STOP DE PERSEN! DIT IS NIEUWS! GOOI DE üüN OM!

“Langzaam werd de publiciteit opgevoerd tot bijna euforische hoogte. Er moest en zou iets gebeuren. Voor CNN, BBC, SKY en de GEZAMENLIJKHEID stonden verslaggevers in zwemvesten op de kade van Tiel. Kijkers in heel de wereld schaarden zich met Smith-chips en flessen light voor het televisiescherm. Klaar voor de ultieme ramp. Reality-televisie. Stop de persen.” Journalist Rudie van Meurs, redacteur van het VPRO-radioprogramma 'Argos', hield een lezing over de waan van de dag. Over journalisten als nuttige idioten. Over Haagse journalisten die de straat op moeten. Over NIEUWS. Dit is een ingekorte versie van de lezing 'De waan van de dag' die Van Meurs hield tijdens een debat van de Kring voor journalistiek en levensbeschouwing en de Amsterdamse Pers.

De hoofdredacteur keek. Hij zag Russische samenzwering...coup d'etat...de omverwerping van de constitutionele regering...rode dictatuur... geit ramt hoofd politie...gevangen blondine ...Britse belangen in gevaar.

Het was genoeg. Dit was nieuws.

'Dit is nieuws', zei hij, 'zet de persen in Manchester en Glasgow stil. Maak een lijn vrij naar Belfast en Parijs. De hele voorpagina omgooien. Zorg dat je er een foto van Boot in krijgt.'

In Scoop stak Evelyn Waugh zestig jaar geleden op onweerstaanbare wijze de draak met journalisten. Ik stel me voor dat het op de redactie van een Nederlands dagblad vandaag nog zo gaat.

De hoofdredacteur arriveert op de krant en leest een bericht op het computerscherm van zijn rondreizende verslaggever: Russische mafia...handel in paspoorten...invasie van illegalen...fundamentalistische dictatuur...CID-chef handelt in heroïne...blondine verleidt Docters van Leeuwen...Westerse belangen in gevaar. De hoofdredacteur roept enthousiast uit: 'Stop de persen. Dit is nieuws. Gooi de één om.'

Nieuws is wat journalisten denken dat nieuws is. Dat is na zestig jaar niet veranderd. Wat wel veranderde is dat nieuws handelswaar werd. En daardoor werd de neiging van de journalist toe te geven aan de waan van de dag en tegemoet te komen aan de op dat moment heersende en altijd grillige publieke opinie groter.

Is dat erg? 'De mens wil de wereld niet, hij wil zijn visie van de wereld. Wie deze tracht te corrigeren, de onjuistheid ervan bewijzen of vernietigen wil, verwerft zijn dank niet', schreef Den Hollander in Het demasqué van de samenleving. Het volgen van de waan zal, met andere woorden, profijtelijk zijn.

Laat ik een paar voorbeelden noemen.

Een aantal weken geleden vernam ik uit de dagbladen dat Nederlandse militairen in het voormalig Joegoslavië zich te buiten gaan aan excessen. Ik las dat ze snoepjes gooien op plaatsen waar ze mijnen vermoeden. De bedoeling was dat kinderen er heen zouden snellen om die op te rapen. De rest werd aan de verbeelding overgelaten: kinderen als lokaas en levend schild om mijnen te traceren. Er ontstond grote consternatie. Vooral toen de andere dag nog follow ups kwamen over mogelijke ongewenste intimiteiten tussen onze Nederlandse jongens en de vrouwen aldaar. Na een bliksemonderzoek door het ministerie van Defensie, zei minister Voorhoeve een paar dagen later dat er niets aan de hand was. Sindsdien heb ik er nooit meer over gehoord. Hier hebben journalisten zich collectief op sleeptouw laten nemen door de waan van het moment.

Want kijk, in het voormalig Joegoslavië heerst oorlog. Geweld is nieuws. Maar als het allemaal zo lang gaat duren dan gaat zelfs de bloedigste scène vervelen. Wanhopig heffen de nachtchefs van de ochtendbladen de handen, hoe hou ik Bosnië in het nieuws? En zie, plotseling komt daar als een geschenk uit de hemel een gerucht. Het geweld komt nu zelfs heel dichtbij want onze eigen jongens geven zich over aan oorlogsmisdaden. Dat willen de mensen lezen. Stop de persen.

Ik heb me over twee dingen verbaasd. Over de lichtzinnigheid waarmee krantenredacties - zonder te onderzoeken, zonder bronnen te noemen en te kennen - zulke berichten plaatsen. En vervolgens heb ik me nog meer geërgerd aan de slaafsheid waarmee journalisten een onnozel onderzoek van de minister voor lief nemen. Het woord van de autoriteit is wet.

Natuurlijk is er iets aan de hand. Overal waar soldaten in een oorlogssituatie terecht komen, worden excessen begaan. Zoals Alexander Mitscherlich (dat is lang geleden) ooit schreef: 'De beulen zijn niet van een ander, van een vreemd ras. Meer of minder zijn wij allen te verleiden om de medemens te kwellen'. Waarom zouden 'onze jongens' dat niet doen?

Kranten zouden permanent aanwezig moeten zijn in het voormalig Joegoslavië om dat te onderzoeken. Nu falen ze hopeloos.

Een paar dagen later lees ik hoe een Marokkaans meisje in Tilburg voor 'Turk' wordt uitgescholden en vervolgens door twee skinheads van haar fiets wordt geslagen. Het meisje valt op de grond maar ziet nog op de grens van het bewustzijn haar twee belagers.

Ik kan me de reactie op de redacties levendig voorstellen. Sinds het communistisch gevaar - op enkele Russische mafioso na - werd bezworen, namen de buitenlanders en de islam de rol van de Russen over. In Duitsland leidde die situatie tot hevige rassenrellen, maar in Nederland bleef alles vreemd genoeg tamelijk rustig. Dan ineens Tilburg. Daar zijn de lezers in geïnteresseerd. Stop de persen.

Een paar dagen later bekent het meisje dat ze de mishandeling heeft verzonnen - ze was bang voor haar vader omdat ze te lang had getreuzeld met het naar huis gaan.

Dat is dom van dat meisje maar nog dommer van de kranten die het verslag van de Tilburgse politie blindelings overschreven in hun kolommen. Er is geen enkel excuus. Kranten moeten zelf onderzoeken, ze hadden dat meisje moeten opzoeken, de buurt moeten ingaan, met de ouders spreken. Ik dacht dat het klakkeloos overschrijven van politierapporten uit het begin van de jaren zestig dateerde. Het gebeurt nog steeds en dat is onvergeeflijk.

Beide berichten komen voort uit hetzelfde mechanisme: er gebeurt iets wat de mensen op dat moment boeit. Journalisten laten zich sturen door de publieke opinie en dienen de waan van de dag.

Omdat ik zelf bijna m'n hele leven lang aan de dijk heb gewoond, eerst langs het Haringvliet en toen langs de Waal, heb ik met enige wanhoop het werk mijner collega's aanschouwd begin dit jaar. Er was natuurlijk wat aan de hand. Het was hoog water, zelfs uitzonderlijk hoog. Maar was er nou echt sprake van een noodsituatie? Ik ben - ik geef dat toe, maar wie is dat wel - niet objectief. Water fascineert me, achter de dijk voel ik me veilig. Zelfs na 1953 toen het water twee meter in ons huis kwam en er op het dorp tientallen mensen verdronken. Maar de situatie toen was heel anders. Een onvergelijkbare ramp en daarom vond ik het schandalig dat kranten de watersnood van 1953 vergeleken met het hoge water van februari 1995. Ik vond het irritant hoe journalisten zich op sleeptouw lieten nemen door de kleine autoriteit - de dijkgraaf en de burgemeester. Met samengeknepen tenen las ik dat dijken 'op springen' stonden - heus er is nog nooit een dijk gesprongen, die kalft op z'n hoogst langzaam af. Dat scheuren in het asfalt de voorbode waren van het uiteenvallen van de dijk - rijdt u nou eens op een zomerse dag langs de rivieren, dan ziet u overal scheuren in het wegdek want de dijk werkt altijd.

Langzaam werd de publiciteit opgevoerd tot bijna euforische hoogte. Er moest en zou iets gebeuren. Voor CNN, BBC, SKY en de GEZAMENLIJKHEID stonden verslaggevers in zwemvesten op de kade van Tiel. Kijkers in heel de wereld schaarden zich met Smith-chips en flessen light voor het televisiescherm. Klaar voor de ultieme ramp. Reality-televisie. Stop de persen. Vanuit Japan, Cuba en Amerika kreeg ik verontruste telefoontjes van mensen die bezorgd waren over mijn veiligheid.

Toen was het water overigens al weer enige dagen aan het zakken, tot teleurstelling van de media. Het ergst zijn ontgoochelde lezers en kijkers, dus deden de journalisten ook aan nazorg. En ik las dat dijken, door het snel vallende water, als een plumpudding in elkaar dreigden te zakken.

Afijn, er gebeurde niets. Weer gaven verslaggevers zich over aan windhandel in nieuws. Er bestaat al jaren spanning in het rivierengebied over de dijkverzwaringen. Kort geleden, kerst 1993, braken de waterstanden ook al records. De publieke opinie wacht op een vervolg en de journalist geeft lezers en kijkers de berichten die ze wensen.

Ik ga nog even door en nader de Haagse redacties waar de waan van de dag een treurige hoogte heeft bereikt.

Een aantal weken geleden schrok ik op door mededelingen in de kranten dat de positie van de minister van Justitie mevrouw Sorgdrager onhoudbaar was geworden. Ze bleek op de hoogte te zijn geweest, althans over voorinformatie te beschikken, van de rol van de Rotterdamse politie in een zelf opgezette drugshandel. Ik wachtte gelaten af want prettige verschijningen in de politiek zijn helaas zeldzaam. Er gebeurde niets. Mevrouw Sorgdrager reageerde niet. Haar woordvoerder kwam niet in actie. Verslaggevers gisten en gniffelden over de onvermijdelijkheid van haar lot.

Tot de minister, monter en ontspannen, duidelijk maakte dat ze bleef. En de publiciteit viel stil.

De strijd tegen drugs in Nederland nadert de fase van The Untouchables. De politie en de autoriteit strijden een verloren gevecht. Een paar rechtvaardigen blijven over. Het beste zou natuurlijk zijn de drooglegging op te heffen en drugs legaal te maken. De politie zelf wordt nu crimineel. Her en der vallen officieren van Justitie en politiecomissarissen in ongenade. Wat is er mooier dan dat ook de hoogste autoriteit valt? Het publiek wacht daarop.

Er zit nog een tweede kant aan die berichtgeving over the war on drugs. Zo volg ik met een mengeling van bewondering en achterdocht de verslaggevers in NRC Handelsblad. Prachtige verhalen met onthutsende feiten over ontspoorde inlichtingendiensten en ijdele functionarissen. Alleen, en dat verklaart mijn achterdocht, ik kom geen bronnen tegen. Iedereen is anoniem, alles lijkt te zijn opgeschreven in een donkere kroeg op gezag van een informant die verborgen gaat in een strook duister. En ik krijg het vage, vervelende gevoel dat ik als lezer word gebruikt. Zoals duistere krachten binnen inlichtingendiensten journalisten proberen te gebruiken om de wereld te overtuigen van hun gelijk.

Vooral in de Verenigde Staten en Engeland was het altijd al zo dat anonieme bronnen binnen CIA, FBI of MI-6 fantastische verhalen laten lekken in de hoop dat journalisten ze opschrijven. Journalisten zijn in de terminologie van inlichtingendiensten 'nuttige idioten'.

President Johnson verzon in 1964 het incident in de Golf van Tonkin waarbij zogenaamd communistische patrouilleboten Amerikaanse oorlogsschepen beschoten zouden hebben. De Amerikaanse media hielpen de president door het verhaal wereldkundig te maken. Het was niet waar en Johnson en de kranten wisten het. Maar het Congres gaf toestemming voor een Amerikaanse invasie in Vietnam, met als gevolg miljoenen slachtoffers.

Wat ik wil zeggen is dat die combinatie van geheime orakels binnen inlichtingendiensten en journalisten als brave borsten die klakkeloos opschrijven wat de ander vertelt, ook in Nederland steeds meer succes krijgt. Elk seizoen zie ik weer uit naar de journalist die als eerste het jaarverslag van de Centrale Recherche Informatie krijgt toegezonden om exclusief te kunnen melden hoe Nederland overspoeld wordt door drugs en criminaliteit. En omdat het publiek nu eenmaal begerig is naar wetenschap over kartels, Columbiaanse mafia, corruptie, rijkdom en macht dienen journalisten de waan van het moment.

Non-news dat als fast food door journalisten wordt toegediend aan een aan de media-maatschappij verslaafd publiek.

Ik erger me aan de manier waarop parlementaire journalisten gemene zaken aangaan met politici. Het is treurig om te zien hoe de macht van de voorlichters groeit, meestal renegaten uit de journalistiek die wheelen en dealen, afspraken maken met verslaggevers en hen inseinen als de minister weer een stevige uitspraak gaat doen. Elke luchtballon die door een minister of kamerlid wordt opgelaten, wordt door verslaggevers gretig gerapporteerd. De ene dag zegt mevrouw De Boer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu dat ze wil bouwen in het kassengebied van het Westland. De andere dag zegt minister Van Aartsen van Landbouw en Visserij dat hij dat niet wil - en de stilte treedt in.

D 66 dreigt het kabinet met een crisis, lees ik op 17 mei als opening van het Algemeen Dagblad. Nooit meer van gehoord.

Ik zou wensen dat om te beginnen de helft van de journalisten uit Den Haag wordt teruggetrokken en de straat wordt opgestuurd, waar journalisten horen.

Ik verwijt de media dat ze kritiekloos, zonder te onderzoeken en zonder de dossiers te kennen, elke keer weer de tweedehands ideeën van de fractieleider van de VVD, Bolkestein, prominent op 'de een' plaatsen. De laatste keer begreep ik uit Het Parool dat Bolkestein het vak islam op de Nederlandse scholen wil introduceren om zo te voorkomen dat er imans uit Turkije en Marokko in Nederland worden geparachuteerd. Groot nieuws, een ankeiler op de voorpagina, een interview binnenin en echo in allerlei andere kranten. Maar al vier maanden eerder zond staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs een voorstel naar de Tweede Kamer over het voegen van islam in het vakkenpakket.

En al die keren daarvoor, over het verplicht leren van Nederlands door buitenlanders op straffe van het inhouden van een uitkering; het opsporen en verwijderen van illegalen; het tegengaan van gezinsvorming en gezinshereniging; het spreiden van immigranten om sociale problemen in de grote steden te voorkomen - al die keren ging het over zogenaamde non-issues. Onderwerpen die allang beleid zijn, voorbereid worden om in het beleid opgenomen te worden of onmogelijk in beleid te vangen zijn.

Maar Bolkestein verwoordt zaken waarvan het publiek niet genoeg kan krijgen. En de journalist is de nederige boodschapper die de waan van de dag dient. Het kleine mannetje met het kleine potloodje - een omschrijving van Churchill. De wereld wil bedrogen zijn - derhalve worde zij bedrogen.

En overigens denk ik dat het Ebola-virus in Zaïre nauwelijks de kranten gehaald zou hebben, als juist op dat moment niet de film Outbreak in roulatie was geweest. Als je de film gezien hebt dan zijn de berichten over het virus een fantastische follow-up. Als je alleen maar de berichten gelezen hebt, is de film een absolute must. This is reality man.

Over de rol van de media en de journalist moeten we natuurlijk niet al te grote illusies hebben. Al meer dan 150 jaar geleden schreef Alexis de Tocqueville dat in de Amerikaanse samenleving de pers de publieke opinie volgt en dat de publieke opinie in alles oppermachtig is. Kenmerk van de Amerikaanse maatschappij is volgens De Tocqueville fundamentele gelijkheid tussen burgers - of althans een veronderstelde fundamentele gelijkheid. Het is evident dat mensen met gelijke rechten en een vrij identieke ontwikkeling in welvaart, dezelfde gewoonten, behoeften en voorkeuren bezitten. En ze ontwikkelen dezelfde opinie.

John Pilger - een van de beste Engelse journalisten die ik ken - herinnert zich in zijn boek Distant Voices een groep Russen (het is nog voor de Glasnost) op bezoek in de Verenigde Staten. De reizigers zijn verbaasd als ze bij het lezen van kranten en het kijken naar televisie steeds dezelfde meningen tegenkomen over belangrijke nieuwsonderwerpen. 'Vertel ons toch eens hoe jullie dat doen?' vroegen de Russen aan hun gastheren. 'Om dat in ons land te bereiken is een dictatuur nodig, zetten we mensen in de gevangenis en trekken we hun vingernagels uit. Wat is toch jullie geheim?'

Goddank gebeurt in Nederland alles altijd vijftig jaar later. Wij hadden onze verzuiling. En een kleurrijke, gepolitiseerde pers, loyaal aan de achterban, onverzoenlijk tegenover andersdenkenden. Goed was goed en slecht was slecht. Polariseren mocht en wij bij Trouw met lezers met een gereformeerde publieke opinie veegden de vloer aan met de roomse publieke opinie bij de Volkskrant. De waarheid was hard en die kon gezegd worden. En lauwheid, dus kleurloosheid, was uit den boze. Maar toen stortte het bouwwerk ineen. De verzuiling verdween en de verschraling sloeg toe.

Columnist J. A. A. van Doorn schreef eens dat de gebonden en dienstbare pers, grote afgeleide macht had. Toen de media zich van hun achterban bevrijdden, verloren ze hun macht.

Hij schreef: 'Ze zijn op zichzelf teruggeworpen en kunnen zich alleen handhaven door in grote lijnen de publieke opinie te volgen. Ze deinen voort op de lange golven die de tijdgeest bepalen, ze vissen allemaal in dezelfde zee. Vroeger waren er onderscheiden bevolkingsgroepen met hun eigen media, nu moeten de media met kunst en vliegwerk een profijtelijk marktsegment proberen te vinden.'

En profijt wordt geboekt in het volgen van de waan van de dag.

En zo zijn de Nederlandse media veramerikaniseerd. Concurrentie en commercie dwingen tot steeds hijgeriger, oppervlakkiger en een behaagzieker berichtgeving. We huldigen de lijfspreuk van de mediatycoon van verdachte zeden, Rupert Murdoch die zegt: 'Modernisering betekent Amerikanisering'.

Een eigenzinnige selectie van het nieuws wordt steeds moeilijker omdat niet-journalistieke overwegingen een belangrijker rol gaan spelen. Over de schouder van de hoofdredacteur kijkt de concern-directeur mee. De hoofdredacteur moet ervoor zorgen dat de krant beter verkocht wordt, dat er meer advertenties en abonnees komen en dat zijn journalisten scoren. Dat is een verleiding om de waan van de dag te volgen.

'Wij zijn er om mensen te vermaken,' zei Rupert Murdoch toen een van zijn kranten de dagboeken van Hitler publiceerde - hoewel toen al bekend was dat ze vals waren.

In de film Wall Street zegt raider Gordon Gekko: 'Er bestaat geen democratie, er is alleen de vrije markt.' Ik haat cynisme, maar voor helden en stormvogels in de journalistiek ziet de toekomst er somber uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden