Straattheater

Amsterdam heeft zijn Uitmarkt, Utrecht zijn Uitfeest.

Utrecht had voor deze gelegenheid opnieuw zijn oude binnenstad voor auto’s gesloten en die maatregel deed de stad weer zichtbaar goed, het was bijna schokkend om vast te moeten stellen hoeveel ontspannener een mens zich dan kan bewegen en hoeveel een middeleeuwse stad aan schoonheid wint. Sluit zo’n stad vaker af voor gemotoriseerd verkeer, zou je willen roepen. Balsem voor de ziel is het – een wandelgebied van grachten en pleinen.

Maar stil was het natuurlijk niet, want de auto mocht dan gebannen zijn, er was wel dat Uitfeest, dat voor het nieuwe cultuurseizoen zoveel mogelijk mensen moest lokken met zang, dans en toneel. Dat kan nog redelijk stil zijn, zoals bij de voordracht van een dichter op de Neude, of zelfs bij de sambadanslessen bij de Mariaplaats. Luidruchtiger evenwel was het op het Dom-plein, met een poppodium waarop volgens het programmaboekje een Marokkaanse funkband je ’all the way naar het Rifgebergte’ bracht. Juist daar waaide plotseling de geur van wierook over het plein en leek zich een nieuwe theatergroep aan te kondigen. Het was niet de geparfumeerde wierook van derde wereldwinkels en Indiase gezelligheid, maar de wierook die we uit kerken kennen, serieuze wierook, geurend naar heiligheid en plechtige hoogmissen.

Tussen het publiek van het Uitfeest door baande zich een stoet een weg, precies zoals in een processie. Voorop gingen mannen in witte superplies en rode togen, een hoog crucifix dragend en zwaaiend met wierookvaten, gevolgd door een man in wit tuniek die een boek boven zijn hoofd hield. Nog steeds verwachtte ik een cabareteske wending, maar mijn vrouw merkte op dat de koppen wel heel erg katholiek waren en toen herkende ik ineens, te midden van het gezelschap, de aartsbisschop van Utrecht, Wim Eijk, eveneens in liturgisch gewaad. Achter hem werd door vier in toog gehulde mannen een schrijn gedragen, met daarin de relieken en botresten van de heilige Willibrord. Van het Rifgebergte waren we ineens in het zevende eeuwse Utrecht beland, bij de grondlegger van de kerk in Nederland.

Ik liep tussen het wijkende Uitfeestpubliek een stukje mee met een oudere dame die net als de andere processiedeelnemers een zonnebloem met zich mee droeg. „Geloven mag gezien worden”, zei ze met heel het zelfbewustzijn dat bij zo’n zin past. Het bleek het motto te zijn dat de kerk de processie had meegegeven, een processie die zes jaar geleden, na opheffing van het processieverbod, voor het eerst sinds 1673 was gehouden.

Geloven mag gezien worden. Met het oog op dat processieverbod dat kennelijk tot recent van kracht was, is dat een begrijpelijk motto. Dat processieverbod noopte Amsterdamse katholieken van hun Mirakelprocessie een Stille Omgang te maken. In Utrecht verdwijnt de processie nu bijkans in het Uitfeestevenement, als een mooi gecaste en wat lacherig bekeken straattheatervoorstelling. Ik zag ’m voorbijtrekken, muzikaal begeleid, all the way naar het Rifgebergte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden