Stoïcijnse Jan Bos viert unieke wereldtitel uitbundig

BERLIJN - Voor tegenstander Jeremy Wotherspoon was het één van de meest dodelijke momenten uit zijn nog korte schaatscarrière. Terwijl de Canadees, vooraf al de gevierde wereldkampioen sprint, in de laatste ronde van de allesbeslissende duizend meter zichzelf opblies in de ultieme krachtsinspanning alsnog het minieme gaatje van twee-tiende seconde te dichten, gooide Jan Bos alle schuchterheid van zich af.

Hij snelde in de laatste binnenbocht langs zijn enige concurrent en toverde een brede lach op zijn gezicht. Hij liet zelfs een slag lopen om zijn armen in de lucht te gooien. En hij schaatste Erben Wennemars omver die in een half suïcidale actie vlak achter de streep op het ijs was gaan staan om zijn boezemvriend als eerste te kunnen feliciteren. De Gelderlander had nog zoveel snelheid dat Wennemars, de nog verrassender nummer drie van het voor Nederlandse begrippen historische sprinttoernooi, bij de high five bruut onderuit ging. Bij de 600 meter-passage stond de Dalfsenaar, voor wie gisteren nog een extra bus vol supporters naar de Duitse hoofdstad was gereisd, al als een gek te juichen. Op het podium, tijdens de huldiging, spoot hij Bos nat met champagne. De kampioen nam op treffende wijze wraak. Het was trouwens een ongewoon gezicht, de zo stoïcijnse Jan Bos uit het dak te zien gaan. “Mag het een keer”, luidde het voorspelbare antwoord op een obligate vraag. “Wereldkampioen word je niet iedere dag.”

Dat de Nederlandse delegatie halverwege de beslissende kilometer al stond te jubelen en te hossen, deerde Bos niet. De Canadees lag toen nog maar een fractie achter (0,03 seconde), maar zo kende Bos zichzelf en Wotherspoon: “Ik weet dat hij stuk gaat in de laatste ronde, terwijl ik dan juist beter word.” Hij toonde het aan met een fenomenale tussenscore: 27,9. Die was zelfs nog iets beter dan zijn ook al meer dan verdienstelijke slotronde van zaterdag. Na pijltjesgooier Raymond van Barneveld en zwemmer Marcel Wouda is Bos reeds de derde vaderlandse wereldkampioen dit jaar. En ook hij mag zich tot dusver de enige in zijn soort noemen. Sinds de ISU in 1972 voor het eerst officieel een WK sprint in het leven riep, is Jan Bos de eerste Nederlander die met een lauwerkrans werd omhangen. In 1973 waren Jos Valentijn, die in '76 in West-Berlijn wereldkampioen had moeten worden, en Eppie Bleeker twee en drie achter de Rus Moeratov. Na Ard Schenk (2x), Bleeker (2x), Valentijn en Hilbert van der Duim (1983) waren de siamese schaatstweeling pas de zevende en achtste Nederlander op het ereplatform. Aan de wereldtitel van de 22-jarige sprinter uit Hierden mag meer waarde worden toegekend dan al die allroundtitels die Ritsma en Postma jaar op jaar zonder al te veel concurrentie binnenslepen. In het sprinten is de prestatiedichtheid oneindig veel groter. Dat onderdeel van het lange baanschaatsen wordt mondiaal, want in Canada, de VS, Japan en Zuid-Korea, breed gedragen. Dat de Amerikanen met het oog op de Olympische Winterspelen een B-keus naar Berlijn stuurden - de toppers sleutelen in Calgary nog wanhopig aan hun techniek - doet aan de unieke prestatie van Bos (en in zijn spoor Wennemars en Leeuwangh) niets af.

Uniek was de 500 meterzege van Bos op de eerste toernooidag. Dat lukte voor hem geen landgenoot. Uniek was bijna de podiumbezetting op de afsluitende duizend meter: het scheelde één-honderdste seconde, of drie Nederlanders waren voor het voetlicht getreden. Slechts één smetje veroorloofde de nieuwe mondiale titelhouder, die in 1994 in Berlijn al 's werelds sterkste junior bleek en daarom voorstelde het Sportforum maar om te dopen in 'Bosbaan', zich in het toernooi: zijn tweede 500 meter was onder de maat. De concentratie was even weg, hij verliet pas op het allerlaatste moment de inrijbaan en schonk Wotherspoon zodoende nog een fraai pakket schone illusies. Bos ontkende dat hij de kortste sprintafstand op 'safe' had gereden. “Maar ik schrok er ook niet erg van. Ik voelde me zeker voor de duizend meter. Als Jeremy en ik op 600 meter ongeveer gelijk zouden liggen, hoefde ik maar op de been te blijven om te winnen.”

“Dat rustige heeft hij van mij”, zegt vader Willem Bos. “Dat Jan geen last van zenuwen heeft, geldt natuurlijk maar tot een bepaald punt. Ze zullen nu toch wel een beetje door zijn keel zijn gegierd.” Bos junior zegt geen last van druk te hebben - ook niet als zijn kansen voor Nagano ter sprake komen - omdat hij elke wedstrijd of elk onderdeel van een vierkamp als een nieuwe race ziet. “Wat dat betreft ben ik geen rekenaar. Ik moet me voor iedere afstand opladen.” Het meest had hij zaterdag nog in de rats gezeten. Het duurde een paar uur voordat hij de heren van de medische controle op hun wenken kon bedienen. Hij schuifelde zelfs met blote voeten over het ijs om de blaas maar te activeren. De eerste dag had hij op wolken geschaatst. “Mijn 500 zat in de buurt van de perfectie. Alleen de eerste paar stappen na de start waren niet geweldig. Maar verder is het fantastisch, eerste worden op de 500 meter. Het is een droom die uitkomt.” Peter Müller, de onverbeterlijke positivo onder de schaatstrainers, had hem al ingefluisterd dat hij dat onderdeel zou winnen.

Bos kan maar kortstondig genieten van zijn wereldtitel. Morgen vertrekken de sprinters naar Japan. “Dan gaan we tien dagen in quarantaine”, omschrijft Wennemars de aanloop naar de Olympische Winterspelen. Dat Bos een uitgesproken kanshebber is op de duizend meter en in de medailles kan vallen op de halve afstand, deert hem niet. Hij kan voor zijn gevoel alleen maar beter worden. “Ik herstel steeds sneller na een intensieve trainingsperiode en ga op goed ijs alleen maar harder rijden.” De KNSB heeft nog pogingen ondernomen Bos in Nagano ook op de 1500 meter te laten starten. De commissie kernploegen acht hem op die afstand tot meer in staat dan Wennemars, maar de uitkomst van de NK afstanden blijft voor NOC-NSF heilig. “Aanwijzing kan slechts worden ingetrokken in het geval van een calamiteit: ziekte, blessures, gebleken dopinggebruik”, staat er helder in de kwalificatie-eisen.

Wat zegt de snelheidsexplosie van Jan Bos voor de nabije toekomst van het sprinten in Nederland? De wereldkampioen zelf kan alleen maar groeien. Technisch is hij al een van de besten. Bovendien is hij mentaal sterk. Wennemars gedroeg zich de afgelopen maanden in woord en gebaar te vaak als een ongeleid projectiel. Als een razende placht hij van acquit te gaan, om vervolgens in de slotronde te sterven. In bewonderenswaardig korte tijd heeft hij een race evenwichtiger leren opbouwen. Zaterdag vond Wennemars het allemaal nog dramatisch - niemand sprak hem tegen, op de 500 meter veroorzaakte hij een valse start en aan de kilometer mankeerde technisch alles - maar gisteren volgde met name op de langste afstand een krachtig herstel. Met een knappe slotronde van 28,2 haalde hij de Japanners Horii en Shimizu nog in.

Leeuwangh is na een periode waarin hij vooral mentaal met zichzelf overhoop lag en bij gebrek aan prestaties uit de kernploeg werd gestoten, sterk teruggekomen. In het geniep hield Müller hem bij de nationale sprintelite. De Amerikaan stelde de Noord-Hollander, op eigen kosten weliswaar, in de gelegenheid trainingskampen op Papendal en in Montpellier te volgen. Dat kostte hem (of liever gezegd zijn sponsor) 12 000 gulden. NOC-NSF betaalde hem drie mille terug, zijnde de tegemoetkoming in de geslaagde voorbereiding op Nagano. Zonder de druk van het presteren werd hij in Berlijn zevende. Vorig jaar, in Hamar, was Gerard van Velde op plaats elf de beste Nederlander. Bos werd toen dertiende.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden