Straatschoffie met mooie wimpers

Tony Curtis. (Trouw)

Met hem stierf een van de laatste sterren van het oude Hollywood. Een leven met ruim honderd films en zes echtgenoten.

Curtis was de mooie jongen met de donkere kuif en staalblauwe ogen die 85 jaar werd, en lang genoeg leefde om zes keer te trouwen, zes kinderen te krijgen en twee autobiografieën te schrijven. Daarin vertelde hij onder meer over zijn grote idool: Cary Grant. „Van hem heb ik alles geleerd”, zei Curtis. „Door zijn films wist ik hoe ik me moest kleden. Hoe ik een sigaret moest opsteken. Hoe ik een dame in haar jas moest helpen. En hoe ik haar moest zoenen.”

Toen Curtis zelf eenmaal succes had in Hollywood en het mogelijk werd om ook rollen te kiezen, liet hij zich de mogelijkheid niet ontgaan om in een film tegenover zijn held te spelen. ’Operation Petticoat’ (1959) was een lichtvoetige oorlogskomedie gesitueerd in een oude duikboot, met Grant als kapitein en Curtis als zijn gedienstige luitenant.

Tony Curtis werd op 3 juni 1925 als Bernard Schwartz geboren, in de Bronx in New York. Zijn ouders, Emanuel en Helen Schwartz, waren joodse immigranten uit Hongarije. Vader was kleermaker. Het gezin woonde achter het winkeltje. Vader en moeder sliepen in de ene kamer; de drie zonen in de andere kamer.

Curtis’ arme jeugd heeft Dickensiaanse trekjes. Zijn ouders sleepten zich door de crisisjaren, maar moesten twee van hun zonen, Bernard en zijn jongere broer Julius, toch een paar weken onderbrengen in een weeshuis in New York. Bernard en Julius werden onafscheidelijk, tot kleine Julius onder een vrachtwagen liep en stierf.

Bernard zwierf veel op straat, maakte zijn middelbare school niet af en meldde zich op zijn achttiende bij de marine, waar hij zijn dienstplicht vervulde op een duikboot die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog koers zette naar Japan. „Het was het grootste avontuur van mijn jonge leven”, zou Curtis er later over zeggen.

Tot zijn grote geluk kon hij met het papiertje van de marine bij thuiskomst gratis een opleiding volgen. Het werd een acteerworkshop. En zo belandde het straatschoffie met de mooie lange wimpers via de marine op het toneel in New York en in de film in Hollywood. Zijn typische Bronx-accent liet hij rustig klinken in een film als ’The Vikings’ (1958). Aan geloofwaardigheid werd niet altijd even zwaar getild in het Amerikaanse studiosysteem.

Het eerste filmpje waarin Curtis na aankomst in Hollywood belandde was exemplarisch voor zijn carrière als komediespeler. ’How to smuggle a hernia across the border’ (1949) was een korte komische film van Jerry Lewis, waarin Curtis samen optrad met Janet Leigh, met wie hij in 1951 trouwde, en met wie hij twee dochters kreeg. Jamie Lee Curtis trad als enige in de voetsporen van haar beroemde ouders. Ze beleefde haar doorbraak in 1978, als babysitter in de griezelklassieker ’Halloween’.

Tony Curtis ontpopte zich in zijn volwassen leven meer en meer als een Californische Casanova. Hij scheidde van Janet Leigh vanwege een affaire met een 17-jarige tegenspeelster. Curtis trouwde in 1963 met deze Christine Kaufmann en kreeg ook met haar twee dochters. Zijn derde vrouw was een 23-jarig model, Leslie Allen, met wie hij twee zonen kreeg, van wie de oudste op 23-jarige leeftijd overleed aan een overdosis heroïne. Vader was zelf een tijd verslaafd aan cocaïne. Met de zesde en laatste mevrouw Curtis, Jill Vandenburg, ontfermde hij zich tot aan zijn dood over zo’n tweehonderd verwaarloosde paarden op zijn ranch even buiten Las Vegas.

Curtis zal vooral worden herinnerd door zijn optreden in travestie in ’Some Like It Hot’, een van de hoogtepunten in het oeuvre van regisseur Billy Wilder. Tony Curtis en Jack Lemmon zijn in de heerlijke komedie twee muzikanten die per ongeluk getuige zijn van het bloedbad in Chicago op Valentijnsdag 1929. Ze slaan per trein op de vlucht naar Florida, verkleed als dames in een damesorkest. Marilyn Monroe is het platinablonde zangeresje Sugar Kane voor wie de heren in kokerrok als een blok vallen. Monroe zingt op haar verleidelijkst: ’I wanna be loved by you’.

In zijn tweede autobiografie (‘American Prince: A Memoir’, 2008) onthulde Curtis een affaire met Monroe, waaruit eind jaren veertig, begin jaren vijftig een zwangerschap zou zijn voort gekomen en uiteindelijk een miskraam. Samen met Monroe werd hij vereeuwigd op de cover van het Beatles-album ’Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’ (1967).

In de jaren vijftig en zestig was Tony Curtis ongekend populair. Frank Sinatra en Elvis Presley behoorden tot zijn bewonderaars. Elvis kopieerde zelfs zijn zwarte kuif. Met Kirk Douglas als tegenspeler speelde hij in de spektakelfilm ’Spartacus’ (1960) van Stanley Kubrick en de circusfilm ’Trapeze’ (1956). Zijn enige Oscarnominatie ontving hij samen met Sidney Poitier voor ’The Defiant Ones’ (1958), een meeslepend drama over een blanke en een zwarte gevangene die aan elkaar vast geklonken zijn, en samen ontsnappen. Zijn laatste film ’David & Fatima’ (2008) ging over de romance tussen een Israëlische jood en een Palestijnse moslim.

Curtis acteerde tot op hoge leeftijd in ruim honderd films. Het was zijn grote liefde. De laatste periode van zijn leven schilderde hij in de stijl van Matisse. Bloemen. Katten. Een enkel naakt. Toen hem werd gevraagd welke tekst hij op zijn grafsteen wilde, antwoordde hij: ’Nobody’s perfect’. Het zijn de laatste woorden van ’Some Like It Hot’.

Bernard Schwartz werd op 3 juni 1925 geboren in New York. Hij stierf in Henderson, Nevada op 29 september 2010.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden