Stokbonen tussen het gebladerte

Een nieuwe lente een nieuw geluid. Na een moeilijke periode voor ons gezin worden plannen uitgevoerd om deze zomer vooral veel bij elkaar te zijn. Met drie generaties in één huis is dus een tuinkamer met familietafel en veel stoelen een droom, die dankzij de vele handen wordt waargemaakt.

Het geluid van boor en hamer vermengt zich met het gejuich van de kinderen die genieten van zand en stenen en niet in de laatste plaats van de overvloedig aanwezige familieleden. Oude trottoirtegels worden met de verkeerde, want meest natuurlijk ogende kant naar boven gelegd, de (zee)windkering zal bestaan uit gebruikte bouwmatten die de buren graag kwijt willen. Een inzameling bij de tuinclub levert wortelstokken op van snelgroeiende hop, veel klimopranken en een kistje muurbloemen.

De koks in de familie zien al komkommers, kalebassen, druiven en stokbonen tussen het gebladerte hangen, met veel Oost-Indische kers om hun salades te stofferen.

De bloemenliefhebbers fantaseren over lathyrus, Suzanna-met-de-mooie-oogjes (Thunbergia alata) en klimrozen. Ik zou wel een paar wortelstokken van de Scottish Flameflower (Tropaeolum speciosum) willen proberen. Met wat halfschaduw en veel humus zou het moeten lukken om in de nazomer van de vier tot vijf meter lange rode guirlandes te genieten. Eenmaal aangeslagen kunnen er elk voorjaar wortels worden uitgespit om ze verder te verspreiden.

De eetbare wensen zijn na de IJsheiligen makkelijk te verwezenlijken want we hebben vooral ten behoeve van de vele bungalowbewoners langs de duinen een buurtwinkel, waar alles voorgezaaid in potten en kluiten verkrijgbaar is.

Dit nieuws doet de verbeelding van de koks helemaal op hol slaan, ter plekke wordt besloten tot de aanleg van een moestuin die onderhouden moet worden door de niet-kokers, zij eten er immers lekker van mee.

Het is verwonderlijk wat geestdrift vermag. Pootaardappeltjes worden voorgekiemd, ook rood- en blauwkokende soorten als 'Egyptian Red' en 'Maori Chief' meegenomen van de Zaaidagen van de Botanische Tuin in Utrecht. Een expeditie naar de Beverwijkse Zwarte Markt levert allerlei kleuren uien en andere knollen op.

De één verheugt zich bij voorbaat op de smaak, de ander bedingt dat niet alles geoogst mag worden, er moet genoeg overblijven om in bloei te schieten. Zelf aardappelen kweken geeft me een veilig gevoel, net als een vaatje zuurkool dat eigenlijk beschamend gemakkelijk door iedereen ingemaakt kan worden.

Ik offer dikke pollen Allium tuberosum op die in het najaar overvloedig witte bloemschermpjes geven. De wrede koks verdelen de planten in vele kleine preitjes om er de moestuin mee te omzomen. Het overschot van de zoete naar knoflook smakende blaadjes vind ik later in de soep.

Uiteindelijk wordt er nog een kistje gevonden met een plaatje glas om maïs in te zaaien en prei. Ik vind alles goed zolang er maar in keurig rechte rijtjes word uitgeplant. Mijn leven is al woelig genoeg en rechte lijnen zoals van de bijna bloeiende bollenvelden om mij heen hebben al zoveel rust gebracht.

En waren het ook niet de rechte lijnen in de tuinontwerpen van Mien Ruys die me als een blok voor haar lieten vallen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden