Straatpastoraat / Het evangelie leer je begrijpen op straat

Getroffen door enkele treurige sterfgevallen onder dak- en thuislozen richtten Fons Meijers en Jan Eijkman het Nijmeegs straatpastoraat op. ,,Medemenselijkheid en trouw, daarop komt het aan op straat.''

Het straatpastoraat van Nijmegen is letterlijk op straat geboren, vertelt pastor Meijers in Arcuris, de grootste opvang voor dak- en thuislozen van Nijmegen. Hier verdient Meijers de kost als geestelijk verzorger. In zijn vrije tijd zoekt hij de mensen op de straat en in de andere opvangvoorzieningen van de stad op, en ontmoet hij ze in de 'straatkerk'.

,,Op een dag in 1997 kwam ik op straat pastor Jan Eijkman tegen, de oprichter van Het Kasteel - een dagopvang voor dak- en thuislozen. Ik vertelde hem dat er kort tevoren een paar verslaafde jongens naar mij waren toegekomen. Ze waren totaal ontdaan, omdat ze van de familie van een overleden maat het crematorium niet in mochten om afscheid te nemen. Of ik niet samen met ze kon bidden. Eijkman op zijn beurt had net een treurig sterfgeval meegemaakt: er was een dakloze gestorven en in alle anonimiteit door de gemeente begraven, voordat iemand er erg in had.''

Beide priesters, geraakt door de triestheid van deze voorvallen, besloten de handen ineen te slaan en samen met mensen van de straat een vorm van straatpastoraat op te zetten. Een initiatief dat een jaar later leidde tot de oprichting van 'Het Kruispunt Nijmegen'. Pastores en vrijwilligers vormden een pastoraatgroep voor het straatpastoraat, dat zich uitstrekt van de straat, inloopcentra, hang- en slaapplekken tot ziekenhuis, gevangenis en afkickcentrum. En samen met de dak- en thuislozen zetten zij de Nijmeegse straatkerk op - een vrijplaats met vieringen op zondagmiddag waar de mensen van de straat zich op hun gemak kunnen voelen.

,,Aanvankelijk waren we met onze straatkerk zelf ook dakloos, maar al gauw kregen we gastvrij onderdak in de lutherse kerk. Sinds Pinksteren 2003 hebben we onze eigen kerkruimte, in de oude Titus Brandsmakapel. Elke zondagmiddag houden we daar straatkerk, soms met twee of drie man, soms met wel dertig. Hoeveel er komen is net zo onvoorspelbaar als het weer.''

Een kleine rondgang door Arcuris geeft een aardige indruk van de aard en omvang van het dak- en thuislozenprobleem in Nijmegen, want het enige verschil tussen de 169 mensen die in de stad op straat leven en de Arcuris-bewoners is dat deze laatsten het buiten niet langer konden of wilden volhouden. Voor de zekerheid van een veilig onderdak betalen ze echter wel een prijs. Ze moeten hun geld afstaan - krijgen alleen zakgeld - en mogen absoluut geen drugs gebruiken, laat staan dealen. Ook stelen en geweld zijn uit den boze in Arcuris.

,,Er wonen hier 160 mensen permanent,'' vertelt Meijers, ,,verspreid over verschillende afdelingen. Op de verblijfsafdeling wonen zestig tot zeventig daklozen en verslaafden tussen de 18 en 65. Maar ook psychiatrische patiënten en zwakbegaafden vinden hier onderdak. Een andere oplossing voor deze mensen is vaak moeilijk te vinden.''

Arcuris telt twee pensions voor licht psychiatrische patiënten die zich met enige begeleiding kunnen handhaven, een afdeling zorg voor vooral ouderen die hulp nodig hebben met aankleden, wassen et cetera, een verpleegafdeling, een passantenverblijf voor nachtopvang en appartementen voor beschermd en begeleid wonen. ,,De mensen in het begeleid-wonenproject zijn onze 'elitetroepen' die zich voorbereiden op hun terugkeer in de samenleving.''

,,Tien jaar geleden,'' herinnert Meijers zich, ,,trof je onder de dak- en thuislozen nog wel van die Swiebertje-figuren aan: kleurrijke globetrotters, zeelui, drankorgels. De meeste hadden een arbeidsverleden en ze waren gemiddeld wat ouder dan tegenwoordig. De laatste jaren zijn vooral psychiatrische en drugsgerelateerde problemen oververtegenwoordigd onder de mensen van de straat. Patiënten die vele malen beter af zouden zijn in een beschermde inrichting in de bossen, worden tegenwoordig losgelaten in de stad waar zij, alleen in een huisje, onder het mom van zelfstandigheidbevordering aan hun lot worden overgelaten. Als zij dan hun pilletje niet innemen, gaat het mis. Wij zijn eigenlijk hun laatste filter voor de goot. Alles wat in de psychiatrie wordt afgeschoten als onbehandelbaar, krijgen wij hier.''

Meijers noemt Arcuris een 'fase' in het leven van een dakloze. ,,Hier stabiliseert de situatie, wordt voorkomen dat mensen nog verder afglijden. Ze kunnen tot rust komen, schulden en bekeuringen worden betaald, er wordt naar hun problemen gekeken en zo nodig wordt het riagg ingeschakeld.''

,,Mijn rol in Arcuris? Luisteren, ouwebetten over van alles en nog wat, zodat ze me leren kennen - de meesten zijn heel wantrouwig ten opzichte van de kerk. Dan kunnen ze me vinden wanneer het telt.'' Evangeliseren is er niet bij. ,,Pas zei een oude man tegen mij: 'Ik ga dood. Vertel mij eens Fons, waar die kutgod van jou de afgelopen twintig jaar is geweest'. Dat dwingt je alle vrome prietpraat aan de kant te zetten. Samen gaan we dan zoeken of er nog hoop is. In de straatkerk volgen we dezelfde aanpak. Ik hoef mij op mijn 63-ste ook niet meer te bewijzen, ik kan eenvoudig beschikbaar zijn. Waar het op aankomt, hier in Arcuris en op straat, is welwillendheid, medemenselijkheid en daarin trouw zijn. Trouw en barmhartigheid: dat is ook het verbond van God met ons. Anders zouden wij het in dit werk niet redden. Zo'n levenshouding komt je overigens niet aanwaaien, daarvoor is veel meditatie en contemplatie nodig, elke dag opnieuw.''

Het is lunchtijd in Arcuris. Oud en jong loopt, schuifelt of rolt naar de verschillende eetzalen. Niet teveel kijken en niet naar binnen gaan, maant Meijers, want deze mensen schamen zich, kampen met schuldgevoel en met een negatief zelfbeeld. ülle dak- en thuislozen lijden volgens hem aan zinverlies, of ze nu in Arcuris wonen of op straat leven. Geen van hen dacht ooit daar terecht te komen.

We gaan naar de binnenstad, naar het Nunn - Nachtopvang uit noodzaak Nijmegen - waar Chris ons verwelkomt en ook Jan Eijkman is aangeschoven. Sinds Chris - 55 jaar, vrijwel tandeloos, lang grijs haar onder de pet uit en zachtbruine hertenogen achter een rond brilletje - hoofdbeheerder is van het Nunn, bewoont hij de bovenetage van het pand en is hij 'voor het eerst gelukkig'. ,,Ik leef nu zoals ik altijd heb willen leven.'' Enthousiast vertelt hij hoe het Nunn, een nachtopvang die volledig uitgaat van de eigen wensen van de daklozen, er is gekomen. ,,Zonder Jan en Fons hadden we het nooit voor elkaar gekregen. Zij hadden de moed om samen met ons in 1996 een leegstaande kerk te kraken. Omdat het een kerk was, durfde de gemeente niet echt iets te doen. Uiteindelijk moest ze wel over de brug komen met een oplossing. In januari 1997 kregen we dit pand toegewezen.''

Het Nunn biedt 23 slaapplaatsen voor mannen. Iedereen is welkom: drugsgebruikers, alcoholisten, verslaafden aan medicijnen, psychiatrische patiënten. Om vijf uur 's avonds komen ze als gast binnen. Ze krijgen warm eten, een bed, kunnen zich wassen, krijgen ontbijt en dan om 10 uur 's morgens weer de straat op. Een menselijke behandeling, die de daklozen op straat vaak moeten ontberen, daar draait het om in het Nunn. Bij leven en bij dood, want, vertelt Chris, ,,wij geven de mensen een waardige uitvaart, zodat niemand als een stuk vuil wordt weggestopt.''

Gasten die zich nuttig willen maken, met boodschappen, koken, schoonmaken, kunnen voor drie dagen per week vrijwilliger worden en mogen dan de hele week 'binnen' blijven. Bevallen ze goed, dan lonkt de status van beheerder en een eigen kamer in een van de vier beheerderwoningen in de stad. ,,Natuurlijk gaat het lang niet altijd goed,'' geeft Chris toe. ,,Soms vallen ze ook weer terug van beheerder naar gast.''

Er schuiven nog wat daklozen aan in het gesprek. Ze klagen over het opjaagbeleid van de gemeente. Voor de meesten is de straatkerk op zondagmiddag een 'happening', iets om naar uit te kijken. ,,Dat is een plek van ons, daar gaan we graag naartoe en voelen we ons thuis.''

Als een mens aangesproken worden en niet als een stuk oud vuil, een simpele groet, misschien een praatje. Dat is al genoeg, weten Eijkman en Meijers, om de daklozen het gevoel te geven dat zij ook mensen zijn en ze een klein beetje van hun verloren waardigheid terug te geven. ,,Het evangelie leer je echt begrijpen op straat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden