Stiefmoederdag wordt het voorlopig niet

Stiefmoederdag zal het voorlopig niet worden. Het aantal groeit wel snel, maar het spookbeeld van de boze is hardnekkig.

Dochter: 'Kijk eens, ik heb een verrassing voor je. Een jong hondje'.

Stiefmoeder: 'Ik ben allergisch voor honden.'

Stiefmoeder: 'Eh...Hoe zullen we hem noemen?'

Dochter: 'Isabel.'

Stiefmoeder: 'Pardon? Wil je de hond naar mij vernoemen?'

Dochter: 'Hij ruikt net als jij. En voor jou ben ik ook allergisch. Vandaar.'

De dialoog komt uit de Amerikaanse film 'Stepmom'. De vader uit de film heeft een nieuwe vriendin. Nadat de arme Julia Roberts, die stiefmoeder speelt, bijna het huis uit geterroriseerd is door de kinderen, komt het na een dramatische ontknoping uiteindelijk allemaal goed. 'Stepmom' blijkt, anders dan in de sprookjes, veel in haar mars te hebben en de kinderen leren dit in te zien.

Zo zwart-wit gaat het er in de meeste stiefgezinnen niet aan toe. Toch is het gegeven van onderlinge strijd niet uit de lucht gegrepen. De vorming van een stiefgezin -een gezin waar in ieder geval één ouder kinderen heeft uit een vorige relatie- is een lang en delicaat proces. Het duurt vaak jaren voordat een soort evenwicht is ontstaan in de nieuwe samenstelling. En dan nog mislukt zestig procent van de stiefgezinnen.

De vorming van een stiefgezin kun je vergelijken met een fusie tussen twee bedrijven, zeggen Ietje Heybroek en Boukje Overgaauw in het boek 'Samen gesteld', een boek over de dynamiek van het stiefgezin. Ieder traditioneel gevormd gezin heeft haar eigen codes, humor, rituelen, eetpatronen, normen en waarden en nu moet ineens een hele nieuwe cultuur vanaf de grond worden opgebouwd. Ieder gezinslid moet weer een eigen plek zien te veroveren. Bovendien hebben zij vaak weinig tijd om aan elkaar te wennen. Er zijn geen negen maanden voorbereiding, zoals tijdens een zwangerschap. Geen wonder dat de nieuwe gezinsleden soms kampen met een cultuurschok.

Heybroek en Overgaauw zijn hulpverlener en gespecialiseerd in de stiefproblematiek. Ze schreven het boek naar aanleiding van het vijftienjarig bestaan van de Stichting Stiefgezinnen Nederland. Volgens de stichting is het stiefgezin nog steeds een ondergesneeuwd kindje, ondanks het feit dat inmiddels een op de tien gezinnen een stiefgezin is. Een van de oorzaken daarvan ligt, zo menen Heybroek en Overgaauw, bij de stiefgezinnen zelf. ,Ze houden het taboe in stand door zo snel mogelijk op een traditioneel gezin te willen lijken. Stiefgezinnen moeten beseffen dat ze dat nooit zullen worden, dat het een illusie is. Krampachtigheid werkt alleen maar contraproductief.' Een harde, maar duidelijke boodschap. De schrijfsters schuwen de pijnlijke onderwerpen bepaald niet. Zoals hier: 'Irriteren uw stiefkinderen u ook zo en houdt u meer van uw eigen kinderen? Dat is heel normaal. Zij houden waarschijnlijk ook meer van hun echte ouders. Maar de liefde voor stiefkinderen of -ouders kan wel groeien.'

Voor die liefde is tijd nodig. Want welke stiefmoeder zat er nu te wachten op die kinderen? Ze werd toevallig verliefd op een man met aanhang. En welke kinderen hadden gevraagd om een nieuwe vader? De oude was goed genoeg. 'Het fundament waarop een stiefgezin rust is verdriet', zeggen Heybroek en Overgaauw. Vanuit dat perspectief vallen een hoop stiefproblemen te verklaren. Mensen die een stiefgezin beginnen, hebben vaak een scheiding of pijnlijk verlies van hun partner of ouder achter de rug.

Deze zware emotionele bagage belemmert vaak het nieuwe intieme contact. Kinderen voelen weerstand ten opzichte van een nieuwe ouder, loyaliteit ten opzichte van de oude, de stiefvader voelt zich buitengesloten door de familiegrapjes, de biologische moeder begrijpt niet dat haar nieuwe partner niet net zoveel van haar kinderen houdt als zij.

Soms heeft het ontstaan van liefde of waardering voor een stiefkind of -ouder een alibi nodig. Zoals in het verhaal van de 12-jarige Kyra, die haar vader plotseling moest delen met een nieuwe vrouw. Zij en haar stiefmoeder vochten lange tijd om zijn aandacht en vonden elkaar vooral lastig. Totdat ze op een avond samen thuis waren en de computer, waarop Kyra een werkstuk aan het maken was, crashte. Toevallig was haar stiefmoeder een expert op dat gebied en zij vond het verdwenen stuk terug. Samen hebben ze daarna op de bank over computers gepraat en daarna over hen tweeën.

'Samen gesteld' beschrijft de verschillende groeistadia waar een stiefgezin doorheen gaat voor er een zekere harmonie ontstaat. Eerst is er het grote optimisme. De nieuwe partners zijn verliefd, kunnen alles aan en hebben optimistische verwachtingen over de toekomst. Dan blijkt de praktijk toch anders. De stiefouder raakt geïrriteerd door partner en stiefkinderen. Spanningen nemen toe. De stiefouder krijgt nachtmerries over het stiefkind dat haar hele klerenkast in brand steekt. De alarmfase breekt aan; de partners gaan praten. Langzamerhand ontstaat er een evenwicht tussen droom en werkelijkheid. Er is een soort harmonie, hoewel er zeker nog teleurstelling en conflicten zullen zijn.

Het leven in een stiefgezin heeft heus niet alleen maar nadelen, haasten Heybroek en Overgaauw zich, aan het eind van het boek, te zeggen. Ook niet voor de stiefkinderen. Soms kunnen ze bijvoorbeeld met een stiefmoeder dingen bespreken waar ze met hun echte moeder niet over kunnen praten, vaak kunnen ze zich in het leven gemakkelijker aanpassen en het kan erg plezierig zijn als ze hun vader of moeder weer eens zien lachen. En bovendien hebben ze ineens een hele grote familie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden