Stilte op de Koppenplatz

In Berlijn-Mitte staat een bescheiden monument in brons, dat verwijst naar gedeporteerde Joodse buurtbewoners. "Hoe kun je een verbinding aangaan met de degenen die aan deze plaats waren overgeleverd, als van hen elk spoor ontbreekt?"

ERIK BORGMAN EN LIESBETH HOEVEN

Een jonge vrouw neemt plaats op een stoel in het park. Met de mouw van haar regenjack veegt ze de zitting schoon. Haar hoofd beweegt zachtjes op het ritme van de muziek van een iPod. De tafel voor haar is leeg, eronder liggen grote plassen. Een mus zoekt naar kruimels op de grond. De vrouw glimlacht en strijkt een hand door het haar. Schön!, roept haar reisgenoot met camera. Schamlos, mompelt een voorbijganger.

Der Verlassene Raum. Een paar vierkante meter parketvloer met visgraatmotief. Een tafel en twee stoelen, waarvan een met de rugleuning op de grond ligt. Dit alles in brons. Het gedenkteken ligt aan de rand van een park in de voormalige Joodse buurt van Berlijn, stadsdeel Mitte. De strook groen is omgeven door hoge huizen. Achter de ramen speelt zich het alledaagse leven af. Daar kwam in 1938, tijdens de novemberpogroms, voor de toenmalige bewoners een abrupt einde aan. Sommige Joden konden in haast wat bezittingen meenemen, hun huizen werden door de nazi's geplunderd. Wat achterbleef was een ontmantelde ruimte, met slechts de sporen van het voorgoed voorbije leven. Een omgevallen stoel, een tafel ontdaan van haar spullen: een haastig geschreven vel papier, een gebruikt bordje, een opengeslagen gebedenboek. Hier werd eens gewerkt, gegeten, angst gedeeld, hoop gekoesterd. Lawaai, paniek. En daarna een allesoverheersende stilte.

Het bleef lang stil. Na 1945 werden de verschrikkingen van de Grote Vernietiging snel naar de achtergrond gedrongen. De confrontatie met de systematische vervolging en moord op meer dan zes miljoen mensen werd nauwelijks aangegaan. Niet door de 'thuisblijvers' die machteloos aan de zijlijn hadden gestaan en het opkomend schuldgevoel liefst wilden verdringen. Niet door de weinige direct overlevenden die het liefst hun abrupt gestopte leven wilden oppakken. Niet stilstaan bij het verleden, maar 'vooruit', was de boodschap.

Vanaf midden jaren zestig kwam daar verandering in. Opdat we niet vergeten, opdat dit nooit meer gebeurt. Maar waar we dan op stuiten is juist die stilte. Van het gedwongen zwijgen, van het onvervulde en onvervulbare verlangen van de doden. Hun taalloosheid zet ons aan te getuigen van de eigen sprakeloosheid. Stilte, niet langer als een teken van vergetelheid, maar als een ruimte van herinnering. Zo geschiedde, op de Koppenplatz in Berlijn.

Ontwerp voor dit plein een gedenkteken dat de aanwezigheid van de Joden in Berlijn voor de vergetelheid behoedt, luidde de oorspronkelijke opdracht. Vijftig jaar na de pogroms en een jaar voor de val van de muur schreef de gemeenteraad van toenmalig Oost-Berlijn een wedstrijd uit. Ruim zeventig voorstellen bereikten de commissie. Symbolen die herinnerden aan het Joodse leven, tekenen ter ere van het verzet en de strijd om een bestaan in mensonwaardige omstandigheden... Het gros van de inzendingen speelde in op het stilzwijgende statement dat aan de wedstrijd ten grondslag lag: de Joodse cultuur leefde én leeft. Het monument zou deze Widerstand moeten markeren. Een kleine tien jaar verstreken, voordat het winnende ontwerp van beeldhouwer Karl Biedermann en landschapsarchitecte Eva Butzmann gerealiseerd werd. Hij ontwierp het gedenkteken, zij het park.

In de tussentijd woedde, naar goed Berlijns gebruik, een felle discussie. Niet alleen over het grootschalige Holocaust Mahnmal, waarover uiteindelijk nog tien jaar langer is gesproken, maar ook over kleinschalige, intieme monumenten als 'Der verlassene Raum' op de Koppenplatz. Was het werkelijk nodig, om buurtbewoners van nu te confronteren met een verleden waar zij part noch deel aan hadden? Of: zou het monument wel opzienbarend genoeg zijn om het niet achteloos te kunnen passeren? De discussie werd nog gecompliceerder, toen even het idee opkwam om een hondentoilet nabij het gedenkteken te situeren. Biedermann wilde de opdracht teruggeven.

Zover kwam het niet. Op 26 September 1996 werd 'De verlaten kamer' onthuld. Het monument confronteert stadsgenoten en toeristen met de afwezigheid van een grote groep mensen, met het gemis van hun levenswijze en cultuur. Hier, in dit park in hartje Berlijn, stuiten we steeds op de afwezigheid van hen die niet hadden mogen verdwijnen. Het gedenkteken concretiseert de onmogelijke, maar onontkoombare opdracht om de herinnering aan de Shoah 'te bewonen'. Dankzij plaatsen als deze kunnen we de herinnering betreden.

Stilte a.u.b.! Verboden te fotograferen, verboden te eten, verboden het kunstwerk aan te raken - gebodsborden die je vindt bij herinneringsplaatsen. De borden maken onmogelijk wat ze tegelijkertijd willen beschermen: actief gedenken, het herstel van communicatie tussen de doden en de levenden. Op de Koppenplatz ontbreken zulke borden. Hier zou vrijheid nooit meer aan banden gelegd worden, mag iedere gast zich welkom voelen. Geen gedragsregel of verbod meer. Of toch één, gegoten in brons: de toe-eigening van andermans afwezigheid.Schamlos! Is het de camera die de voorbijganger als ongepast ervaart; het idee dat deze plaats als achtergrond fungeert voor een foto in het vakantiealbum? Berlijn vult zich met mensen die kennis willen maken met haar geschiedenis. Zou het beter zijn als zij niet komen, wegblijven, een rouwband dragen? Onzin. Er wordt herdacht en herinnerd, en hoe! De vrouw doet voorkomen alsof ze plaats neemt in een donkerbruin café, uitpuffend van een lange stadswandeling, de harde stoel zit zichtbaar lekker. Zonder schroom neemt ze bezit van de ruimte. Ze doorbreekt de verstilling en doet afbreuk aan de afwezigheid die door de leegte om het meubilair heen levend gehouden wordt. De titel van het gedenkteken moet haar zijn ontgaan. Der Verlassene Raum. Verderop, aan de rand van het park, staan bankjes. Leeg. Geen mensen, geen mussen. De rode verf bladdert af. Verval.

Onverwoestbaar brons. De geschiedenis verdicht zich op plaatsen die we in alle vrijheid kunnen aandoen, om ze vervolgens weer te verlaten. Van de verhalen van degenen die deze plaats ooit bevolkten, kunnen we beleefd, met respect of met een mengeling van afschuw en ontroering kennis nemen - om ze vervolgens te laten voor wat ze zijn en over te gaan tot de orde van de dag. We luisteren muziek en vieren vakantie. Dat dit kan is goed - en dat is een eufemisme.

De huidige bewoners van de Koppenplatz verlaten hun huizen, keren even om, halen op wat vergeten is; een brief voor de post, een lunchtrommel, het verlanglijstje van een bijna jarig kind. Zij gaan... en komen weer thuis.

Zouden ze aan de verlaten ruimte voor hun deur zien hoe hun voorgangers met grote inspanning probeerden hun leven in abnormale omstandigheden zo normaal mogelijk te leven? Zij worden geconfronteerd met een muurloze kamer die ontdaan is van de wanordelijke sporen die het echte leven altijd achterlaat, maar ook van de mensen die haar betekenis gaven.

Hoe kun je een verbinding aangaan met degenen die aan deze plaats waren overgeleverd, als van hen elk spoor ontbreekt? Ligt in het gedenken een onmogelijke taak besloten voor buurtbewoners? Overschreeuwt het meisje op de stoel haar eigen onvermogen?

'Stt'! De vrouw maant haar reisgenoot tot stilte. Zij leest wat er in de rand van de parketvloer op de Koppenplatz staat.

Het zijn woorden van de Joods-Duitse dichteres Nelly Sachs (1891-1970), die in 1940 het naziregime wist te ontvluchten. Tijdens haar ballingschap in Zweden schreef zij het gedicht O die Schorsteine (1947), waarvan enkele strofen de omtrek van Der Verlassene Raum markeren. Het gedicht is een allegorie op de concentratiekampen. Confrontatie met deze werkelijkheid dreigde Sachs' leven, ondanks de feitelijke afstand tot de gruwelijkheden die zich elders voltrokken, te verstikken; taal redde haar van de afgrond.

Sindsdien doen wij niet anders dan zoeken naar een taal om uit te drukken hoe je een onvoorstelbare geschiedenis blijvend in beeld houdt. Wat is 'het juiste woord' om uit te drukken dat hier eigenlijk geen woorden voor zijn?

Gangbare woordenboeken kennen een betekenis toe aan woorden. Maar 'Het juiste woord' kent woorden toe aan een gedachte. Zo ook aan onze gedachten over het gedenken. 'Taal' verwijst naar 'Spreken', synoniem voor 'Het stilzwijgen verbreken'. Via 'Stilzwijgen' komen we uit bij 'Stilte' - waaronder de opmerkelijke 'onrechtstreekse wending': 'Stt!'... Een klank die de voortgaande geschiedenis verstoort. Die de intensiteit van de onderbreking van geluid naar stilte onder woorden brengt. Die het meisje en haar reisgenoot doen beseffen dat de nagebootste kamer verlaten is én blijft.

In 'Het juiste woord' wordt 'Stilte' een pagina later, via de omweg van allerlei typen geluiden, afgelost door 'Vogelzang'. Mussen? Die sjilpen, tjilpen, piepen of kwetteren.

De mus in Der Verlassene Raum is een stille getuige. Onverstoorbaar hipt de vogel van de ene kant van de kamer naar de andere. Op de rand van het tafelblad, op de leuning van de stoel, op de vloer, tussen de letters van de 'woningen des doods' ¿ overal strijkt zij neer. Alsof de mus iets wil vertellen: geen kruimels, geen sporen.

Erik Borgman en Liesbeth Hoeven zijn verbonden aan de Tilburg University; Borgman als hoogleraar theologie en onderzoeker van het grensgebied van hedendaagse seculiere cultuur en religie, Hoeven doet promotieonderzoek naar de grondslagen van een herinneringscultuur na Auschwitz. Dit artikel is een voorpublicatie uit 'Sporen van afwezigheid. Gedenken in stemmen, stenen en stilte' (Uitgeverij Klement, ISBN 9789086870844).

O de woningen van de dood,

Uitnodigend ingericht

Voor de waard van het huis, die vroeger gast was -

O vingers,

Jullie die de dorpel van de ingang leggen

Als een mes tussen leven en dood -

O schoorstenen,

O vingers,

En het lijf van Israël in rook door de lucht!

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden