Straatrumoer uit de pruikentijd

(\N) Beeld
(\N)

De Nederlandse achttiende eeuw staat bekend als een ingedutte periode. Maar op straat viel er van alles te beleven, blijkt uit twee boeken.

Op 15 augustus 1742 werd er een mannenhoofd opgevist uit de Buitenamstel. Op 16 augustus vond men even verderop ook een deel van een mensenborst in het water. De lichaamsdelen werden het gesprek van de dag in Amsterdam.

De vermoorde man bleek ene ’Hellendaal’ te zijn. Nog weer twee dagen later werd er een Zweedse kapitein opgepakt, een taaie oude kerel van 86. Hij bekende al snel dat hij de dader was. Met een beitel had hij Hellendaal de kop ingeslagen, en hem vervolgens in stukken gehakt. Hij werd op 22 september geradbraakt, waarna de beul zijn kop werd afhakte en op een staak zette. Het was een onverschrokken mens, noteert Jacob Bicker Raije, die zelf op het kruis ging liggen en zijn beulen behulpzaam was, alsof het hem allemaal niet deerde.

Jacob Bicker Raije behoorde in het achttiende-eeuwse Amsterdam tot de gegoede klasse. Het was de ’Pruikentijd’, toen de Nederlandse burgerij het elan van de Gouden Eeuw aan het verliezen was, en teerde op het opgebouwde kapitaal, zonder zelf nog heel productief te zijn. Ook Bicker Raije had een lucratief baantje als afslager op de vismarkt waar hij zelf nooit hoefde te verschijnen (een sinecure, heette dat). Hij zou al heel lang vergeten zijn, als hij niet gedurende veertig jaar lang een kroniek had bijgehouden van al het nieuws van de straat dat in Amsterdam de ronde deed.

Het zijn geen geleerde beschouwingen, of diepe zieleroerselen. Bicker Raije schrijft de geruchten en gesprekken op die hij in de stad hoorde rondzingen. De opstand van de Doelisten krijgt dezelfde aandacht als een ordinaire steekpartij, of het overspel van een prominente stadsbewoner.

Machiel Bosman verzorgde een uitgave van een selectie uit de kroniek. Verslavend leesvoer, met dank aan Bosman, wiens hertaling vlot leest, zonder al te hedendaags aan te doen. Hij beperkt zich ook tot een minimum aan commentaar, zodat je helemaal ondergedompeld raakt in het achttiende-eeuwse Amsterdam.

Ook Eric Palmen laat zich inspireren door wat zich in die eeuw op straat afspeelde. Maar hij doet juist erg zijn best om dat straatrumoer politiek en historisch te duiden. Zijn boek gaat over Kaat Mossel, een volkse vrouw die een hoofdrol speelde in het orangistische oproer dat Rotterdam in 1783 en 1784 in zijn greep hield.

Kaat Mossel is het startpunt voor een nader onderzoek naar die rellen, naar de strijd tussen patriotten en orangisten, en naar de wijze waarop de ideeën van de Verlichting het volk bereikten. Dat klinkt op het eerste gehoor als een boek in de school van de ’historische non-fictie’, die de afgelopen jaren door schrijvers als Frank Westerman groot is gemaakt. Maar daar schrijft Palmen toch net iets te academisch voor.

Zijn analyse is op sommige punten wel interessant. Was het oproer bijvoorbeeld wel een oproer? De relletjes pasten deels in feestrituelen die al eeuwenoud waren. Maar in die gespannen periode kregen zulke soms gewelddadige feesttradities een politieke lading: het ’oranjegemeen’, vermoedden veel patriotten, was vast omgekocht door de stadhouder om de boel eens flink op te stoken. Zo escaleerde het conflict.

Maar als Palmen aan de hand van deze confrontatie ook nog algemenere conclusies wil trekken over de verhouding tussen volk en verlichting, dan ontspoort de boel toch een beetje. Hij lijkt de Verlichting soms gelijk te stellen aan het beschavingsoffensief dat in die dagen ingezet werd, en dat is wat kort door de bocht. Ook blijft zijn conceptualisering van het altijd glibberige begrip ’volk’ een beetje in de lucht zweven.

Het was misschien ook wat veel hooi op de vork, in een goede tweehonderd pagina’s. Maar in die pagina’s wordt de lezer wel meegevoerd langs een hoop kleurrijke figuren, opruiende spotdichten, en andere lezenswaardige zijpaden.

De kwebbelzieke Kaat Mossel (met open mond), zoals patriotten haar graag afbeeldden. (FOTO UIT BESPROKEN BOEK, COLL. GEMEENTEARCHIEF ROTTERDAM) Beeld
De kwebbelzieke Kaat Mossel (met open mond), zoals patriotten haar graag afbeeldden. (FOTO UIT BESPROKEN BOEK, COLL. GEMEENTEARCHIEF ROTTERDAM)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden