Review

Stoomlocomotief-klanken breken stilte rond Zuidam

AMSTERDAM - Hoewel het de afgelopen twee jaar wat stil leek rond Robert Zuidam, betekende dat geenszins dat de componist duimen heeft zitten draaien. Naast het voltooien van de 'McGonagall-Lieder' schreef hij ook de eerste scène van zijn opera over Johanna de Waanzinnige. In het twee concerten omvattende portret was zaterdag in het Amsterdamse Concertgebouw te horen hoe Zuidams taal in uitdrukkingskracht was gescherpt.

,,Beautiful!'', kirt sopraan Lucy Shelton met enorme uithalen in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, en kijkt daarbij in opperste verrukking naar een denkbeeldige New Tay Bridge. Gekleed als negentiende-eeuwse dame, compleet met hoedje en handtas (een potentiële treinreizigster wellicht?), zingt ze vervolgens een lofzang op de spoorbrug. Haar vervoering bereikt een hoogtepunt als het ensemble haar litanie vergezelt met stoomlocomotief-achtige klanken en cadansen.

Zuidam schreef de twee liederen met instrumentaal voor- en tussenspel op teksten van de Schotse volksdichter William McGonagall: in een breedsprakig poëem richt hij een monument op voor de in 1867 gebouwde spoorbrug. Zijn optimisme slaat in het tweede gedicht om in ontzetting als hij de instorting beschrijft van de kolos. ,,On the last Sabbath day of 1879, which will be remembered for a long time'', zong Shelton in een wringend koraal waar de twee piano's (opgesteld als pijlers van een brug aan beide zijden van de bühne) wreed doorheen beukten.

Niet alleen de lengte van een uur gaf de 'McGonagall-Lieder' de status van een mini-opera. Ook theatrale elementen zoals de negentig vallende pingpongballen (de slachtoffers van de ramp) en Zuidams expressievolle toontaal wekten McGonagalls gezwollen zinnen met veel ernstige humor tot leven. Chapeau voor de leden van het Asko Ensemble (onder wie de uitstekende pianisten Gerard Bouwhuis en Cees van Zeeland) en natuurlijk Shelton, die prachtig balanceerde in de grillige toestand tussen zang en spraak.

Het aansluitende concert in de Grote Zaal omgaf Zuidams operascène 'Foemeneis Blandimentis Gaudebat' met geestverwanten zoals 'Ballet Méchanique,' de explosieve lofzang op de machine van George Antheil, en het motorische, uitgebeende 'Socrate' van Erik Satie (met de prachtige tenor Yann Beuron). Hier was Shelton een indrukwekkende Johanna de Waanzinninge, die in een nachtelijke processie haar overleden Philips vergeefs met liefkozingen tot leven probeert te wekken.

Het lukte Zuidam het publiek met die ene scène een onttakeld universum voor te toveren, behangen met renaissance-flarden en zwarte Vivier-akkoorden. Door de organische uitvoering van het Radio Kamerorkest onder leiding van Peter Rundel en het spookachtig monnikengezang van Cappella Amsterdam werd in een kwartier tijd een spannende psychologische brug gelegd naar de verwrongen belevingswereld van Johanna. Beautiful!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden