Stotijn zoekt zijn eigen geluid

Bassist Rick Stotijn krijgt de Nederlandse Muziek-prijs. Hij laat zijn grote instrument zingen en beklemtoont de groove.

INTERVIEW | FREDERIKE BERNTSEN

'Waar ben ik eigenlijk? Berlijn, Stockholm, Amsterdam?" Contrabassist Rick Stotijn (1982) beleeft een hectische tijd, weet bij het wakker worden soms nauwelijks waar hij is en snakt naar rust en diepgang. Vrijdag neemt hij de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst, de hoogste onderscheiding die het ministerie van OCW uitreikt op het gebied van de klassieke muziek. Stotijn is de tweede bassist in de geschiedenis van de prijs, hij volgde een studietraject van drie jaar en werd gecoacht door fagottist en componist Kees Olthuis.

Stotijn reist tussen Amsterdam, Stockholm en Berlijn. Na tien jaar Amsterdam Sinfonietta is dit zijn laatste seizoen bij de strijkersgroep. Nu is het nog kiezen tussen het Zweeds Radio Symfonieorkest en het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin, waar hij twee halve banen heeft. Verdieping is het toverwoord.

"Tijdens het traject voor de Muziekprijs ben ik geschrokken van mijn eigen gemakzucht", zegt Stotijn. "Ik ben extreem: aan de ene kant kan ik als een bezetene studeren, aan de andere kant ben ik een enorme uitsteller, zo van: dat komt straks wel. Op het podium heeft dat er wel eens toe geleid dat ik niet alles heb kunnen geven wat ik in me heb. Dan werd een concert goed ontvangen, maar wist ik: ik kan beter. De mensen die me echt kennen, zoals mijn manager Marianne Brinks en Kees Olthuis, hebben me de afgelopen jaren een spiegel voorgehouden, op verdieping aangestuurd. Door deze prijs en mijn veranderende situatie, maar vooral ook door hen, kom ik binnenkort in rustiger vaarwater.

"Laatst hoorde ik een opname terug van toen ik dertien was; die klonk vrij, onbezorgd, en zonder al te veel invloeden van buitenaf. Dat is absoluut wat ik terug wil brengen in mijn spel, en waar ik tijdens dit leertraject ook mee bezig ben geweest. Puurheid, echt luisteren naar wat voor klank je wilt maken. Daar moet je veel tijd voor nemen. De basis is dat je ín de klank gaat zitten. In mijn conservatoriumtijd zat ik er te veel óp, ik imiteerde mijn leraren. Dat heb ik nu losgelaten, op zoek naar mijn eigen geluid. En ik verlang blijkbaar terug naar het geluid dat ik had, op een ander niveau, toen ik dertien was. Eerlijk en onschuldig."

Op het conservatorium kreeg Stotijn les van zijn vader, Peter Stotijn. Hoe is dat, je vader als leraar?

"Ik heb van niemand zoveel geleerd als van hem. En toch denk ik dat het niet goed is dat een ouder zijn kind lesgeeft, dat is te dichtbij. Op de momenten dat ik mijn vader nodig had, was hij m'n docent, en andersom. Ik koos ervoor na Amsterdam in Freiburg te gaan studeren, en dat is een goed besluit geweest. Het was tijd om me los te maken, als kind en als student. Ik heb ongelofelijk veel aan mijn vader te danken. Door hem ben ik als tiener niet gestopt met bas spelen, hij stimuleerde me om door te gaan, met het idee dat ik later altijd nog kon kiezen of ik prof zou worden of niet. Stel je voor dat hij dat niet had gedaan..."

De plannen die Stotijn uitwerkte tijdens het traject van de Nederlandse Muziekprijs: nieuw basrepertoire genereren, het perfectioneren van zijn streektechniek en veel lessen volgen. Hij ging op verkenningstocht en praatte in New York met verscheidene componisten, deed aan yoga, bivakkeerde een maand in Wenen en nam daar les van de aanvoerder contrabassen in de Wiener Philharmoniker: Alois Posch. De coach van de Nederlandse olympische sporters leerde hem studieschema's maken.

Nieuw repertoire, goed idee, want zoveel klassieke muziek is er buiten het orkest niet voor de bas. Het instrument is groot, onhandig, tikje ontoegankelijk, moeilijk om op de kaart te zetten.

"Valt mee. Het is tegenwoordig voor violisten en pianisten veel lastiger om je te onderscheiden als musicus van niveau. Want de lat ligt hoog, probeer maar eens in de buurt van Janine Jansen te komen. Wat de bas betreft, wij komen net kijken als je het over solistische activiteiten hebt. Er is veel repertoire dat niet vaak wordt gespeeld. De reacties zijn juist: goh, nooit gedacht dat dit allemaal mogelijk was op bas. Het is niet makkelijk om er solo op te spelen, maar je kunt waanzinnige combinaties maken met andere instrumenten, ook in kamermuziekverband."

De Stichting Kamermuziek Amsterdam gaf Stotijn carte blanche; vrijdag speelt hij het tweede van drie concerten in zijn serie, in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Samen met bevriende musici, want een hele avond bas kan hem niet boeien. De oren moeten gespitst blijven, en uitgedaagd worden met gemengd repertoire; oud en nieuw, bekend en verrassend. Met zijn zus, de gevierde mezzosopraan Christianne Stotijn, staat een recitaltournee gepland, onder andere naar de Verenigde Staten.

"Mijn zus is een van mijn allerbeste vriendinnen. Ik denk dat ik ook voor haar kan spreken als ik zeg dat we niet alleen muzikaal uitkijken naar die tournee, maar ook naar het hele proces samen. Een van de gaafste projecten die ik heb gedaan, was toen Christianne Mahlers 'Das Lied von der Erde' zong met het London Symphony Orchestra en ik in het orkest speelde. Samen het podium delen is fantastisch, want je kent elkaar zó goed."

Hoe zingt Rick Stotijn op zijn instrument? Kan dat wel op een bas?

"Ja! Met die enorme kast heb je veel resonans. De bas kan door zijn grote register als een riante bariton klinken, maar ook als een countertenor. Als bassist kun je verleiden met het kleurverschil. Als je pizzicato speelt, kun je de groove benadrukken, en met een zachte streek laat je een heel andere kant zien. Dat is het leuke van een bas, je kijkt door een 3D-bril."

Weer filosofeert Stotijn over de kern in de klank. "Als ik een barokorkest hoor, denk ik: dit is het, het teruggaan, het diepgaan. Hoe het Freiburger Barockorchester speelt: die jongens maken gewoon rockmuziek. Dat rasperige van die darmsnaren, zo moet het. Een barokorkest speelt vaak zonder dirigent, er is een enorme communicatie tussen de musici, een bewustzijn van de harmonieën. Er wordt niet routineus, maar bewust gespeeld - je hoort hoe de muziek is geschreven en bedoeld." Na een tijdje: "Daarom kan ik niet alleen maar in een symfonieorkest zitten. Ik heb ook een werkplek nodig waarin ik zelf kan zoeken naar hoe ik denk dat het moet klinken, niet iemand die me zegt wat ik moet doen."

Carte Blanche
Op 8 maart krijgt Rick Stotijn in de Kleine Zaal van het Concertgebouw de Nederlandse Muziekprijs uitgereikt uit handen van minister Bussemaker. Tijdens dit tweede concert in de carte blanche-serie die Stotijn van de Stichting Kamermuziek Amsterdam kreeg, klinkt muziek van onder anderen Schnittke en Piazzolla. Het derde concert in deze serie is op 10 mei in de Kleine Zaal. Info: www.rickstotijn.com; www.concertgebouw.nl

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden