Stichting wil het verval van meer dan een stadswijk voorkomen

Ga er maar aan staan, in een tijd dat alom de noodklok wordt geluid over de monumentenzorg, aandacht vragen voor het behoud van meer dan een stadswijk: Berlages Amsterdam-Zuid.

WILS REBERGEN

Toch hoopt de stichting Berlage-jaar 1992 dat de vonk die dit najaar wordt geproduceerd door een tentoonstelling, een congres en diverse publieks-activiteiten zal overslaan en dat politici, beleggers, corporaties en particuliere huiseigenaren de handen ineen slaan om het werk van de Amsterdamse bouwmeester voor verder verval te behoeden.

Op 26 oktober is het 75 jaar geleden, dat de Amsterdamse gemeenteraad 'ja' zei tegen het 'Plan Zuid' van Berlage, de monumentale stadsuitbreiding tussen de rivieren Amstel en Schinkel. "Een mooi moment om aandacht te vragen voor het unieke karakter van Berlages plan en de problemen van behoud en herstel" , meent directeur Robert Elfrink van de jubileum-stichting.

Terwijl hoofdstad-bestuurders druk zijn om met particuliere beleggers een 'mega-wijk' van de grond te tillen langs de IJ-oevers, dreigt aan de andere kant van de stad Berlages Zuid te verloederen, een project van vergelijkbare omvang als dat aan het IJ, in zijn tijd minstens zo opzienbarend en in elk geval inmiddels wel internationaal vermaard.

"Een stad die zoo mooi kan worden als misschien nergens anders bestaat" , sprak de directeur Publieke werken, toen Berlage zijn uitbreidingsplan indiende. Het bijzondere stak in de aanpak, die de bouwmeester voorstelde. Tot die tijd was bouwen nooit een planmatige zaak, zeker niet van de kant van de overheid. Berlage kwam met een visie voor het hele te bebouwen gebied aan de zuidkant van de stad, compleet met een verkeersplan.

Tien jaar eerder al had Berlage een bebouwingsplan voorgesteld, maar daarin durfde hij nog niet zover te gaan als in het voorstel dat uiteindelijk werd gerealiseerd. In 1903 had hij van de gemeenteraad opdracht gekregen een ontwerp te maken voor uitbreiding van de stad. Amsterdam barstte uit zijn voegen.

In de laatste helft van de vorige eeuw verdubbelde de bevolking door immigratie en - dankzij betere gezondheidszorg en voeding - het dalende sterftecijfer. De woonomstandigheden waren voor veel Amsterdammers mensonterend. Gezinnen huisden in kelders, op zolders en - met velen - op een-kamerwoningen. Dat bedreigde de volksgezondheid en zette aan tot oproer onder de morrende bevolking.

Met de Woningwet van 1901 kon de overheid meer grip krijgen op het bouwbeleid, tot dan vooral een zaak van particulier initiatief. Berlage werd uitgenodigd een uitbreidingsplan op te stellen om de woonellende te lijf te gaan. Hij ontwierp een stadsdeel waarin hij meteen al een centrale plaats inruimde voor de huurwoning, tot die tijd vooral gezien als een noodzakelijk kwaad. Massale bouw van dit soort huizen zou het beeld van de toekomstige stad gaan bepalen, meende de bouwmeester - en kreeg gelijk.

Zijn plan werd goedgekeurd door het gemeentebestuur, maar bleef door te voorspellen belangentegenstellingen in de la liggen. Omdat uitbreidingsplannen elke tien jaar herzien moesten worden, kreeg Berlage een tweede kans.

Ging hij in zijn eerste schetsen nog uit van het gebruikelijke middeleeuwse patroon van straten en pleinen, in zijn tweede plan presenteerde hij een monumentaal stadsdeel met rijzige huizenblokken, strak in het gelid langs grote verkeersaders, die herinnerden aan de Parijse boulevards van de Franse architect Haussman. Staande op de brug over de Amstel (het enige element in het hele Plan Zuid dat door Berlage zelf werd gerealiseerd) maakt de blik over de Vrijheidslaan, richting Wolkenkrabber van Staal op het Victorieplein alles duidelijk.

Niets wilde Berlage aan het toeval overlaten bij de invulling door andere architecten. Eenheid van straat, plein en stadsgedeelte beschouwde hij als een onverbrekelijke eis. Die samenhang is inderdaad verwerkelijkt, toen architecten van de Amsterdamse School als M. de Klerk en later mannen als Duiker van het Nieuwe Bouwen hun plannen voor Zuid in steen omzetten.

Van deurknop tot gevelwand en van de kleur van de verf tot stratenloop, alles is op elkaar afgestemd. Of althans was. Van twee kanten wordt de geroemde eenheid bedreigd. De aanblik van de gebouwen zelf wordt aangetast. Willekeurige eigenaren vervangen de karakteristieke raampartijen door de eenheidsworst van kunststofkozijnen, prachtig gedetailleerde eikenhouten deuren maken meer en meer plaats voor vlakke standaarddeurtjes van plaatmateriaal. Tegelijk wordt de zorgvuldig geplande openbare ruimte opgezadeld met een verkeersdruk, die niet door Berlage was voorzien.

Van een gerichte aanpak om Zuid als geheel te behouden is geen sprake. Her en der is een aantal panden tot monument verklaard en de gemeente Amsterdam stelt wat geld beschikbaar voor renovatie in de '20'40-gordel. Die huizen staan in Zuid, maar ook in Amsterdam-West.

De stadsdelen Rivierenbuurt, Zuid en De Pijp hebben de stichting Berlage Jaar 1992 opgericht om alle 'koppies' in een richting te krijgen voor verantwoord beheer en behoud van Plan Zuid. Tal van activiteiten zijn gepland. De wijk wordt morgen, op Monumentendag, opengesteld. Belangstellenden kunnen wandelroutes krijgen om met eigen ogen te zien wat op Berlages initiatief tot stand is gekomen, wat nog over is en wat wordt bedreigd.

Het Gemeente-archief aan de Amsteldijk opent twee weken later de tentoonstelling 'Berlage en Amsterdam-Zuid' (van 25 sept. tot 22 nov., toegang gratis). Daar zijn de grote vogelvluchtkaarten blikvangers, die vanaf de Berlagebrug en (het nooit gebouwde Zuiderstation) een indruk geven van Zuid naar Berlage.

Natuurlijk wordt het uitbreidingsplan voor het voetlicht gebracht, stap voor stap is de invulling te volgen, zoals die ook werkelijk in de tijd verliep. Zo komt de bezoeker de 'Edelstenenbuurt' tegen van J. C. van Epen, in 1921 gebouwd voor de 'derde klasse' (arbeiders), maar ook de Wolkenkrabber van Staal, die veel later toonde dat ook hij goed met het ideeengoed van Berlage uit de voeten kon.

Bijzondere aandacht is er voor de Commissie Zuid, de club van ambtenaren en architecten die in 1926 werd opgericht om ontwerpen tegen het licht te houden of om architecten te stimuleren ideeen in te dienen. Eerst was er veel weerstand tegen die commissie van de kant van architecten en beleggers, omdat zij zich door de overheid beknot voelden in hun vrijheid, maar al snel werd duidelijk dat juist de commissie een belangrijke rol speelde bij het tot standkomen van de eenheid binnen de stadsuitbreiding.

Grappig zijn de vele ontwerpen die uiteindelijk niet zijn gerealiseerd op de plekken die Berlage had opengelaten. Dat geldt bijvoorbeeld voor de plannen van Merkelbach en Karsten voor het Allebeplein. "Te modern" , vond de Commissie Zuid, die een prijsvraag had uitgeschreven voor de invulling van het plein. De hoofdprijs ging naar Boterenbrood, maar ook zijn schetsen zijn nooit gerealiseerd.

Op de historische dag van 26 oktober houdt de jubileum-stichting een congres, aan de vooravond van de 'Berlage-week' met publieksactiviteiten. In de Rai buigen politici, beleggers, eigenaren en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zich over voorstellen voor een samenhangende (en betaalbare) aanpak van Zuid. "Er moet een stemming ontstaan als toen, van 75 jaar geleden: we pakken de zaak samen aan" , hoopt directeur Elfrink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden