Stompen op een runderkarkas

Scott Walker, ooit bekend van de Walker Brothers, werd deze week 70, maar hij is vernieuwender dan ooit. Dat bewijst hij op zijn duistere, avant-gardistische plaat 'Bish Bosch'.

POP | Scott Walker | Bish Bosch (4AD)

Het leven begint bij veertig? Niet voor popmuzikanten. Veelgehoord over 'oudere' musici: ze treden op om de zakken te vullen met oude hitjes; albums die ze uitbrengen dienen slechts om alimentatie te betalen. Vooruit, enkele oudjes maken nog aardige platen, Dylan en Cohen bijvoorbeeld. Maar zo urgent als in de hoogtijdagen? Popmuzikanten die hun artistieke piek op hoge leeftijd doormaken zijn dun gezaaid.

Wie eind jaren zestig had voorspeld dat Scott Walker, met zijn karakteristieke bariton, een kleine halve eeuw later maker zou zijn van de meest duistere en ontregelende popmuziek zou raar zijn aangekeken. Pers en publiek bestempelden in 1967 de laatste singles van de Walker Brothers al als gedateerd. Wat zouden die critici zeggen als ze hoorden dat de zanger van evergreens als 'The Sun Ain't Gonna Shine Anymore' en 'Make it Easy on Yourself' in 2006 zijn percussionist op een runderkarkas laat stompen op zoek naar het optimale drumgeluid?

Eergisteren werd Noel Scott Engel, zoals Walker echt heet, zeventig. Na zijn jeugd in Amerika vertrok hij in 1965 met de twee andere Walker Brothers, geen familie, naar Engeland. Klaar om de Beatles naar de kroon te steken.

Ondanks een paar succesvolle popsingles kwam die droom niet uit en eind jaren zestig ging Scott Walker voor het eerst solo. Op de albums 'Scott' (1967), 'Scott 2' (1968) en 'Scott 3' (1969) stonden ballads, Broadwayklassiekers en Jacques Brelcovers. De Phill Spector-achtige vioolarrangementen op die platen kleuren mooi bij Walkers donkerbruine stemgeluid. Nadat 'Scott 4' (1969) flopte, werd het even rustig rond Walker. Tot een kortstondige Walker Brothersreünie in 1975.

Waar begon de transformatie van ''s werelds grootste croonertalent', tot schepper van een avant-garde-oeuvre met een grote letter 'A'? The Walker Brothers' 'The Electrician' (1978) is daarin een sleutelplaat, met Hitchcockiaans krijsende violen. Al is het samenkomen van aanzwellende strijkers en een Spaanse gitaar in dat nummer van grote schoonheid. En schoonheid, dat is nu juist wat het recente solowerk van Scott Walker grotendeels ontbeert.

Veelzeggend daarin is de titel van zijn laatste album 'Bish Bosch' (2012). Die verwijst zowel naar 'Bitch' als de Middeleeuwse schilder Hieronymus Bosch, bekend van zijn taferelen van hel en verdoemenis.

Volgens Walker zelf slaat de titel vooral op de taalspelletjes die hij speelt op het album. Maar gescheld, vulgariteit en de middeleeuwen zijn nooit ver weg in nummers als 'Corps de Blah' of het bijna 22 minuten durende 'SDSS1416+13B (Zercon a Flagpole Sitter)'. In 'Corps de Blah' klinken scheetgeluiden en in 'Zercon' zingt Walker 'If shit were Music, you'd be a brass band'. Ook verhaalt de zanger over de pest, castraties en de dood van Ceausescu, begeleid door beukende drums en ronkende saxofoons.

Liedjes met een kop en staart zijn niet te vinden op 'Bish Bosch', Walkers vierde album sinds 1984, het eerste sinds 'the Drift' uit 2006. Walker zelf zegt nauwelijks nog popmuziek te luisteren. Maar de rockgitaar, harde drums en songstructuren maken er wél een popplaat van.

Scott Walker is daarmee een popzanger die aan avant-garde doet. Avant-garde die sinds 'Climate Of Hunter' (1984) steeds rauwer en harder geworden is en geen nuance kent. Maar tegelijkertijd fascinerend is. Zoals 'Bish Bosch' fascineert, ruim zeventig minuten, van de openingsroffels in het openingsnummer tot de angstaanjagende kerstbelletjes aan het eind.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden