Straatliefdegras aan de Amsterdamse tippelzone

AMSTERDAM - Op de Amsterdamse Wallen groeien en bloeien zo'n 120 verschillende soorten planten. En wie er oog voor heeft, kan op de tippelzone aan de Theemsweg straatliefdegras aantreffen.

De inventarisatie van de wilde planten in de Amsteramse rosse buurt vergde wel wat meer tijd dan elders in de stad, vertelt Ton Denters: “De mensen, zowel op straat als achter het raam, zijn zeer nieuwsgierig naar wat je aan het doen bent en vragen van alles en nog wat. Over het algemeen waren de reacties erg leuk.”

Ton Denters is ruim tien jaar coördinator van het district Groot-Amsterdam van Floron, de organisatie die vanuit het Rijksherbarium in Leiden de wilde flora van Nederland in kaart brengt. Daartoe is Nederland in 24 districten verdeeld, waarin honderden vrijwilligers denkbeeldige hokken van een kilometer in het vierkant afzoeken naar wilde planten. De gegevens worden in Leiden verwerkt, onder meer om veranderingen (die het gevolg kunnen zijn van bijvoorbeeld overbemesting, verzuring of verdroging) op te sporen.

De gegevens die sinds 1987 in het district Groot-Amsterdam zijn verzameld, zijn bijeengebracht in de 'Flora-atlas van de regio Amsterdam', waarvan vandaag het eerste exemplaar aan de gemeente wordt aangeboden. De regio Amsterdam is zeer gevarieerd en omvat naast het stedelijk gebied ook delen van Waterland, de Zaanstreek, de Vechtstreek en de Haarlemmermeer. De regio telt meerdere grote natuurterreinen, waaronder het Naardermeer.

Verscheidenheid

De verscheidenheid aan soorten in en rond de hoofdstad is verrassend groot, zegt Denters: “In de atlas zijn 1032 soorten opgenomen, dat is maar liefst driekwart van de Nederlandse flora. Er zijn 150 landelijk bedreigde soorten aangetroffen. Die planten van de rode lijst groeien niet alleen in natuurterreinen, maar ook op opgespoten terreinen, spoordijken en grachtmuren.”

Eerder al, in de jaren zeventig, heeft het Rijksherbarium een atlas met verspreidingskaarten van de wilde planten in Nederland uitgegeven en vier jaar terug verscheen een boekje over wilde planten in en rond Amsterdam. De nu verschenen atlas gaat echter verder dan die eerdere publicaties, zegt Ton Denters. “De landelijke atlas is veel grofschaliger omdat er werd gewerkt in hokken van vijf bij vijf kilometer. De districtsatlassen - Amsterdam is de tweede na de vorig jaar verschenen atlas van Zuid-Limburg - zijn een factor 25 verfijnder en daardoor meer relevant voor het plaatselijk beleid. Bovendien hebben wij ook voor zeldzame soorten en indicatorsoorten de kwantiteit aangegeven: hoeveel exemplaren van een soort komen er in een hok voor; dat is voor de landelijke atlas niet gedaan. Het boek over wilde planten in de stad bevatte een selectie van 115 soorten en was vooral bedoeld om het publiek te laten zien wat voor leuks er in de stad groeit. De atlas is veel meer een naslagwerk.”

Denters noemt de verscheidenheid aan soorten in de stad opmerkelijk. Denters: “In stad Amsterdam komen ongeveer 800 soorten wilde planten voor, waaronder tachtig van de rode lijst. Het betreft onder meer beschermde muurplanten, zoals zwartsteel en steenbreekvaren, de stinkende ballote op spoordijken en de ijzerhard op steenglooiingen. Karakteristiek voor het stedelijk milieu zijn warmteminnende soorten, zoals kransmuur en muurfijnstraal. De stad is altijd iets warmer dan het platteland: de steenmassa absobeert de warmte en geeft deze maar langzaam weer af. Er groeien zelfs vijgenbomen - tegen muren op het zuiden en op warme plekken, waar ze bijvoorbeeld met hun wortels over het riool groeien.”

Multicultureel

De flora van de stad is net zo multicultureel als haar bewoners: je treft er planten aan van over de hele wereld. Denters: “Planten worden al eeuwen van buiten als zaden aangevoerd. Slechts een klein percentage houdt hier stand. De laatste tijden lijkt een aantal soorten van Zuid-Europese origine vaste voet te krijgen. Die kunnen zijn aangevoerd door mensen die na hun vakantie bijvoorbeeld op straat hun tent uitschudden. Naast de stedelijke warmte speelt wellicht ook het feit dat het klimaat verandert een rol. Er zijn soorten waarvan het verspreidingsgebied langzaam naar het noorden uitbreidt. De stad is, als warmte-eiland, een soort voorportaal.”

Denters hoopt dat de gegevens uit de atlas hun weerslag vinden in het beleid: “Er wordt niet of nauwelijks rekening gehouden met de biodiversiteit in de stad, hoewel er vele mogelijkheden zijn dat wél te doen. Neem Ruigoord, dat als haventerrein wordt ingericht. Ik wil niet op basis van de planten de haven ter discussie stellen, maar je kunt wel vooraf bekijken wat je van het bestaande kunt inpassen. Er komen in het terrein brede bermen, overhoeken, bufferzones rond bedrijven - daar kun je gebruik maken van de bestaande waarden.”

“Het oostelijk havengebied wordt ontwikkeld tot een stedelijk gebied. Daarbij wordt rekening gehouden met het industrieel erfgoed, maar niet met de flora, die ook onderdeel is van de geschiedenis van het terrein en sterk is bepaald door de overslag die daar heeft plaatsgevonden. Er worden groenvoorzieningen aangelegd zonder met dit soort gegevens rekening te houden.”

“Door de verdichting van de stad, hetgeen overigens een goede ontwikkeling is, gaan veel 'vergeten' terreintjes verloren. Waarom wordt niet gekeken hoe de bestaande flora kan worden gecompenseerd en ingepast? Plannenmakers zijn bang dat malloten hun in de weg lopen, maar je kunt rekening houden met wat er is zonder dat dat je plannen dwarsboomt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden