Stille agent zoekt coole gangster

Het Eye Filminstituut wijdt een supercool retrospectief aan Jean-Pierre Melville, de oude meester van de Franse 'policier' die de nieuwe Sherlock Holmes de weg wijst.

Groot oproer op Nieuwjaarsdag in Engeland, vorige week. Tien miljoen kijkers hadden afgestemd op BBC1 om getuige te zijn van de terugkeer van Sherlock Holmes, gespeeld door Benedict Cumberbatch. Twee jaar was uitgekeken naar zijn rentree in de Britse misdaadserie 'Sherlock', een hedendaagse versie van de klassieke verhalen van Arthur Conan Doyle, waarin de Britse meesterspeurder beschikt over moderne technologieën om misdaden op te lossen.

Holmes was teruggekomen om uit te leggen hoe hij de fatale val van het dak van St. Bart's Hospital overleefde, en om zijn assistent Dr. Watson de stuipen op het lijf te jagen met zijn verrijzenis. Twitter ontplofte bijna na de uitzending. Wat bleek? De makers hadden in deze eerste aflevering van het derde seizoen de lijnen, stations en tijdschema's van de London Underground compleet door elkaar gehaald. De Jubilee Line, de District Line, Piccadilly, er klopte niks van. Er waren boze fans, en verdrietige fans die zeiden minder genoten te hebben van Sherlock Holmes door alle verwarring.

Tekenend, die hang naar realisme als het om onze misdaadverhalen gaat, of het nu televisieseries of bioscoopfilms zijn. Heel precies volgt de Franse regisseur Jean-Pierre Melville de gangen van de huurmoordenaar in 'Le Samouraï' (1967), een van de hoogtepunten in het Franse misdaadgenre, en zowel van invloed op Jean-Luc Godard als Quentin Tarantino, Johnnie To als Jim Jarmusch. Hoe de boef de politiemacht probeert af te schudden in het gangenstelsel van de Parijse metro. Hij kent alle stations, en alle uitgangen op zijn duimpje. Die kennis is zijn kracht.

En dat geldt niet alleen voor de opgejaagde boef, perfect gespeeld door Alain Delon, de knaptste van al, maar ook voor Melville, de regisseur. Het gaat hem niet zomaar om het verplaatsen van jager en opgejaagde in de ruimte. Bij Melville is de plattegrond van de Parijse metro onderdeel van de vertelling. De winnaar is degene die de plattegrond het beste kent, die de kaart van de stad als het ware heeft verinnerlijkt. Het is precies de reden waarom veel Britten zich na het zien van hun geliefde Sherlock Holmes bekocht voelden. De meesterpeurder van Baker Street deed maar wat.

Hoe belangrijk een herkenbare locatie voor een misdaadverhaal is, bewijst de langst lopende Duitse Krimi. Elke zondagavond om 20.15 uur wordt in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland massaal afgestemd op 'Tatort'. Het begon in 1970 in Duitsland, maar inmiddels zijn er dus drie landen die hun eigen afleveringen van 'Tatort' maken en hun eigen politie-inspecteurs hebben.

Daarbij worden in Duitsland vijftien versies door regionale divisies geproduceerd, met acteurs die in lokale tongval spreken, en om de hoek hun Bratwurst mit Sauerkraut eten. Alles ter bevordering van de identificatie. Er is een 'Tatort' voor Hamburg, Leipzig, Frankfurt en Bremen. De inspecteurs zijn vaak gewone mannen en vrouwen, met gewone problemen, die elke zondagavond wel mooi de moordenaar vinden.

Dat kun je van Melville's politie-inspecteur in 'Un Flic' (1972) niet zeggen, dat hij gewoon is. Alain Delon, die bij Melville even goed de gangster speelt als de agent, en die de grens tussen die twee subtiel laat vervagen, is de ultieme Mr. Cool. Strak in het pak. Gauloise bungelend in de mondhoek. De blik op oneindig bij het oplossen van een bankroof of drugssmokkel. Delon heeft bij Melville het zwijgen geperfectioneerd. Hier geen afleidend gebabbel, maar actie, en een eenzame, zwijgende agent die harder en meedogenlozer is dan de boeven waar hij op jaagt.

Melville (1917-1973) had een zwak voor gangsters. Als schooljongetje las hij al de boeken over Fant¿mas, de legendarische gemaskerde misdadiger. Hij diende als soldaat in de Tweede Wereldoorlog, zat in het Franse verzet, en ervoer dat als een tijd van grote kameraadschap, een thema dat hij onderzocht in zijn derde fantastische gangsterfilm met Alain Delon, 'Le Cercle Rouge' (1970).

We zijn in het Frankrijk van de Burberry trenchcoats en Borsalinohoeden met gleuf. Zo klassiek kleedt Melville zijn gangsters, Alain Delon - dit keer met snor - voorop. De straten in Parijs glibberen van de natte winter, de plek waar het strakke misdaadballet van Melville kan beginnen.

In de gemiddelde misdaadserie op televisie is de inspecteur de ster. Afgelopen weekend was er een keus uit maar liefst twintig misdaadseries op de verzamelde Nederlandse, Belgische, Engelse en Duitse zenders, met veelal een forensisch expert of een andere geniale speurneus aan de leiding. In Berlijn speurt op zaterdagavond Kriminalhauptkommissarin Verena Berthold rond; in Philadelphia detective Lilly Rush.

Wat een opluchting om bij Melville de gangsters weer eens aan het werk te zien bij een fijntjes uitgedachte juwelenroof, de romantiek van de erecode te ervaren, en te zien hoe kunstig de politie om de tuin wordt geleid.

Het eerste grote retrospectief rond Jean-Pierre Melville in Nederland is tot en met 31 januari te zien in het Eye Filminstituut in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden