Stilteling, een mooi woord voor wie stilte weet te ervaren als een woonplaats

Van onze tenen hebben er drie geen aparte naam. Een voorbeeld van wat wel 'gaten in de taal' heet. Onze Taal heeft ooit vullers ervan bekroond. Het leverde neologismen op als loodjeslijstje (met dingen die je nog vóór je dood wilt doen).

In het pasverschenen 'Lichaamsziel - Een retraite in rouw' (Vantilt, euro 14,95) overdenkt Jan Oegema ervaringen na de dood van zijn moeder. En passant vult hij twee leemten in de taal.

Stilteling noemt hij iemand 'die graag in stilte is' en haar 'beleeft als een aangename lichamelijke gewaarwording'. Een treffend woord, voor wie stilte beleven kan als woonplaats. Taalkundig verdedigbaar ook, naar analogie van stede- en dorpeling.

Minder gelukkig is Oegema's tweede neologisme. Reagerend op de opmerking van P. F. Thomése dat er geen woord bestaat voor een ouder die een kind verloren heeft, stelt Oegema kindeling voor. Een van zijn grootmoeders, die vier kinderen naar het graf bracht, noemt hij dan ook 'kindeling van Gerrit, Sikko, Tamme en Iekje'.

Nieuw is kind(e)ling niet. Een 17de-eeuwse dichter zag 'een kindling (...) traentjes weynen'. Zijn woordkeus strookte met het gebruik van het achtervoegsel -ling om naar iets kleins te verwijzen, in dit geval een klein kind. Vergelijk nesteling (jonge vogel).

Het hoofdbezwaar tegen Oegema's kindeling is dat de betekenis van zo'n persoonsaanduiding op

-ling allereerst bepaald wordt door het zelfstandig naamwoord waarmee het begint, zoals in gunsteling, ellendeling of dorpeling. En dat is hier helaas niet verlies dan wel ouder, vader of moeder, maar kind. jdeberg@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden