Stop met de productie van bergen vlees

De armoede onder varkens- en kippenboeren komt door overproductie, stelt Hans Baaij.

Ongeveer de helft van onze varkens- en kippenhouders leeft onder de armoedegrens (Trouw, 6 oktober). Als reden wordt aangedragen dat Nederlandse boeren het door strengere regels zwaarder hebben dan boeren elders in Europa, en dat hoge grondprijzen schaalvergroting en uitbreiding in de weg zitten.

Bij het lezen van die conclusie viel mijn mond open van verbazing. Want 'schaalvergroting en uitbreiding'? Is dat nog steeds de toekomst dan? En hoezo strengere regels? Boeren zijn toch allemaal gebonden aan EU-richtlijnen?

Het is een feit dat er al jaren nauwelijks wordt verdiend in de varkenshouderij. Varkenshouders klagen steen en been over lage vleesprijzen, en ze gaan bij bosjes failliet.

Leugen

Als reden voor die lage prijzen wordt vaak aangevoerd dat de regels op het gebied van milieu en dierenwelzijn hier zoveel strenger zijn dan in de landen om ons heen. Dat is een hardnekkige leugen. De reden dat de prijzen voor vlees laag zijn, is simpelweg dat we in een klein, dichtbevolkt land wonen waar de grondprijzen hoog zijn en dat we desondanks willen bijdragen aan de wereldwijde overproductie van vlees. Export, export, export: dát vinden we belangrijk. En dan maar klagen dat we niet kunnen concurreren.

Daarbij komt dat Nederlanders en andere Europeanen beginnen in te zien dat ze beter wat minder vlees kunnen eten. Dat is beter voor hun gezondheid, voor het milieu en voor het welzijn van de dieren die op hun bord belanden. De zelfvoorzieningsgraad van Europees varkensvlees is vorig jaar gestegen naar 120 procent. De 20 procent overschot moet naar China en Amerika worden geduwd.

In het bloed

De producenten van al dat vlees leven ondertussen nog in de vorige eeuw, en geloven dat ze steeds meer en steeds efficiënter moeten produceren, in steeds grotere varkensfabrieken. De vleesmarkt raakt daardoor voller en voller, en de bergen hammen en karbonades kunnen met moeite worden afgezet. Voor een rechtgeaarde veehouder zou stoppen geen optie zijn, want boeren zit hem nou eenmaal in het bloed. Dus 'tot er betere tijden komen, drukken ze de kosten op alle mogelijke manieren'. Update: die betere tijden komen niet.

Meer extensief

Al jaren geleden hadden we moeten investeren in een meer extensieve landbouw en veeteelt. We hebben namelijk precies genoeg ruimte om te produceren voor ons eigen land. Het voordeel is dat we onze dieren dan een leefbaar bestaan kunnen geven, we ons grondwater niet hoeven te vervuilen met meststoffen en onze gezondheid niet in gevaar hoeven te brengen met ziektes als MRSA en Q-koorts.

De opmerking dat het de strenge dierenwelzijnsregels zijn die boeren de nek omdraaien, is evenmin correct. De 'koploperpositie' die de Nederlandse veehouderij volgens zijn eigen organisaties heeft, bestaat namelijk niet. Van de Europese landen zijn we in het gunstigste geval een middenmoter. Onze dieren leven grotendeels zonder daglicht, zonder frisse lucht, zonder stro en veelal opeengepakt op een oppervlak van beton. Ze lijden onder pijnlijke ingrepen als snavelkappen, castreren, onthoornen en staarten afbranden. Anders zouden ze van de stress zichzelf en hun stalgenoten bezeren. Deze ingrepen vinden vaak plaats zonder verdoving, want dat kost tijd en geld.

Willen we in Nederland bergen ongewenst vlees blijven produceren of nemen we een voorbeeld nemen aan landen als Noorwegen, Zweden en Zwitserland? Daar wordt vlees geproduceerd voor eigen consumptie, leiden dieren een waardig bestaan en kan een boer nog een respectabel salaris verdienen. De keuze is aan ons.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden