Stormloop op het Witte Huis

Als vliegen die op de stroop afkomen, zo dienen zich momenteel de Republikeinse gegadigden voor de opvolging van Amerika's president Bill Clinton aan.

BERT VAN PANHUIS

Deze week stelde senator Bob Dole voor de derde maal in zijn loopbaan zijn kandidatuur voor het Witte Huis en volgende week is het de beurt aan zijn collega Richard Lugar. En dan wordt later in het voorjaar de komst verwacht van nog een kopstuk, gouverneur Pete Wilson van Californië.

Rijp en groen begint een jaar voordat in de Verenigde Staten de afmattende reeks voorverkiezingen begint al zijn kansen af te tasten. En de kas te vullen, want een beetje campagne kost een kandidaat vandaag de dag vele tientallen miljoenen guldens. Daarom reizen gegadigden voor de nominatie van volgend jaar augustus nu al stad en land af om aanhang te werven en aan zich te verplichten.

Zeven mannen hebben zich tot nu toe officieel aangemeld voor de verkiezingsrace: senator Phil Gramm van Texas, oud-minister van onderwijs en oud-gouverneur van Tennessee Lamar Alexander, journalist Pat Buchanan, oud-diplomaat en talkshow-presentator Alan Keyes, senator Arlen Specter van Pennsylvania, de Republikeinse meerderheidsleider in de Senaat, Robert Dole, en de Californische afgevaardigde in het Huis, Robert Dornan.

De komende weken en maanden krijgen ze in elk geval nog gezelschap van Richard Lugar, senator voor Indiana, en gouverneur Pete Wilson. Twee mannen zitten hun kansen nog af te wegen: burgerrechten-specialist Arthur Fletcher en gouverneur Tommy Thompson van Wisconsin. En over al die mannen - vrouwen komen op de lijst niet voor - en hun kandidatuur hangt de schaduw van de man, die zowel Democraten als Republikeinen graag in hun geledingen zouden opnemen, maar die zijn politieke voorkeur voor zich houdt: oud-stafchef van de Amerikaanse strijdkrachten Colin Powell.

Straatlengten

Robert Dole is niet alleen de gedoodverfde winnaar bij de Republikeinen, hij ligt volgens de jongste opiniepeiling van CNN-USA Today bij de doorsnee Amerikaan straatlengten voor op zijn naaste rivalen: Gramm, Buchanan en Wilson.

Dole heeft echter zijn leeftijd tegen; hij is 71 jaar en zou daarmee de oudste kandidaat voor het Witte Huis zijn die de Republikeinen ooit hebben genomineerd. De senator verkeert - ook na de prostaatkanker, waarvan hij twee jaar geleden genas - in goede gezondheid en zijn leeftijd is hem niet af te zien. Wordt hij echter tijdens de campagne ziek, dan werkt die leeftijd meteen zwaar tegen hem.

Verder heeft hij zijn functie tegen. Sinds 1945 is slechts één senator tot president gekozen: John F. Kennedy. De overige (nieuwe) bewoners van het Witte Huis waren (ex-)presidenten, zoals Richard Nixon en George Bush, gouverneurs, zoals Clinton, Ronald Reagan of Jimmy Carter of carrière-militair, zoals Dwight Eisenhower. Een senator komt doorgaans niet verder dan tot verliezer op verkiezingsdag of (kandidaat)-vice-president.

Een extra handicap is voor Dole dat hij fractieleider is in de Senaat. Dat brengt met zich mee dat hij met zijn persoon en zijn opvattingen de kloven moet overbruggen tussen de linker- en rechtervleugel. Hij heeft dus de natuurlijke neiging standpunten bij te slijpen, te nuanceren. Wel voor het terugdringen van de verzorgingsstaat, maar daarin ook weer niet te rigoreus hakken. De fractieleider krijgt - zeker voor het grote publiek, dat graag simpele oplossingen ziet voor ingewikkelde problemen - iets kleurloos.

Een fractieleider, die ook nog eens presidentskandidaat is, staat voor de moeilijke keus hoe hij zijn tijd moet verdelen. Want het werk in de Senaat gaat tijdens de voorverkiezingen gewoon door. In 1980 dacht de toenmalige fractieleider Howard Baker dat hij gewoon vanaf Capitol Hill zijn campagne kon voeren en het contact met de gewone kiezer kon mijden, maar hij vergiste zich schromelijk. De race was voor Baker voorbij, voor hij ook maar was begonnen. Een fractieleider kan zijn taken tijdelijk overdragen aan de tweede man, maar in dit geval steekt Dole zich in een wespennest, want die nummer twee, Trent Lott, is een aanhanger van zijn belangrijkste rivaal, Phil Gramm.

De lieveling van de rechtervleugel van de Republikeinen is Gramm, die pas sinds 1983 lid is van de partij. Daarvoor behoorde hij tot de rechtervleugel van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden. Gramm is de meest ideologische van de koplopers, een geestverwant van Newt Gingrich, de radicale en dikwijls rabiate voorman van de Republikeinen in het Huis. Hij staat een drastische inperking voor van de rol van de federale overheid, is vóór een grondwetsamendement dat een sluitende begroting eist en tegen de beheersing van het wapenbezit. Bovendien heeft hij de steun van de anti-abortuslobby.

Rivaal

Gramm gold als een kansloze kandidaat, tot hij in korte tijd een aantal peilingen won in diverse delen van het land. Nu geldt hij steeds meer als een geduchte rivaal van Dole, zeker als diens positie wordt verzwakt door de kandidatuur van Pete Wilson. De gouverneur vertegenwoordigt niet alleen de belangrijkste staat van Amerika, hij is ook de enige die gematigde onafhankelijke kiezers kan binnenhalen.

Zijn gematigde lijn is meteen ook zijn zwakke plek binnen de eigen partij. Hij is de enige die zich onomwonden uitspreekt voor het recht van de vrouw op abortus, voor de gelijkberechtiging van homo's en lesbiennes en voor het onvoorwaardelijk openstellen van de strijdkrachten voor deze groep Amerikanen. Religieus rechts heeft al te kennen gegeven liever níét te gaan stemmen dan Wilson in het Witte Huis te helpen.

Van de resterende kandidaten maakt alleen Lamar Alexander kans wat percentages te vergaren met zijn sterk tegen het establishment van Washington DC gekante campagne. De voormalige minister en gouverneur tracht met zijn lumberjack-imago - hij voert campagne in cowboyboots, jeans en geruit houthakkersshirt - de indruk te wekken dat hij een simpele volksjongen is.

Buchanan hoopt, waarschijnlijk ten onrechte, net zo'n sensatie te veroorzaken als vier jaar geleden. Hij nam het toen op tegen president Bush en haalde in de eerste voorverkiezing in New Hampshire meteen 37 procent van de stemmen.

Het grote vraagteken is nog steeds Colin Powell. Met name de Republikeinen proberen hem al jaren binnen te halen als hun troef om, à la Eisenhower in de jaren vijftig, zijn populariteit politiek te verzilveren. Maar niet alleen taant die populariteit, Powell voelt er ook weinig voor zich in een hectische strijd te storten. En het gevaar dreigt dat hij de leiding op zich neemt van een onafhankelijke derde partij. Ross Perot met zijn kandidatuur in 1992 blijkt geen oprisping te zijn; een peiling heeft aangetoond dat zes op de tien Amerikanen zo'n derde partij verwelkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden