Stoer tot het einde

Met zijn kracht had hij duizenden mensen geholpen hun eigen kracht terug te vinden. Zijn handen waren nooit stil.

Zij was de spil van zijn leven. Na een werkzaam leven en de opvoeding van vijf kinderen waren ze samen oud aan het worden. Ze waren al in de tachtig en beseften dat het einde dichterbij kwam. Hij zou waarschijnlijk als eerste gaan. Want hij had al jaren problemen met zijn gezondheid, al gaf hij dat als stoere man maar moeilijk toe. Zij was kwiek en had nooit ergens last van. Daarom dacht ze er weleens over na hoe ze zich in haar eentje zou moeten redden. Ze ordende al vast belangrijke papieren en bekeek de financiën nog eens goed.

Op een dag in juli vorig jaar viel ze ineens dood neer, in de woonkamer, voor zijn ogen. Meteen stortte hij zich op haar om haar te reanimeren. Dat had hij in zijn professionele leven met honderden mensen gedaan en dat vak had hij niet verleerd. Maar na een half uur moest hij haar opgeven.

Hij was wanhopig. Dit was te veel voor hem. Hij raakte buiten zichzelf, van de schok en het verdriet.

Bram Rijken was altijd een sterke man geweest. Een klassieke Rotterdammer: geen woorden maar daden. Een doener, een aanpakker, en asjeblieft geen gezeur en gezever. Schokkende gebeurtenissen in zijn leven hadden geen merkbare sporen achtergelaten.

Zoals het bombardement van Rotterdam, waar hij was opgegroeid. Of de onderduik bij een boer in Overijssel om te ontkomen aan gedwongen arbeid in Duitse fabrieken. Bram kon het zich allemaal goed herinneren, maar het had hem niet wezenlijk geraakt. Als hij maar bezig kon zijn met zijn handen, in zijn werk, zijn klussen in huis of met zijn sport, dan ging alles goed.

Van zijn schooltijd is niet veel terechtgekomen. Toen de oorlog uitbrak was hij dertien en zat hij nog maar net op de mulo. Uiteindelijk kreeg hij zijn diploma cadeau.

Hij zal zich ongetwijfeld hebben vermaakt in die jaren. Hij zwom graag in de Kralingse Plas. 's Winters hoopte hij altijd op ijs, zodat hij naar Gouda kon schaatsen. Daar kocht hij met zijn vrienden breekbare schuimstenen pijpjes die ze vervolgens probeerden zonder brokken thuis te krijgen.

Na de bezettingsjaren koos Bram met zijn sportieve inslag voor de CIOS, de school voor sportleiders, in Overveen. In die jaren kreeg hij verkering met een meisje, Dinie Borkent. Ze was de dochter van een keuterboer in Overijssel in een streng gereformeerd milieu dat heftig theologisch verdeeld was geraakt in de oorlogsjaren.

Dinie was naar het Westen vertrokken en had onder andere gewerkt in een Haagse lingeriewinkel. Tijdens een bevrijdingsfeest had ze Bram ontmoet. Hij viel voor haar grote bos zwarte krullen. Zij moest aanvankelijk niet veel van hem weten, maar hij hield vol, en uiteindelijk zwichtte Dinie voor Bram's stoere persoonlijkheid.

Het duurde ehter nog jaren voor ze konden trouwen. Na de sportopleiding moest Bram nog in militaire dienst, die hij als sportinstructeur in Gilze-Rijen vervulde. Daarna vond hij een baan als sportleraar bij een gymnastiekvereniging in Rotterdam en konden ze trouwen. Het jonge paar ging inwonen bij zijn ouders in Rotterdam. Daar werd hun eerste kind geboren.

Maar zijn werk betaalde niet best en Bram ging in zijn vrije tijd weer een opleiding volgen: heilgymnastiek, massage en later het nieuwe vak van fysiotherapie.

Toen hij daarmee klaar was, in 1954, ging hij op zoek naar een praktijk die hij kon overnemen. Die vond hij aan de andere kant van het land, in Doetinchem. Achter een rij statige huizen stond een houten barak waar ze moesten wonen en praktijk houden. Dinie vond het er vreselijk. Het was behelpen in die noodwoning. In de winter was het er zó koud dat ze met een ketel kokend water de leidingen moest ontdooien. Hun zoontje lag 's morgens blauw van de kou in bed. En Dinie miste Rotterdam; ze was een echte stedeling geworden en ze had wel terug willen kruipen naar haar Rotterdam.

Bram ging helemaal op in zijn werk, tot 's avonds laat, zoals hij dat altijd zou blijven doen. Als hij klaar was in zijn praktijk, ging hij op de brommer de Achterhoek in om mensen thuis te behandelen. Of hij ging naar het toenmalige St. Jozefziekenhuis.

Toen hij in 1959 zijn praktijk aan dat ziekenhuis verkocht, kwam hij daar in dienst. Er braken mooie tijden aan. Van de verkoopopbrengst konden ze een villa laten bouwen aan de Edo Bergsmastraat. Dat comfortabele huis was groot genoeg voor het gezin dat vijf kinderen zou tellen.

In zijn ziekenhuispraktijk kreeg Bram allerlei apparatuur en voorzieningen waarvan hij niet had kunnen dromen in zijn houten barak. De eenmanszaak groeide uit tot een man of twintig.

Toch bleef Bram tot laat werken. Zijn medewerkers bleven in de praktijk, hij ging langs de ziekenhuisbedden en werkte door tot het bezoekersspreekuur. Dus was hij nooit met het avondeten thuis.

Als hij dan hoorde dat de kinderen hun moeder verdriet hadden gedaan, dan zwaaide er wat. Niemand mocht Dinie, zijn grote liefde, schaden. De kinderen werden dan op een rij gezet in de garage en kregen met de matteklopper.

De zondag was heilig. Dan bleven ze thuis, maar niet om te luieren. Bram verwachtte van zijn kinderen eenzelfde sportiviteit als die van hemzelf. Ze moesten altijd bezig zijn, met sport en spel, of met klussen in huis. "Als je geen zin hebt, dan maak je maar zin", zei hij vaak.

Hij botste daarmee vooral met zijn oudste zoon, die liever in de weer was met een terrarium en een aquarium dan dat hij handstanden deed. Toen die zoon later als bioloog onderzoek deed in het oerbos van Polen en terugkeerde met een Poolse, katholieke vrouw, was dat een schok voor Bram en Dinie. Het duurde even voordat ze dat konden aanvaarden. Ook konden ze aanvankelijk moeilijk accepteren dat hun dochter koos voor een vrouw als levenspartner. Maar uiteindelijk hebben ze al hun vijf schoondochters liefdevol omarmd. De familieband was toch het belangrijkste.

Maar de kinderen die zijn passie voor sport deelden, hadden de tijd van hun leven. Al in de jaren zestig gingen ze met skivakanties en in de zomer zaten ze op het water, in een boot of op een surfplank, een noviteit die Bram als veertiger nog onder de knie wist te krijgen.

Op z'n 60ste ging Bram met pensioen. Met Dinie heeft hij van de vrijheid genoten, met lange reizen naar zee of sneeuw en veel tijd voor de kleinkinderen. Ze verhuisden naar een groot appartement in Doetinchem.

De gelukkige jaren daar kwamen plotseling ten einde toen Dinie ruim een jaar geleden stierf. De zaal waar ze hun 60-jarige huwelijk zouden vieren, was al gereserveerd. De petit-fourtjes die ze hadden bedacht, zouden nu na de uitvaart worden geserveerd.

De schok bracht Bram uit zijn evenwicht. 's Nachts ging hij in de badkamer thuis tekeer. De spiegel, de wastafel, alles was besmeurd met zijn bloed. Er waren negen hechtingen nodig voor zijn wonden. Maar een paar dagen later stond hij toch op Dinie's begrafenis, met pleisters en verbanden. Hij wist welke ravage hij had aangericht, maar hij kon er zich niets van herinneren.

Bram krabbelde weer op. Hij had al lang last van kwalen zoals hartzwakte, trombose en diabetes. Maar hij deed zich altijd beter voor dan hij was. Als hij benauwd was, dan was dat alleen maar een koutje, zei hij. Hij liet nog een staaroperatie doen om zijn rijbewijs te mogen verlengen, al reed hij zelf niet meer. Met een scootmobiel wist hij zich goed te redden.

De ongemakken van de ouderdom deed hij af met: "Ik moet inleveren, maar gelukkig heb ik nog wat om in te leveren."

In januari 2012 verhuisde hij terug naar zijn bakermat Rotterdam, dichtbij zijn dochter en haar vrouw. Ook al hield hij zich groot, hij bleef achteruit gaan. Dat besefte hij zelf ook. "Ik wil wel naar Dinie toe", zei hij. Hij maakte zich alleen zorgen of hij haar wel zou kunnen vinden daarboven.

Bram Rijken werd geboren op 4 augustus 1926 in Rotterdam. Daar stierf hij op 28 augustus 2012.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden