spook en de wilde gagel veranderde in een struikrover. Onze voorouders waren gelovig maar ook bijgelovig en vreselijk bang.

De duisternis heerste ook eeuwenlang in de steden. Londen werd de eerste stad met straatverlichting: in 1736 kwamen er 5.000 lampen die brandden op walvisolie, van zonsondergang tot zonsopgang. De stad was in de zeventiende eeuw gegroeid van 200.000 naar 700.000 inwoners. Deze onstuimige bevolkingsgroei leidde tot grote armoede, hoge werkloosheid en stijgende voedselprijzen. Gevaarlijk was de nacht door inbraak, roof en moord. De straatverlichting werd ingevoerd om de misdaad te bestrijden. De London Chronicle schreef in 1758: "Licht en de nachtwacht zijn de grootste vijanden van de schurken."

Begin negentiende eeuw waren de bungelende olielampen in Londen vervangen door 40.000 straatlantaarns, brandend op stadsgas, geproduceerd in een gasfabriek door destillatie van steenkool. Parijs en Berlijn volgden. Het miraculeuze 'kunstlicht' werd het symbool van vooruitgang.

In 1847 kreeg Amsterdam ook deze straatverlichting, verzorgd door de Londense maatschappij Imperial Continental Gas Association. De eerste gasfabriek kwam aan de Marnixstraat. Later bouwden de Engelsen nog twee gasfabrieken: de Oostergasfabriek en de Westergasfabriek (1885-1967). De laatste is nu een cultuurpark, de fabrieksgebouwen - gashouder, zuiveringshal en transformatorhuis - zijn veranderd in theaters, restaurants, creatieve werkplaatsen en studio's.

De steden ondergingen een metamorfose in de negentiende eeuw. De grenzen tussen dag en nacht vervaagden. 's Avonds kon je wandelen en flaneren, de winkels waren flonkerend verlicht, versterkt door de schittering van alle spiegels; in de woonhuizen straalden de kroonluchters. Maar de sloppen in de achterbuurten bleven nog in het duister gehuld. Eén stap in een zijsteeg en je was terug in de Middeleeuwen. Twee stappen buiten de poort en je was op het donkere platteland.

Toen Thomas Edison in 1879 de uitvinding van de gloeilamp verbeterde en op oudejaarsavond een park feestelijk verlichtte met tientallen gloeilampen, was het tijdperk van de duisternis voorbij. Twaalf jaar later bouwde Philips zijn eerste gloeilampenfabriek in Eindhoven.

En nu is er een betoverend fietspad van de ontwerper Daan Roosegaarde in Eindhoven: geasfalteerd en vervolgens bestrooid met duizenden glinsterende steentjes die met het pigment Strontium aluminaat zijn bewerkt. Glow in the dark, als de sterren aan het plafond van een kinderkamer: overdag opladen en 's avonds oplichten. Het patroon van de steentjes is geïnspireerd op het schilderij 'De sterrennacht' van Van Gogh.

Roger Ekirch: Nacht en ontij. Een geschiedenis van het duister(2006); Remieg Aerts en Piet de Rooy: Geschiedenis van Amsterdam, deel III, 1813-1900 (2006)

Van het moderne leven konden onze grootouders alleen maar dromen. Deze rubriek belicht de slimme vindingen die ons leven hebben verrijkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden