Stop vooral niet met directe hulpverlening

Het duurt jaren voor de effecten van meer handel merkbaar zijn. Daarom blijft ook hulp aan ontwikkelingslanden hard nodig, meent Adri Vermeer.

De enige manier waarop overheden vooruit te branden zijn, is door actie van de bevolking zelf


In de huidige politieke situatie is 'ontwikkelingshulp' weer een stevig discussiepunt. Zowel de term als het begrip vinden we te paternalistisch. Demissionair minister Lilianne Ploumen spreekt daarom liever van ontwikkelingssamenwerking en denkt dan in de eerste plaats aan handel. Helaas blijft daarmee het hulpaspect jammerlijk buiten beeld.


Maar directe hulp blijft vaak nodig, de effecten van handel zijn eenvoudig te traag. Het duurt jaren voordat gezondheidszorg, educatie en jeugdzorg daarvan kunnen profiteren. Intussen stapelt zich ramp op ramp. Sterfte door aids, gebrek aan onderwijs en de algehele gezondheidssituatie snelt achteruit door droogte en een abominabele infrastructuur. Kortom, in Ploumens visie ontbreekt een goede combinatie van ontwikkelingssamenwerking en directe ontwikkelingshulp.


Daarom pleit ik ervoor de ontwikkelingshulp gericht op directe noden te continueren. Dat zeg ik op basis van vijftien jaar ervaring met het opzetten en evalueren van grote ontwikkelingsprojecten in Zuid-Afrika. Zo was ik betrokken bij de ontwikkeling van een community-based rehabilitation-netwerk voor kinderen en jongeren met lichamelijke en verstandelijke beperkingen in een townshipgebied van 200.000 mensen, van wie er 10.000 tot deze groep behoorden. De lokale hulpprogramma's bereikten slechts een paar honderd kinderen en jongeren. Tragisch, want ons onderzoek wijst uit dat hulp zeer effectief kan zijn. We hebben in dat gebied twee programma's in gang gezet.

Thuiszorg

We zijn begonnen met het beëindigen van de centrale residentiële voorziening, waar kinderen en jongeren uit het hele townshipgebied verbleven: die was uit de tijd en ontoereikend. Daarvoor in de plaats bouwden we in elk township dagcentra voor gezinnen met gehandicapte kinderen, waar moeders hun kind overdag naar toe kunnen brengen voor behandeling en training in dagelijkse activiteiten.


Daarnaast is een begin gemaakt met thuiszorg voor kinderen die erg ver weg wonen. De kinderrevalidatie is in Zuid-Afrika nog weinig ontwikkeld en met name voor gehandicapte kinderen in de townships in rurale gebieden is er nauwelijks zorg en onderwijs. Bovendien maakt de zorg er amper gebruik van moderne inzichten op het gebied van kinderrevalidatie. Daarom hebben we functioneel gerichte behandelings- en onderwijsprogramma's opgezet. Functioneel wil zeggen: gericht op het dagelijks functioneren van de kinderen thuis, op school en in hun directe omgeving. De ongeneesbare handicaps zelf worden dus niet behandeld, maar men werkt direct aan wat kinderen en jongeren nog wel kunnen.


Deze programma's hebben we voortdurend door middel van goed gecontroleerd interventie-onderzoek geëvalueerd en bijgesteld. Daarbij zijn de lokale kinderverzorgsters in de toepassing van de nieuwe behandelingsmethoden getraind. Over de uitkomsten van dit onderzoek is uitgebreid gepubliceerd.

Veilig vrijen

Een ander project was een groot hiv-voorlichtingstraject, in een ander townshipgebied. Bij een populatie van 160.000 mensen onderzochten wij de factoren die veilig vrijen beïnvloeden, met name condoomgebruik, van schooljeugd. Vooral meisjes bleken hier ontvankelijk voor. Zij durven tegen jongens te zeggen: "Ik wil best met je naar bed, maar wel met condoom".


Het cultureel bepaalde machogedrag van de jongens is veel moeilijker te veranderen. De uitkomsten van dit onderzoek leidden tot een andere, meer adequate opzet van de voorlichting op scholen. Ander onderzoek betrof therapietrouw bij personen met hiv en/of aids, het dagelijks innemen van de medicijnen is immers een must.


Veel geld en energie is gestoken in deze ontwikkelingsactiviteiten. De vraag is gerechtvaardigd of er sprake is van blijvende resultaten, en zo ja, waarvan die afhankelijk zijn. Naast lokaal eigenaarschap blijken blijvende resultaten ook afhankelijk van lokaal, regionaal en nationaal beleid op gebieden als gezondheidszorg, jeugdzorg en onderwijs. En dat ontbreekt.


Overheden in Zuid-Afrika hebben fantastische 'disability, criminality en school education acts', maar de uitvoering laat te wensen over. De enige manier waarop overheden vooruit te branden zijn, is door actie van de bevolking zelf. Als het om zorg voor gehandicapte kinderen gaat, komt die zorg alleen verder van de grond als de ouders zich verenigen en politieke acties ondernemen.

Evaluatie

Naast substantiële ontwikkelingshulp bepleit ik aandacht voor de evaluatie daarvan bij Nederlandse universiteiten. Daar bestaat een schat aan relevante wetenschappelijke kennis ter verbetering van gezondheidszorg, onderwijs en opvoeding in ontwikkelingslanden. Naast het ministerie van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking doen twee typen organisaties op deze terreinen veel werk. Aan de ene kant grote, nationale ontwikkelingsorganisaties zoals Cordaid, aan de andere kant allerlei kleine, private organisaties.


De grote organisaties richten zich op duurzame ontwikkeling in nauwe samenspraak met lokale overheden, wat stroperig kan zijn en flinke risico's met zich mee kan brengen.

Waterput

De kleine organisaties mikken meestal op directe hulp: een school, een waterput, bestrijding van specifieke ziektes. Vaak zeer effectief, maar kleinschalig. Beide typen organisaties zouden de handen ineen moeten slaan en samen met het ministerie hun krachten en hun expertise moeten bundelen.


Ontwikkelingshulp moet blijven, onder de voorwaarden van betrokkenheid van de lokale bevolking, steun aan de bevolking bij het activeren van hun overheden en systematische wetenschappelijke evaluatie. Ik ben ervan overtuigd dat op die manier effectieve ontwikkelingshulp geboden kan worden. Immers, zo wordt op de korte termijn in ernstige nood voorzien. Daardoor wordt een basis gelegd voor structurele veranderingen door middel van ontwikkelingssamenwerking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden