Steun voor ontluikende homo's

Pas na z'n veertigste ontdekte hij zichzelf. Dat was even een schok, maar hij gaf zich vol overgave aan zijn nieuwe leven.

Hij had het goed voor elkaar. Gelukkig getrouwd, een fijne baan en als zijn huis vol vrienden of familie zat, dan was hij innig tevreden. Zeker als er lekker werd gegeten, en gedanst.

Zijn leven was anders gelopen dan bij zijn geboorte voor de hand had geleken. Zijn ouders en verscheidene generaties voor hen, waren geworteld geweest in Nederlands-Indië. Het zou niet meer dan normaal zijn geweest als ook Fred Kleian, de oudste van vier kinderen, daar een welgesteld bestaan had opgebouwd. De historie pakte anders uit.

Van de oorlogsjaren herinnerde hij zich niets, behalve dan dat ze verbleven in het huis van zijn grootvader in Batavia. Door onder te duiken wist Freds vader te ontkomen aan deportatie naar Japanse kampen.

Na de oorlog bleven de spanningen toen de onafhankelijkheidsbeweging probeerde de terugkeer van het Nederlandse koloniaal gezag te verhinderen. Vooral Indische-Nederlanders, zoals Freds familie, kregen het zwaar te verduren als 'verraders'. Ze dreigden opgepakt te worden door Indonesische activisten, maar Freds volbloed-Javaanse grootmoeder stond pal. "Dit zijn allemaal mijn kinderen", zei ze. De mannen dropen af en namen alleen de auto mee.

Toen het rustiger werd, kreeg Freds vader werk bij Shell bij Palembang op Sumatra. Op zijn 12de ging Fred naar Nederland voor de middelbare school. Hij woonde bij een tante in Bloemendaal en volgde de hbs aan het Kennemer Lyceum in Overveen. Twee jaar later kwamen ook zijn ouders naar Nederland, voor een betaald verlof van een jaar. Toen nationaliseerde Indonesië de oliewinning en gooide Shell het land uit. Het gezin zou nooit terugkeren. Ze waren alles kwijt. Zoals zoveel Indo's probeerden ze uit alle macht Indië te vergeten.

Fred ook. Op school was hij gepest met zijn Indische accent en hij spande zich hard in om keurig Hollands te praten. Zijn verzorgde taal zou hem blijvend kenmerken.

Het gezin trok naar Drachten, waar de woningen goedkoper waren dan in het westen. Maar toen Shell werk voor zijn vader had op het hoofdkantoor in Den Haag, gingen ze in Rijswijk wonen.

Daar maakte Fred de hbs af en hij ging in Den Haag technische bouwkunde aan de hts studeren. Hij deed zijn dienstplicht bij de landmacht, waar hij de baan van mortiergranaten moest berekenen. Hij had het wel naar zijn zin bij het leger, vooral omdat hij er mensen van alle lagen en standen ontmoette. Daarna studeerde hij in de avonduren voor architect in Rotterdam, terwijl hij overdag technisch werk op een architectenbureau deed.

Tijdens een studiereis naar Berlijn werd hij verliefd op een Duits meisje. Het was wederzijds en zij kwam naar Nederland waar ze trouwden. Twee homoseksuele vrienden waren getuigen. Zij hadden zo hun gedachten bij dat huwelijk, maar hielden die voor zich.

Het huwelijk was kinderloos maar gelukkig. Door de oliecrisis van 1973 verloor hij zijn baan bij het architectenbureau, maar hij vond snel nieuw werk bij de Rijksplanologische Dienst.

Fred was een jaar of tien getrouwd toen hij een verbijsterende ontdekking deed. Hij was verliefd geworden op een collega, een man. De vrienden die hadden getuigd bij zijn huwelijk waren niet verbaasd. Ze hadden al lang in de gaten dat Fred homo was, alleen hijzelf niet. "Je moest er zelf achter komen", zeiden ze.

De wereld van zijn vrouw stortte ineen, maar uiteindelijk besloot ze hem te steunen. Ze bracht Fred zelfs naar een homobar in Den Haag, maar dat was geen succes. "Ik had het gevoel dat iedereen me aanstaarde'', vertelde Fred later. "We zijn niet lang gebleven."

Fred voelde zich meer op zijn gemak bij De Kringen, informele huiskamerbijeenkomsten her en der in het land waar homo's over van alles kunnen praten, heel rustig en veilig met koffie of thee en een koekje. Op een van die bijeenkomsten ontmoette hij de fiscalist Herman Sweron en ze vielen voor elkaar. Herman kwam zelfs op bezoek bij Fred en zijn vrouw. Maar aan haar begrip kwam een einde toen Fred en Herman samen verder wilden. De echtscheiding was pijnlijk en juridisch lang uitgesponnen.

Een paar jaar later deed Fred een nieuwe ontdekking. Tijdens een vakantie met Herman in Turkije snoof hij op een markt de kruidige geuren op die hem aan Indië deden denken. Dat was de aanleiding om zijn exotische wortels te onderzoeken. Hij las er veel over en ging met Herman naar Indonesië. Het huis van grootvader in Jakarta was net afgebroken en de stapels sloophout lagen er nog, maar in de woonwijken bij Palembang leek alles nog op vroeger, alleen was de staatsoliemaatschappij er nu de baas. Fred had nog graag willen praten met zijn Javaanse grootmoeder, maar ze was al overleden. Fred bleef graag in Indonesië komen en hij organiseerde ook eens een reis daarheen met zijn beide broers en zus. Zijn familie was belangrijk voor hem.

De verkenning van zijn afkomst zette hem ook aan het denken over homoseksualiteit bij etnische minderheden, te beginnen met de grootste minderheid in Den Haag, de hindostanen uit Suriname. De familiebanden zijn er heel hecht, tradities worden gekoesterd. Voor homo's kan dat lastig zijn, merkte Fred. De verhalen over verstoting en zelfdoding schokten hem. Zelf had hij veel steun gehad van homo-organisaties tijdens zijn huwelijk en daarna, maar die groepen hebben weinig oog voor de bijzondere omstandigheden bij mensen van buitenlandse afkomst. De individuele benadering werkt niet, de familie moet meetellen. Het uitgaansleven is vaak een stap te ver. Ook de thee met koekjes van De Kringen, waarvan Fred coördinator was, zijn veel te Nederlands. Het moet feestelijk zijn, met goed eten, dat was Fred wel duidelijk.

In 1998 organiseerde Fred in een Haags restaurant een groot feest voor homo's uit migrantengezinnen. Het was een succes en hij leerde sleutelfiguren in de hindostaanse gemeenschap kennen. Dat leidde in 2002 tot de Stichting Rainbow Den Haag, een steunpunt voor ontluikende homo's dat ook maandelijks een feest geeft. Fred ging er helemaal in op, vooral sinds hij in 2005 kon stoppen met werken.

Hij probeerde ook andere gemeenschappen dan de hindostanen te bereiken en hij hield zelfs een Poolse avond en een literaire bijeenkomst voor Koerden. Zijn levenspartner Herman werd tureluurs van Freds drukte. Op de vooravond van een vakantie belegde hij nog een vergadering die tot elf duurde, zodat de koffers 's nachts moesten worden ingepakt. "Word je nooit moe van jezelf?", mopperde Herman weleens. "Al dat organiseren is prima, maar moet je nu echt ook zelf alle ballonnen opblazen?" Fred lachte dan maar wat. "Ik ga door tot ik er bij neerval", zei hij dan.

Dit voorjaar was voor hem een mijlpaal met de publicatie van het boekje 'Verboden liefde'. Hij had het initiatief genomen voor deze verzameling ervaringen van Surinaamse homo's en hun familie, geschreven door de Nederlands-Surinaamse schrijver Sandew Hira.

In november gingen Fred en Herman naar Suriname om ook daar het boek te presenteren. Toen dat was gebeurd, zouden ze vakantie houden. Daar was Fred hard aan toe. Ze gingen fietsen, een kilometer of vijftig per dag in de hitte. Enkele dagen voor de terugvlucht naar Nederland werd Fred ziek, met hoge koorts. Wat er aan de hand was, bleef onduidelijk.

Op de dag van de vlucht lag hij in het ziekenhuis. De volgende dag overleed hij. Een virale infectie met als gevolg een hersenbloeding, was het oordeel van de artsen.

Hij had eigenlijk helemaal geen tijd om dood te gaan. Er stond een nieuw project op stapel: het bereiken van Turkse en Marokkaanse homo's in Den Haag. Fred wist dat dat een zware dobber zou worden, maar hij was er klaar voor.

Frederik August Kleian werd geboren op 11 maart 1943 in Jakarta. Hij stierf op 24 november 2011 in Paramaribo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden