Stoppen met dansen is niet langer taboe

Net als topsporters moeten ook dansers het onder ogen zien: een vroegtijdige beëindiging van de carrière, meestal zo rond de 35 jaar. Sinds er een speciale regeling is voor hun omscholing, zijn al 250 dansers omgeschoold. Bijna altijd met succes.

’Opeens sta je met lege handen”, zegt ex-danser Jan Muylaert. „Je kunt je cv vullen met de prachtigste arabesken en fraaiste recensies. Maar welke werkgever zit daar op te wachten?”

Jan Muylaert stopte al twintig jaar geleden met dansen bij de toenmalige Rotterdamse Dansgroep, tegenwoordig Danceworks Rotterdam. Hij was destijds een van de eersten die gebruikmaakten van de Omscholingregeling voor de dans. De regeling bestaat in september twintig jaar. In die periode hebben ruim 250 ex-dansers nieuw werk gevonden. Door de regeling konden ze hun omscholing betalen.

Jan Muylaert haalde diploma’s marketing en PR. Hij studeerde in de avonduren, en werkte overdag als stagiair bij de Rotterdamse Kunststichting; uiteindelijk resulteerde ’het roer om’ in een bloeiende praktijk als communicatieadviseur bij infrastructurele projecten. „De financiële support van de regeling had ik daarbij hard nodig. Ik was 33 jaar toen ik stopte met dansen, bezat geen rooie cent, en had wel een gezin te onderhouden.”

De drijvende kracht achter de Omscholingsregeling is Paul Bronkhorst, die de bijnaam verwierf van ’aalmoezenier van de dans’. „Twintig jaar geleden was de danser die het einde van de carrière in zicht kreeg, volstrekt op zichzelf aangewezen. Het arbeidsbureau gaf soms een tegemoetkoming in de studiekosten. Maar er was weinig begrip voor het feit dat het ging om een mensen die al 25 jaar geïnvesteerd hadden in een danscarrière.”

Een blessure kan voor een danser een rigoureus einde van de carrière betekenen. Vaker zijn er andere argumenten om te stoppen met dansen. Bronkhorst: „Zoals ’Ik ben nu nog jong genoeg om iets anders te gaan doen’ of ’Ik heb de top van mijn kunnen bereikt’. Dansers zijn verknocht aan het vak en hebben zich er zo mee geïdentificeerd, dat ze vaak niet kunnen bedenken wat ze erna willen gaan doen. Ze moeten daarin worden begeleid.”

Na een langdurige lobby van gezamenlijke werknemers- en werkgeversorganisaties, stelde de toenmalig minister van WVC Elco Brinkman een startkapitaal van een miljoen gulden beschikbaar voor een speciale Omscholingsregeling. Paul Bronkhorst werd aangetrokken als loopbaanadviseur vanuit het toenmalige Nederlands Instituut voor de Dans. „Ik kreeg te horen dat ik er rekening mee moest houden dat ik in de donkerste hoekjes van de donkerste cafeetjes met dansers zou moeten spreken. Het was destijds ondenkbaar om openlijk over het stoppen met dansen te praten. Dat stond gelijk aan het tekenen van je artistieke doodvonnis. Dansers waren bang dat hun gezelschap hen meteen zou uitsluiten van goede rollen.”

Danser Marcel Wolfkamp kon met behulp van de regeling een studie hbo-V afronden en werkt nu als oncologieverpleegkundige in het Arnhemse Rijnstaete Ziekenhuis. Hij beaamt dat het stoppen met dansen in de danswereld lange tijd groot taboe was. „Als danser ben je honderd procent gepassioneerd met je vak bezig. Als je je bezighoudt met de vraag ’Wat als ik stop?’ morrel je aan dat fundament; je hapt iets weg van die zo noodzakelijke passie.” Hij sprak nooit over zijn voornemen te stoppen. De omschakeling was een eenzaam proces waarin hij in zijn eentje alles moest ’uitknobbelen”. „Maar de regeling was een belangrijke richtingaanwijzer. Je weet dat je ergens naartoe kunt.”

Inmiddels is het taboe op het stoppen met dansen doorbroken, volgens Paul Bronkhorst door de omscholingsregeling: „Maar ook de danskunst zelf heeft de afgelopen twintig jaar een professionalisering doorgemaakt. Zo is er meer aandacht gekomen voor personeelsbeleid. Vanuit de gezelschappen wordt nu veel positiever met het stoppen omgegaan; als onlosmakelijk onderdeel van de carrière. In samenspraak met dansers kijken de gezelschappen hoe de laatste jaren vorm kunnen worden gegeven. Vaak wordt er een ’afscheidsmoment’ bepaald; daardoor is het voor de dansers ook mentaal gezien makkelijker de carrière te beëindigen.”

„Je raakt kwijt wat je bestaan vormt”, zegt ex-danser Jan Muylaert. „Dat is angstaanjagend. Lange tijd was er niets dan dans, van de ene op de andere dag kom je aan de andere kant van de wereld te staan.” Marcel Wolfkamp: „Dansers leiden een afgeschermd leven. Je rent van repetitieschema naar repetitieschema, alles wordt voor je bepaald. Dat leidt ook tot een zekere wereldvreemdheid. Onze kleedster bij Introdans verzuchtte geregeld: ’Wat zijn jullie toch een koninklijke zielen!’ Als je uit de danswereld stapt is dat een harde confrontatie met de werkelijkheid. Je moet niet alleen fysiek van dat podium af, ook sociaal en psychologisch moet je je weg zien te vinden.”

Eens een danser, altijd een danser. Marcel Wolfkamp benadrukt dat een ex-danser niet ’zomaar’ voor een nieuwe werkkring kiest. „Dansen ervaar je niet als werk, terwijl je toch zes lange dagen per week in touw bent. Exemplarisch is dat dansers ’rusttijden’ hebben in plaats van ’werktijden’. Je danst vanuit je hart en ik heb me er altijd over verbaasd dat ik er geld voor kreeg. Dat ingebakken arbeidsethos moet je als ex-danser ook in een nieuwe werkomgeving kwijt kunnen.” Bij Wolfkamp lag dat in de zorg, nadat hij door het sterfbed van zijn moeder in aanraking was gekomen met een bewonderenswaardige begeleiding vanuit de wijkverpleging. „Ik realiseerde me voor het eerst dat het heel goed mogelijk is om ergens anders goed in te worden.”

Jan Muylaert koos voor een loopbaan in de communicatie als een logisch vervolg op zijn dansverleden. „Je danst voort, maar dan op een andere manier. Ik heb in mijn nieuwe loopbaan 26 informatiecentra tot stand gebracht. Dat had ik niet bereikt als ik niet de concurrentie voor was gebleven door telkens nieuwe creatieve invalshoeken te bedenken. Dat haal je niet uit een PR-opleiding.”

Andere dansers zijn helikopterpiloot geworden, dolfijnentrainer, advocaat of wijnimporteur: er zijn weinig beroepsgroepen waarbinnen ex-dansers niet vertegenwoordigd zijn.

Paul Bronkhorst: „Toch zijn er ’richtingen’ aan te wijzen. Veel ex-dansers gaan iets doen met fysiek en beweging en worden fysiotherapeut of therapeut in houdingstechnieken. Of ze kiezen een beroep waarin het visuele aspect een rol speelt: fotograaf, of werk bij de film of televisie. Opvallend is dat ruim tachtig procent van de ex-dansers binnen een jaar na de omscholing werk heeft gevonden.” Twintig ex-dansers figureren in een speciaal jubileumboek: ’Ex-dansers bestaan niet’, met foto’s gemaakt door ex-dansers.

Volgens Marcel Wolfkamp hebben de hoge succespercentages bij de succesvolle omscholing alles te maken met het feit dat dansers zeer gedisciplineerd zijn. „Perfectionistisch, op het monomane af. Als danser moest je minstens halfdood zijn, wilde je een voorstelling missen. Ik meld me nu als verpleegkundige ook nooit ziek. Voor werkgevers zijn wij de perfecte werkpaarden.” Jan Muylaert: „Als ex-danser ben je het gewend je helemaal weg te geven.”

Op 28 september is er een balletgala met ex-dansers in het Lucent Danstheater in Den Haag ter gelegenheid van 20 jaar Omscholingsregeling. Kaarten via www.ldt.nl of 070-8800333.

Boek ’Ex-dansers bestaan niet’, Theater Instituut Nederland. 15,95 euro, ISBN 90-70892-84-7.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden