Stork ging in '43 plat, standrecht was het antwoord

De expositie over de April/Meistakingen is op de volgende lokaties te bezichtigen: Fries Museum Leeuwarden; Der Aa-kerk Groningen; Herinneringscentrum Westerbork, Hooghalen; Museum Jannink, Enschede; Bevrijdingsmuseum 1944, Groesbeek; Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum Overloon; Provinciehuis Limburg, Maastricht; Stedelijk Museum, Vlissingen; Centraal Museum Utrecht; Zuidhollands Verzetsmuseum, Gouda; Verzetsmuseum Amsterdam; Gemeentehuis Emmeloord. Het museum Heim in Hengelo heeft een expositie ingericht met materaal dat deels afwijkt van wat op de andere twaalf exposities te zien is.

Met het stopzetten van de machines, gevolgd door het massale vertrek van 3500 arbeiders uit de fabriek, begonnen vandaag precies een halve eeuw geleden bij Stork in Hengelo de April-Meistakingen. De stakingen waren een reactie op de bekendmaking dat gedemobiliseerde Nederlandse soldaten zich weer moesten melden voor krijgsgevangenschap in Duitsland. Nadat Stork 'plat' was gegaan, verspreidde de staking zich als een olievlek over Twente om dezelfde middag nog over te slaan naar Friesland, Groningen, Drenthe en delen van Brabant en Limburg. Van de 41 grootste Twentse bedrijven, waar in totaal ruim 25 000 mensen werkten, werd er aan het eind van de middag door 28 gestaakt. Bijna 21 000 arbeiders hadden het bijltje er bij neergegooid.

De Duitsers sloegen hard terug. Er werd een dag later standrecht afgekondigd: wie niet voor zaterdagochtend tien uur weer aan het werk zou zijn, wachtte de kogel. In totaal zouden er 175 doden te betreuren zijn en 400 mensen gewond raken. Ondanks de grote offers die er werden gebracht, is er toch min of meer sprake van 'een vergeten staking', vindt historicus drs. Frits David Zeiler uit Kampen.

Zeiler heeft geholpen bij het opzetten van een expositie ter herinnering aan de April-Meistakingen, die vanaf vandaag in twaalf Nederlandse gemeenten te zien zal zijn. Zeiler: "Dat de Februari-staking in de geschiedenis veel meer aandacht krijgt dan de April-Meistakingen, komt doordat barmhartigheid bij de Februari-staking de grootste drijfveer was. Men kwam op voor joodse medeburgers die werden weggevoerd. Bij de April-Meistakingen was er deels toch ook sprake van eigenbelang. Voormalige militairen wilden niet terug in gevangenschap en bijna iedere Nederlander had in die tijd wel een gedemobiliseerde militair in de familie of vriendenkring."

Luchtafweer

De oproep van generaal Christiansen aan 240 000 gedemobiliseerde militairen om zich weer te melden, was ook van toepassing op de toen 38 jaar oude Hendrik Eijsing uit Hengelo. Eijsing was in de meidagen van 1940 bij de luchtafweer in Scheveningen gelegerd geweest, waar zijn compagnie de zendmasten voor de scheepvaart moest bewaken en zonodig verdedigen. Twee dagen na de capitulatie mocht Eijsing terug naar Hengelo, waar hij zijn functie als 'baas' van de bankwerkerij bij de machinefabriek Stork weer oppakte.

Stork was en is een instituut in Hengelo. Zeker in die dagen bestond er volgens Eijsing, die meer dan 50 jaar bij het bedrijf zou werken, zoiets als een 'Storkgevoel'. Wie bij Stork mocht werken, had geluk. Het bedrijf liep voorop waar het om sociaal-beleid ging. De oude C. T. Stork, de oprichter van de fabriek, keerde eind vorige eeuw al ziekengeld uit toen andere werkgevers bij wijze van spreken nog nooit van dat begrip gehoord hadden. "Er heerste een grote saamhorigheid onder het personeel. Er werd zelfs meegestaakt door collega's van wie we wisten dat ze NSB-sympathieen hadden" , zegt Eijsing. "Er is nadien bij mijn weten door collega's onderling ook nooit geklikt naar de Duitsers, zelfs niet door collega's die fout waren."

De staking begon bij Stork, nadat verschillende personeelsleden bij terugkeer van de middagschaft het nieuwsbulletin hadden gelezen dat bij drukkerij Smit - uitgever van de Nieuwe Hengelose Courant - op de ramen was geplakt. "Toen ik 's middags na de schaft terugkwam op de fabriek, werd er niet meer gewerkt" , herinnert Eijsing zich. "Niemand op mijn afdeling wist wat er precies aan de hand was. Er waren er wel wat langs de drukkerij gelopen, maar daar was sprake geweest van een zodanige volksoploop dat ze het bericht zelf niet hadden gelezen. We hebben toen iemand de stad ingestuurd en toen die het bericht bevestigde, lag nog geen vijf minuten later de hele fabriek stil."

De telefonistes deden de rest. Onder het motto 'Stork staakt, zegt het voort', werden alle andere grote bedrijven in Hengelo afgebeld, waardoor een domino-reactie ontstond. Dezelfde dag ging op sommige plekken in Groningen, Friesland en Drenthe ook het personeel van melkfabrieken, melkrijders en boeren in staking. Duizenden liters melk verdwenen er in sloten. Een incident bij het ophalen van melk zou een zekere Johannes van Oene uit Kamperzeedijk noodlottig worden. De man sloeg een WA'er, die met een melkrijder werd meegestuurd op zijn tocht langs boeren die nog wel wilden leveren, de pet van het hoofd. Van Oene zou daarvoor door het standgerecht worden veroordeeld tot de kogel.

Doodvonnissen

Het standrecht was amper 24 uur na het begin van de staking van kracht geworden voor Overijssel, Gelderland, Brabant en Limburg. Het standgerecht voor Overijssel onder leiding van de SS'er dr. Boulanger was in allerijl ondergebracht in het Hengelose politiebureau. Daar werden dinsdag 4 mei de eerste doodvonnissen uitgesproken. Niet door rechter Boulanger, maar door zijn vervanger dr. Artl. "SS-politiechef Rauter vond dat Boulanger niet zwaar genoeg strafte en heeft hem daarom vervangen door de fanatiekere Artl" , weet historicus Zeiler. "Rauter vond dat er doodvonnissen moesten worden uitgesproken en dat er ook bij Stork, waar het allemaal begonnen was, slachtoffers zouden moeten vallen."

Het noodlot trof uiteindelijk Frederik Loep, bedrijfsleider van de mechanische afdelingen. Loep was de vrijdag na het uitbreken van de staking naar Amsterdam geweest om daar zijn dochter op te halen en dat was de Duitsers kennelijk ter ore gekomen. Wellicht dat men Loep ervan verdacht in de hoofdstad overleg te hebben gepleegd over uitbreiding van de stakingen, maar daar is nooit helderheid over gekomen. "Waarom ze uitgerekend Loep hebben uitgekozen, is mij nog steeds een raadsel" , zegt zijn excollega Eijsing. "Ik kende Loep goed. Het was een vent met uitstraling, maar niet meer anti-Duits dan de rest. Hij had zelfs een Duitse vrouw." Frederik Loep werd op 4 mei 1943 even buiten Hengelo, op het landgoed Twickel, gefusilleerd en ter plekke begraven. Zijn graf is nooit gevonden. Zijn dochter, mevrouw Rohl-Loep, onthult vanmiddag in de burgerzaal van het Hengelose stadhuis een plaquette ter herinnering aan haar overleden vader.

Op het moment dat Frederik Loep stierf, was de staking al grotendeels verlopen. "De staking is niet overgeslagen naar de grote steden in de randstad" , weet historicus Frits David Zeiler. "Dat kwam mede doordat het personeel van de NS niet meestaakte. De bereidheid bij het personeel van de NS om het werk neer te leggen moet groot zijn geweest, maar men wachtte op een seintje van hogerhand. Dat zat ingebakken in de NS-hierarchie. Toen dat teken uitbleef, is menbij de NS gewoon blijven werken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden