Review

Stoere jongens maken nu ook gedichtenPOEZIEONDERWIJS

Gedichten schrijven is niet echt haar hobby, zegt ze voorzichtig. Liever gaat de twaalfjarige Klaske de Vries gymmen of spelen op haar dwarsfluit. Gedichten lézen doet ze eigenlijk ook niet.

“Ik lees liever een gewoon spannend boek”, zegt Klaske. Ze is overdonderd dat zij de ereprijs van de schrijversjury heeft gewonnen in de landelijke poëziewedstrijd voor kinderen. Het kwam zomaar in haar op, vertelt ze. Een getekend huis op papier. Wie zou daar niet eens binnen willen stappen? Het gedicht was snel opgeschreven. En komende zaterdag is Klaske eregast op de 'Werelddag voor kinderen en poëzie' in Het Land van Ooit te Drunen.

“Een toevalstreffer”, zegt haar moeder Johanna de Vries. Klaske leest wel veel, maar dat ze thuis nou zo bezig zijn met poëzie, dat niet. Deze prijs is ook geen reden om haar kinderen te stimuleren meer gedichten te gaan lezen of te schrijven.

Helemaal een toevalstreffer lijkt het toch niet. Op Klaske's school, de christelijke basisschool Skoalfinne in Warns (Friesland), is leerkracht Reny van Hijum al jaren heel bewust bezig met poëzie in het onderwijs. De wedstrijd die de Stichting Kinderen en Poëzie jaarlijks uitschrijft, was vier jaar geleden aanleiding om in de klas speciale aandacht te geven aan gedichten en dat is zo gebleven. Op de kleine dorpsschool waar maar drie klassen zijn is Van Hijum leerkracht van een combinatiegroep 6, 7 en 8.

“Zo nu en dan wordt er in de taallessen die wij gebruiken ook wel poëzie aangeboden, maar wij proberen daarnaast ook in projectvorm aandacht te besteden aan gedichten of gaan zelf op zoek naar gedichtenbundels bij behandeling van een bepaald onderwerp” zegt ze.

“Het is toch prachtig wat je in een gedicht kwijt kunt. Ik vergelijk het met tekeningen. Kinderen uiten daar hun gevoel in. Beter dan ze dat soms met taal kunnen. Maar als ik ze gedichten laat maken, zie je dat zelfs taalzwakke kinderen die anders met veel moeite iets op papier krijgen, mooie dingen maken.”

Kinderen moeten wel een houvast hebben in de vorm van een thema, merkt Van Hijum. Dit jaar was het thema bij de poëziewedstrijd 'Waar ik woon. . .'.

“Daar hebben we met elkaar over gepraat, en als je dan aangeeft dat je ook kunt wonen in een jas of in een trui die heel lekker zit, kunnen ze zich er een voorstelling van maken. Dit thema sprak ze erg aan.”

De openbare basisschool De Holm in Den Andel (Groningen) krijgt zaterdag de ereprijs voor scholen uitgereikt. Ook voor directeur Jan Rademaker was de poëziewedstrijd een paar jaar geleden reden gedichten in de klas te halen.

“We wonnen direct een prijsje”, vertelt hij. “Dat motiveerde de kinderen enorm. Vooral in de bovenbouw waar de leerlingen, en zeker de 'stoere jongens', het maar kinderachtig vonden om met 'versjes' bezig te zijn. Dat je daar een prijs mee kon winnen en dat je je gedicht later ook nog eens op een tentoonstelling zag hangen, maakte het volwaardiger.”

Poëzie is een vast onderdeel geworden in het onderwijsprogramma op De Holm. De school organiseert ieder jaar een eigen 'voordrachtswedstrijd' en maakt een bundeltje van het eigen werk van de leerlingen.

“Spelen met woorden, zonder te veel vast te zitten aan de rijm, dat is wat we de kinderen willen leren. Zoals je je best doet om een tekening er mooi uit te laten zien, moet je bij een gedicht je best doen om het mooi te laten klinken. Natuurlijk praten we er ook over. Wat vind je mooi en waarom. Maar ik ben er huiverig voor er een soort filosofieles van te maken. Je ziet het bij tekstverklaring. Uitputtend praten over wat iets kan betekenen leidt eerder tot tegenzin dan plezier om met de tekst bezig te zijn.”

“Ja, je kunt gedichten ook doodanalyseren”, zegt Jacques Vos, auteur van het boek 'Het huis lijkt wel een schip', een handreiking voor poëzieonderwijs op de basisschool. Via de poëzie, vindt hij, is een mooie koppeling te maken tussen beeldende kunst en taalkunst. Kinderen denken in beelden. Dichten is een bijzondere manier om ze die beelden te laten uiten.

“Ik zou willen zien dat er een doorlopende lijn is van de versjes die een kind vanaf de peutertijd meekrijgt tot aan het voortgezet onderwijs”, zegt Vos die zijn carrière ooit als onderwijzer begon, leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs werd en uiteindelijk jeugdliteratuur ging doceren op een lerarenopleiding. Op de basisschool passeren er nog wel eens gedichten in de taallessen en worden er liedjes gezongen.

“Maar het is helaas zo dat in het voortgezet onderwijs nauwelijks wat met poëzie wordt gedaan. En dan opeens komen ze in de bovenbouw en moeten ze weer gedichten gaan lezen. Niet voor niets staan er vrijwel nooit gedichtenbundels op de literatuurlijst.”

Vos geeft in zijn boek de leerkracht simpele aanwijzingen om kinderen uit te dagen een gedicht te schrijven. Door een banaan op tafel te leggen bijvoorbeeld. Door een gevoel te benoemen: 'Als ik boos ben dan. . .', of door met klanken te spelen: 'Zwizzel, zwizzel, zwizzel. . '.

Vos: “Ben je verdrietig? Dat is dan zielig voor je. Maak een gedicht, dan wordt je verdriet duidelijker.”

Het melkmeisje van Vermeer

Ik ben de melkmeid van Vermeer Ik woon in een schilderij al jaren en jaren en jaren. En al die jaren... sta ik naar de melk te staren.

groep 4/5, OBS De Holm, Den Andel, scholenprijs

Zonder titel

Ik woon in een huis en ik heb een zus en ik heb een eigen kapstok.

Wendy Meester, groep 4, Leidschendam

Zonder titel

Wij zijn Turks, maar niet helemaal, we kennen de Nederlandse taal. Mama komt uit een Turkse stad, wist je dat? Wij zijn geboren in Enschede en drinken thuis vaak Turkse Thee.

Tolga Uzelakcil en Ferhat Olcay, groep 4, Enschede

Zonder titel

Hoe komt het dat sommige honden bijten en sommige niet Hoe komt het dat honden het begrijpen en sommige mensen niet.

Jordy Damsma, groep 4, Heemstede, eervolle vermelding kinderjury

Nergens

Ik droomde dat ik nergens woonde niet in een huis, niet in de stad zelfs niet op de wereld. Ik stond op iets wits en naast me lag een potlood. Ik tekende een huis en ik liep door de getekende deur naar binnen. Het verbaasde mij dat mijn moeder er zat die zei: 'Ben je er al!'

Klaske de Vries, groep 8, Warns, ereprijs schrijversjury

Boekenwurm

Soms woon ik in een boek. Niet in een trui of in een spijkerbroek. In saaie kan ik niet leven, daarin ga ik dood. Dan zit ik in problemen, ik zit in boekennood. Dan ben ik dakloos en moet ik naar de bieb. Daarna zit ik weer te lezen, dagen lang, meters diep.

Rens Veneman, groep 8, Haaksbergen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden