Stijlvol Haags hof

architectuur | Honderd jaar geleden werd De Stijl opgericht. Met leden als Rietveld en Mondriaan drukte deze beweging een belangrijk stempel op de kunst en architectuur in Nederland en ook daarbuiten. Hoe is het om te wonen in een Stijl-monument? Trouw ging kijken in de Papaverhof in Den Haag.

Doodstil is het in het plantsoen van de Papaverhof in Den Haag. Geen spelende kinderen, geen wandelaars, geen mens die er zijn hond uitlaat. Nergens staat een bordje 'verboden toegang', maar dat is ook niet nodig. In deze buurt is algemeen bekend dat je alleen maar mag kíjken naar het parkje. Elk kind in de Papaverhof krijgt dat van jongs af aan ingeprent.


'Zicht- en belevingsgroen' noemde De Stijl-architect Jan Wils (1891-1972) het. Hij ontwierp in 1917 dit buurtje voor de middenstand: 128 laagbouw- en etagewoningen, gegroepeerd rond een plantsoen van 70 bij 100 meter. Het idee was om een tuinwijk te maken 'in een frisse omgeving met veel groen en bloemen' en met vernieuwende architectuur volgens de principes van De Stijl: primaire kleuren en rechte lijnen. Wils wilde een moderne leefstijl propageren - licht, lucht en ruimte - en afrekenen met de 'blufferige opzichtigheid' van de bestaande architectuur.


Honderd jaar later is het nog altijd alsof je in de Papaverhof een schilderij van Mondriaan binnenstapt: witte gevels met strenge composities van horizontale en verticale elementen en gele en blauwe kozijnen. Ook de strakke, onberispelijke grasmat in het plantsoen draagt daaraan bij. "Er klimt heus wel eens een kind over het hek", vertelt Sven Meijs (27). Hij woont met zijn vriendin Rimmie Samson op nummer 27 en groeide een paar deuren verder op, op nummer 21. Zijn ouders wonen er nog. "Ik ging ook wel eens het plantsoen in om een bal op te halen. Maar heel stiekem, want je wist dat er altijd wel iemand was die het zag." Elke winter hoopten hij en zijn vriendjes op sneeuw. "Want dan mochten we sneeuwpoppen maken en sleeën in het plantsoen. Ik heb nooit goed begrepen waarom het plantsoen dan wel open is."


Er zijn meer regels waaraan de bewoners van Tuinstadwijk Daal en Berg - de officiële naam van Wils' complex aan de Papaverhof en Iris-, Magnolia- en Klimopstraat - zich van oudsher moeten houden. In het verleden is daar wel de hand mee gelicht. Bewoners lieten klimop groeien om de in hun ogen veel te kale en moderne witte gevels te camoufleren. Ook werden de kozijnen massaal overgeschilderd in neutrale tinten. Sinds de buurt de status van rijksmonument heeft, na een restauratie in de jaren tachtig, worden de oorspronkelijke regels weer streng gehanteerd. De kozijnen zijn weer blauw en geel en de tuinhekjes zwart en wit. En klimop is verboden - ook omdat die de witte pleisterlaag aantast - tot verdriet van Els Withoos (78), die al bijna zeventig jaar op de Papaverhof 5 woont. "Er zaten altijd vogeltjes in. Zo jammer dat dat niet meer mag."


De Papaverhof behoort tot de honderd belangrijkste monumenten van Nederland, maar heel bekend is hij niet buiten Den Haag. Al komt daar dit jaar met het eeuwfeest van De Stijl wellicht verandering in. Het is het enige woningcomplex dat gebouwd is volgens de uitgangspunten van De Stijl. "Maar honderd procent De Stijl kun je het niet noemen", zegt architectuurhistoricus Herman van Bergeijk. Hij schreef een monografie over Jan Wils. Bij dit ontwerp is ook duidelijk de invloed zichtbaar van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright, van wie Wils een fan was. Vaak wordt de Papaverhof vergeleken met Wrights ontwerp voor arbeiderswoningen voor de Larkin Company in Buffalo.


Het Haagse woningcomplex mag ook geen volbloed Stijl-architectuur heten, zegt Van Bergeijk, omdat Wils concessies heeft moeten doen aan aan de principes van deze beweging. Want het moesten wel praktische en betaalbare huizen zijn, waarin op een normale manier geleefd kon worden. Zo hebben de woningen bijvoorbeeld geen zwevende delen die je wel ziet in het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht, het meest volmaakte Stijl-monument. Van Bergeijk: "Dat is eerder een modelwoning en niet echt geschikt voor een gezin."


De architecten van De Stijl hebben sowieso weinig gebouwd. "Architecten hebben anders dan kunstenaars ook te maken met aspecten als nuttigheid en dat verdroeg zich niet altijd met de ideeën van De Stijl." Dat zie je volgens hem ook terug in de Papaverhof. "Maar het resultaat is wel een heel aardig, rustig wijkje waar mensen nog altijd graag willen wonen."


Zo populair zijn de huizen dat de Coöperatieve Woningbouwbouwvereniging Tuinstadwijk Daal en Berg, die in 1917 werd opgericht en het complex nog altijd beheert, te maken heeft met lange wachtlijsten. Niet iedereen kan ook zomaar een huis huren of kopen in de Papaverhof. "Bij ons moet je altijd een wooncarrière doormaken", zegt Jos Praat, voorzitter van het bestuur. Nieuwe bewoners beginnen onderaan de 'woonladder': dat wil zeggen in een bovenetagewoning aan de Klimopstraat. Pas daarna komen ze in aanmerking voor een woning op de benedenetage of in de laagbouw. Op de wachtlijsten krijgen de bewoners en hun kinderen, zodra ze achttien zijn, voorrang boven buitenstaanders.


Dat verklaart meteen waarom er zoveel familiebanden zijn tussen de bewoners. Neem Jos Praat zelf, die met zijn vrouw Wil op de Papaverhof 1 woont. Na als buitenstaanders drie jaar op de wachtlijst te hebben gestaan, kregen ze zo'n veertig jaar geleden een bovenwoning aan de Klimopstraat toegewezen. Daar is hun oudste zoon Mels (36) geboren. Hun jongste zoon Jonne (33) kwam ter wereld in de laagbouw aan de Irisstraat. Bijna twintig jaar geleden verhuisden ze naar hun huidige woning, die ze eerst huurden en later hebben gekocht. Hun zonen lieten zich op hun achttiende allebei op de wachtlijst zetten. Ze wonen om de hoek: de jongste in een etagewoning, de oudste in de laagbouw.


Verbouwing


Dat geldt ook voor de familie Van Dijk uit de Irisstraat. Hun zonen Mike (30) en Jimmy (33) vestigden zich ook in de wijk. Mike van Dijk kocht afgelopen november een huis op de Papaverhof. Als de aannemer klaar is met verbouwen, trekt hij er in met zijn vriendin Tessa van 't Hull, met wie hij nu samenwoont op een bovenetage. "Ik stond nog maar net op de wachtlijst voor een koopwoning, helemaal onderaan. Maar de mensen boven mij haakten allemaal af, omdat het huis helemaal opgeknapt moest worden. De verbouwing brengt ook mooie dingen aan het licht. In de hal ligt nog de originele granietvloer."


De gedachte om zo dichtbij zijn ouders te blijven wonen, sprak hem eerst niet aan. Maar elders in Den Haag kon hij nergens zo'n ruime woning met zoveel groen voor de deur vinden, voor pakweg twee ton. "Ja, iedereen kent elkaar hier en let op elkaar. Maar dat heeft ook voordelen: je kunt op elkaar terugvallen."


Sven Meijs ervaart de sociale controle wel eens als betuttelend. "Je moet daarmee leren omgaan. Maar je weet waar je aan begint als je hier gaat wonen. En het is ook bijzonder om te wonen in een klein dorp in de stad."


Jos Praat is lyrisch over het woongenot. "Het zijn geen supergrote huizen, maar ze zijn wel ruim opgezet en de indeling en details zijn heel doordacht." Het bestuur van Daal en Berg vroeg de architect honderd jaar geleden onder meer om rekening te houden met het vooruitzicht dat 'binnen afzienbaren tijd een dienstbode voor de middelklasse onbereikbaar wordt'. Het onderhoud mocht weinig tijd vergen. Daarom kwamen er ook handige snufjes, zoals een doorgeefluik tussen keuken en woonkamer en houten lijsten om schilderijen aan op te hangen. Grote ramen en een erker moesten bijdragen aan het gevoel van licht, lucht en ruimte. Boven de erker bedacht Wils een smal raam waardoor het licht tot diep in de woning doordringt.


Op de begane grond hebben de laagbouwwoningen een woonkamer, keuken en ruime entreehal met een bordestrap naar de drie slaapkamers en badkamer. Wils ontwierp de huizen paarsgewijs ruggelings tegen elkaar met steeds een ruimte ertussen. Daardoor ontbreken de achtertuin en achtergevel, maar dat vond Wils een voordeel omdat 'men zoo den wandelaar in de straat den altijd minder verkwikkelijken kijk op de achtergevels bespaart'. Voor het glas-in-lood werd De Stijl-kunstenaar Vilmos Huszár ingeschakeld. Gerrit Rietveld maakte waarschijnlijk het ontwerp voor de schoorsteen.


In het huis van mevrouw Alkema-Mallee (90) zitten nog de originele groene tegeltjes bij de open haard. Ze woont er al tientallen jaren. De ouders van haar inmiddels overleden man hadden er een huis. Ook haar zoon woont met zijn gezin al weer jaren om de hoek. "Zo gaat dat hier."


Vanuit haar met perzische tapijten en kleedjes gedrapeerde woonkamer kijkt ze uit op het plantsoen. Ze hoopt er nog heel lang te kunnen blijven wonen. "Het mooie hier is dat iedereen toch een beetje op elkaar let."


In het kantoortje van de woningbouwvereniging aan de Klimopstraat ligt het boek met de namen van alle mensen die ooit in het com-plex hebben gewoond. Ook die van de oprichter van De Stijl, Theo van Doesburg (zijn echte naam was Christiaan Emile Küpper) staat erbij. Hij huurde van 5 november 1920 tot 14 september 1923 de Klimopstraat 8, tweehoog. Waarschijnlijk heeft alleen zijn toenmalige vrouw Helena (Lena) Milius, met wie hij in scheiding lag, er gewoond.


Lang niet alle bewoners weten wie Van Doesburg was. Ook Jos Praat had amper van De Stijl gehoord toen hij zijn eerste woning betrok. Als kind kwam hij wel eens bij een schoolvriendje op bezoek, die in de Papaverhof woonde. "Ik vond de huizen toen helemaal niks. Ze hadden geen puntdak en sommige leken wel bunkers, omdat ze overwoekerd waren met klimop. Daar wil ik echt niet wonen, dacht ik toen. Pas later ontdekte ik hoe bijzonder deze buurt is en ben ik me gaan verdiepen in de geschiedenis." Met een blik op zijn kleinzoon Dali van 2 jaar: "Nu hoop ik stiekem dat hij zich op zijn achttiende ook op de wachtlijst laat zetten."


De Papaverhof: witte gevels met strenge composities van horizontale en verticale elementen en gele en blauwe kozijnen.

Honderd jaar De Stijl

Rechte lijnen en hoeken en de kleuren rood, blauw en geel, aangevuld met zwart, wit en grijs. Dat zijn de karakteristieken van De Stijl. Belangrijkste leden van deze beweging waren oprichter Theo van Doesburg, Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, J.J.P. Oud, Jan Wils, Robert van 't Hoff en Georges Vantongerloo. Het eeuwfeest wordt gevierd met een groot aantal tentoonstellingen over de invloed die het gedachtengoed en de beeldtaal van De Stijl ook nu nog hebben op kunstenaars, ontwerpers en architecten.


Meer voorbeelden zien van architectuur van De Stijl?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden