Stikstof is killing voor de kleintjes

reportage | Overbemesting van natuurgebieden leidt tot ondervoeding bij insecten. Zeldzame én gewone soorten dalen daardoor, soms schrikbarend, in aantal.

Moeizaam worstelt een kever zich door de dichte grasmat op het Dwingelderveld. Een met dauw bedekte, grote groene sprinkhaan probeert traag omhoog te klimmen terwijl een kleine vos (een vlinder) vruchteloos naar een nectarbron zoekt. "Wat een geploeter", zegt Marijn Nijssen, onderzoeker bij de Stichting Bargerveen (Universiteit Nijmegen) met gefronste wenkbrauwen. "Die vegetatie moet als een ondoordringbaar oerwoud voor insecten zijn. En dan is dit nog maar één van de vele problemen. Niet alleen voor planten en vogels, maar ook voor insecten en andere ongewervelden lijkt de te hoge bemesting van de afgelopen jaren soms catastrofaal uit te pakken. We weten nog lang niet alles, maar de onderzoeksresultaten tot nu toe zijn heel verontrustend." De Nederlandse natuurgebieden zijn de afgelopen veertig, vijftig jaar overbemest geraakt met (vooral) stikstof afkomstig van landbouw, verkeer en industrie. Planten, dieren en landschapstypen die van schrale omstandigheden houden, komen hierdoor in de knel. Omdat veel vogelsoorten insecten eten, heeft de afname en de gewijzigde chemische samenstelling van de insecten ook voor die diergroep honger tot gevolg.

Omdat de Europese Commissie Nederland gebiedt kwetsbare natuur in stand te houden, moet de hoeveelheid stikstof omlaag. Uitbreiding van bedrijven en wegen is daarmee nauwelijks meer mogelijk. Voor de politiek is dit onaanvaardbaar. Daarom is de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in het leven geroepen. Door het vaststellen van de maximaal acceptabele hoeveelheid stikstof voor dieren en planten én het verwijderen of neutraliseren van reeds aanwezige stikstof in de natuurgebieden, zou de natuur moeten opknappen. Stichting Bargerveen - gespecialiseerd in 'kleine beestjes' - is gevraagd de effecten van hoge stikstofwaarden voor insecten en andere ongewervelden op een rij te zetten.

"Dat is hard nodig", constateert Nijssen. "De effecten op bodem en planten van de overmaat aan stikstof is de afgelopen jaren goed onderzocht. Naar vogels is veel minder onderzoek gedaan en de insecten zijn tot nu toe vrijwel buiten beschouwing gebleven." Die gevolgen voor ongewervelden zijn volgens Nijssen direct zichtbaar, maar ook onzichtbaar. "Dat zo'n met grassen overgroeide heide moeilijk toegankelijk is, zie je zo wel. Maar er speelt meer." zegt Nijssen terwijl hij de hoge vegetatie openbuigt. De bodem onder het hoge gras is nat en koud. Maar insecten houden van warmte. De kou zorgt ervoor dat eitjes van onder meer blauwvleugelsprinkhaan en knopsprietje (ook een sprinkhaan) een tot twee maanden later uitkomen, vertelt Nijssen. "Áls ze al eieren kunnen afzetten. Daarvoor zijn open, zanderigere plekken nodig. Een blauwvleugelsprinkhaan bijvoorbeeld lokt een vrouwtje door op een open plek te zingen en te dansen, waarna zij eitjes in de grond deponeert. In zo'n dichte grasmat lukt dat niet."

De grassen overwoekeren bloemplanten als havikskruid, biggenkruid en hondsviooltje en ontnemen daarmee vlinders hun nectar- en voedselbron. De natte, dichte mat zorgt ook voor infecties met schimmels en bacteriën. Vooral soorten die lang in de bodem leven, zoals de wrattenbijter, een zeldzame sprinkhaan die als eitje twee tot acht jaar ondergronds leeft, heeft daar last van.

Ondervoed

De uiterlijk zichtbare problemen voor insecten doen al onoverkomelijk aan, maar de gevolgen zijn verstrekkender. Direct of indirect zijn alle insecten planteneters. Een deel is herbivoor (planteneter), andere eten de herbivoren of parasiteren erop. "Er komen steeds meer bewijzen dat de chemische samenstelling van veel planten door de stikstofbemesting zodanig is veranderd dat insecten in feite ondervoed raken", zegt Nijssen terwijl hij peinzend een spriet bochtige smele afplukt.

Meer stikstof in de grond leidt tot een snellere plantengroei en meer stikstof in de plant. Dat lijkt op het eerste gezicht gunstig. Stikstof levert immers eiwit en daarmee een voedingsstof. De plant wordt dus voedzamer. Veel insecten stoppen echter met eten als ze een bepaalde hoeveelheid stikstof binnen hebben. Nijssen: "Omdat er relatief veel eiwit in de plant zit, stoppen ze te snel en krijgen zo te weinig mineralen binnen. Dit effect wordt nog eens versterkt doordat een hoog stikstofgehalte in de bodem bepaalde mineralen doet uitspoelen."

En er is meer aan de hand. De planten blijken de extra eiwitten op te slaan in een vorm die voor insecten niet verteerbaar is. "Vergelijk het maar met drinken van een liter water. Geeft een vol gevoel maar nul voedingswaarde."

De ondervoeding moet bij veel insecten een rol spelen, zo wijzen de eerste laboratoriumproeven uit. Veel nachtpauwogen sterven als rups of pop nadat ze teveel stikstof hebben gegeten. De rupsen van de bruine vuurvlinder groeien op planten met veel stikstof wel extra hard, maar sterven vervolgens massaal tijdens de verpopping, veldkrekels leggen veel minder eieren door zeer stikstofrijk voedsel en knopsprietjes (een kleine sprinkhaan) groeien veel langzamer en sterven eerder als ze hun buntgras, hun (voorkeursvoedsel) van bemeste gronden eten.

Nijssen: "Dit zijn ernstige gevolgen en niet alleen voor zeldzame soorten insecten - de soorten waarvoor Nederland Europees gezien een speciale verantwoordelijkheid heeft. Ook 'doodgewone' worden getroffen. En juist die soorten zijn voor veel vogels bulkvoedsel. Ook voor zeldzame vogels als tapuit, grauwe klauwier en paapje."

Meer onderzoek is nodig, vooral ook naar de manier waarop de nadelige effecten verminderd kunnen worden. Om de vergrassing en verruiging van open natuurgebieden als duinen en heide tegen te gaan, is de afgelopen jaren op grote schaal begraasd, geplagd en gehooid. Té grote schaal, naar nu blijkt. Want niet alleen zijn met het weghalen van grond en gewas ook miljoenen eitjes, rupsen en larven van insecten verwijderd, maar ook zijn er zo essentiële voedingsstoffen als fosfaat uit de bodem verwijderd.

Nijssen: "Die grootschaligheid is nu wel verleden tijd, maar hoe dan wél de overbemeste gebieden van het stikstofoverschot te ontdoen, is eigenlijk nog onduidelijk. Gefaseerd in tijd en ruimte maatregelen treffen, lijkt in elk geval het devies. Maar alleen door meer onderzoek te doen naar het effect van de chemische samenstelling van planten op insecten, komen we erachter wat de maximum stikstofwaarden voor insecten zijn en hoe het voedselweb beter te sturen is. De tijd dringt. Niet alleen politiek gezien. Ook in het veld. Stikstof blijkt soms echt killing te zijn."

De grote groene sabelsprinkhaan heeft inmiddels de top van de stengel bereikt. De achterpoten spannen zich. Een enorme sprong volgt.

1. Zweefvlieg

2. Wants 3. Zandbij 4. Heivlinder 5. Eristalis nemorum op Blauwe Knoop 6. Greppelsprinkhaan

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden