Interview

Stilte vond ik op de Zuidpool

Erling Kagge:
Erling Kagge: "Als je alleen bent in de natuur voel je je mogelijkheden. Dat is trouwens wat heel veel mensen ervaren als ze gaan skiën of zeilen of klimmen."Beeld TR Beeld

Schrijver, uitgever en avonturier Erling Kagge bedwong de Noordpool, de Zuidpool en de Mount Everest. Nu heeft de Noor een boodschap voor de wereld. ‘Durf de stilte aan.’

Leonie Breebaart

Met zijn bruinverbrande gezicht, tanige lijf en warrige baardje ziet de 54-jarige Erling Kagge eruit alsof hij net van de berg naar beneden is komen lopen. Wat niet zo ver bezijden de waarheid is, aangezien hij er net een achtdaagse skitocht in de Noorse bergen op heeft zitten. Nu zit één van de grootste avonturiers van onze tijd in de lobby van een Amsterdams hotel te praten over een fenomeen dat hem al decennia fascineert: stilte. Hij schreef er een fraai uitgegeven boekje over dat net is vertaald.

Met stilte heeft Erling Kagge ervaringen waar weinig anderen op kunnen bogen. In 1993 liep de destijds 29-jarige Noor als eerste ter wereld alleen naar de Zuidpool. De ijzige tocht van 1310 kilometer volbracht hij in vijftig dagen, zijn eigen voorraden aan eten en brandstof voortslepend. En zonder enig contact met de bewoonde wereld.

“De sponsor en de vliegtuigmaatschappij eisten dat ik een radio naar de Zuidpool meenam”, zegt hij luchtigjes, “anders wilden ze me niet afzetten. Maar dat was het plan niet, ik wilde alleen zijn. Dus toen heb ik die radio wel meegenomen, maar in het vliegtuig heb ik de batterijtjes eruit gehaald.”

Een paar jaar eerder, in 1990, was Kagge samen met Børge Ousland de eerste die de Noordpool zonder tussentijdse hulp bereikte. En kort na zijn Zuidpool-avontuur bedwong hij de Mount Everest, wat hem de eerste mens maakte die ‘de drie polen’ had bedwongen. “Ik ben echt niet fitter dan anderen, ik bereid me gewoon ontzettend goed voor.”

Skiën, klimmen, dat doet hij nog regelmatig, net als zeezeilen. Toch leidt Kagge, opgegroeid en opnieuw woonachtig in Oslo, daarnaast een stadser leven als vader van drie puberdochters, als kunstverzamelaar en als uitgever. “Toen ik net van de Zuidpool kwam, stond ik ver af van mijn lezers, maar nu weet ik hoe het is om elke dag naar kantoor te gaan. Ik weet hoe het is als je dochter te laat thuiskomt van een feestje. Ik sta dichter bij mijn publiek.”

En dat is van belang, want inmiddels heeft Kagge, die meerdere boeken schreef over zijn avonturen, ook een boodschap. In ‘Stilte’, door veertig uitgevers aangekocht, wil hij de wereld ervan overtuigen dat stilte de meest onderschatte luxe van deze tijd is. “Twintig jaar gelden, toen ik net over de Zuidpool heb gelopen, voelde ik die urgentie nog niet. Nu is dat anders, stilte staat meer dan ooit onder druk”.

Piepende mobieltjes

Het idee ontstond in Schotland, na een lezing die hij was begonnen met één minuut stilte. Achteraf in de pub, bleken de studenten nog vol vragen te zitten. Wat is stilte? Wáár is stilte? En waarom is het belangrijk?

Wat die tweede vraag betreft, moet Kagge zijn lezers teleurstellen. Zelfs op de Noordpool kan het een herrie van jewelste zijn. Alleen op Antarctica heerst totale stilte, maar dat is dan ook niet een door continenten omgeven zee, maar het omgekeerde: een door zeeën omgeven continent.

Na zo’n stilte-ervaring móet de moderne wereld van piepende mobieltjes ook wel hectisch overkomen. Maar volgens Kagge, die zich al jaren in het thema stilte verdiept, is de drukte in ons hoofd niet alleen maar een moderne verschijnsel. “Pascal zei het al in de zeventiende eeuw: Mensen hebben een afkeer van het heden. We slagen er niet in om niets te doen.”

Daar ligt het probleem, meent Kagge, maar hoewel hij een oplossing in het vooruitzicht stelt, heeft hij van ‘Stilte’ geen zelfhulpboek willen maken. “Ik wilde niet weer zo’n boek schrijven als ‘Zeven stappen naar stilte’.

Ik wilde er omheen schrijven.” Daarmee bedoelt de schrijver dat er in ‘Stilte’ af en toe een gedicht voorbijkomt, dat hij soms Kant of Wittgenstein citeert - Kagge studeerde nog een blauwe maandag filosofie in Cambridge - en dat hij vertelt over reizen, vooral over Antarctica. “De dagelijkse leugentjes en halve waarheden waar we ons in ons dagelijks leven mee bezighouden, lijken vanaf een afstand volkomen zinloos.”

Wat vond uw familie er eigenlijk van dat u zulke gevaarlijke tochten ondernam? Als poolreiziger neem je toch immense risico’s?

“Vroeger dacht ik daar misschien te weinig over na. Maar natuurlijk: het ís gevaarlijk. Omdat ik mijn expedities zo nauwgezet voorbereid, kan ik de risico’s wel tot een minimum beperken.”

Maar het blijft een egocentrische onderneming.

“Natuurlijk, de behoefte in je eentje de wildernis op te zoeken, is egocentrisch. Dat kun je trouwens ook zeggen van mensen die de stilte in het gewone leven opzoeken. Zeker als je een gezin hebt, dan is dat moeilijk, hoewel niet onmogelijk. Maar stilte opzoeken betekent niet het leven vergeten. Het is het tegenovergestelde van egoïsme. Ik denk dat het juist gaat om een liefdevol leven, waarin je jezelf beter begrijpt en de omstandigheden waarin je leeft. Ik schrijf over de mogelijkheid bewuster te leven. Daarvoor hoef je trouwens niet de natuur in te gaan, je hebt ook geen cursus yoga of mindfulness nodig, al kan dat wel helpen..”

U citeert in dat verband de filosoof Immanuel Kant, die zich zo verwonderde over de sterrenhemel boven hem.

“Ik ben niet een echte filosoof, dus ik weet niet wat Kant er precies mee bedoelde, maar ik vond het mooi dat hij zich verwonderde over de sterrenhemel boven hem. En dat terwijl hij zijn woonplaats Koningsbergen eigenlijk nooit uitkwam! Die sterren heeft hij misschien gewoon vanuit zijn raam gezien of op een nachtelijke wandeling. In die tijd was het natuurlijk nog wel donker ’s nachts.”

Kant verwonderde zich ook over de ethische wet die hij in zichzelf vond. In welke zin maakt het ondergaan van de wildernis je tot een beter mens?

“Door het grootse van de natuur, door de kracht en de energie ervan, voel je hoe klein je bent, hoe onbelangrijk je leven is en dat maakt je op de een of andere manier nederig. Aan de andere kant maakt het je bewust dat je deel uitmaakt van iets groters. En daardoor voel je ook iets groots in jezelf. Misschien is je leven in groter perspectief onbelangrijk, maar het is wel jouw leven. Je bent máár een schepsel - maar je maakt wel deel uit van die geweldige schepping. Daarom ben je er ook verantwoordelijk voor. Als je alleen bent in de natuur voel je je mogelijkheden. Dat is trouwens wat heel veel mensen ervaren als ze gaan skiën of zeilen of klimmen.”

U bent ook uitgever. In uw fonds komen bijvoorbeeld boeken uit over breien en ‘het opstapelen van hout’. In hoeverre helpen zulke boeken ons verder?

“Mensen hebben denk ik behoefte aan een eenvoudig leven. In Noorwegen is het een enorme trend om je eigen bier te brouwen. Breien, handenarbeid, of gewoon de afwas doen: je afsluiten van de wereld en één ding tegelijk doen, liefst iets dat tijd kost. En als je ermee klaar bent is de wereld een beetje beter geworden. Als je een mooie trui breit en weggeeft, dan helpt dat mensen in het algemeen natuurlijk niet, maar je doet iets kleins dat verschil maakt. Als je hout hakt, als je een vuur maakt, dan voelt iedereen zich beter. En je hebt ook een excuus even geen deel uit te maken van je familie.”

Aha, dus iets nuttigs doen is een excuus om weg te komen van je familie? Dat doet me denken aan huisvaders die zondags langs de sloot zitten om hun gezin te ontlopen.

Lachend: “Inderdaad, zoals mannen gaan vissen. Ze willen een excuus om alleen te zijn, maar als ze terugkomen met vis voor hun familie, is iedereen gelukkig.”

U wilt uw lezers dus aanzetten iets te gaan doen dat hen een gevoel van trots en zelfstandigheid geeft?

“Volgens mij heb je als mens twee opties. De makkelijkste weg is gewoon blijven doen wat je aan het doen was, die quiz uitkijken, voor je tv blijven hangen. De tweede is de moeilijkste weg kiezen, die ook weer niet zó moeilijk is. Je hebt er geen tocht in de natuur voor nodig. Je moet gewoon even stil blijven zitten en wachten tot het lawaai in je hoofd ophoudt. Tot je alleen bent met jezelf. Zelf heb ik altijd de moeilijkste weg gekozen en ik heb daar nooit spijt van gehad. Zo ontdek je je eigen grenzen, je eigen Zuidpool.”

Erling Kagge

Erling Kagge (Oslo, 1963) was een eenzaam kind en rusteloze puber. Dat veranderde toen hij als midden-twintiger begon aan ‘serieuze expedities’. Toen hij in 1989 afstudeerde in de rechten, had hij al twee keer de Atlantische Oceaan over gezeild. In 1990 bereikte hij met Borge Ousland de Noordpool. Nadat hij twee jaar als advocaat gewerkt had in Oslo, besloot Kagge als eerste alleen naar de Zuidpool te lopen.

Een jaar later, in 1993, bedwong hij Mount Everest, hoewel hij kampt met hoogtevrees. Nadat hij een jaar filosofie gestudeerd had in Cambridge, richtte hij terug in Noorwegen een eigen uitgeverij op, ‘Kagge Forlag’. In 2010 maakte hij met stadshistoricus Steve Duncan een tocht door de onderaardse krochten van Manhattan, vastgelegd in ‘Manhattan Underground’.

Daarnaast maakte Kagge naam als verzamelaar van moderne kunst en Russische iconen. Hij heeft drie puberdochters: Nor, Ingrid and Solveig. Het opvoeden van zijn dochters heeft hij wel beschreven als ‘de vierde pool’.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden