Steun Afghanistan-missie nog nooit zo fragiel geweest

Politieagent Gulammohammed, 22 jaar, raakte gewond bij een aanslag op het rekruteringscentrum van de nationale politie. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)

Het is allang niet meer vanzelfsprekend dat de Tweede Kamer unaniem instemt met een grotere vredes- of crisisbeheersingsoperatie. Maar nog nooit was het politieke draagvlak zo beperkt als met het huidige voornemen politietrainers naar Afghanistan te sturen.

Vier Apache-gevechtshelikopters waren in 2001 een half jaar lang gestationeerd in de woestijn van het Oost-Afrikaanse Djiboeti. De 130 militairen van de luchtmacht keerden na een half jaar bruinverband en uitgerust naar huis terug. De piloten hadden, niet gestoord door klagende bewoners en gemeenten, naar hartelust laag en vol gas over de woestijn kunnen vliegen. Djiboeti was een onverwacht verzetje voor ze.

De vier helikopters waren daar destijds gestationeerd om de PvdA over te halen in te stemmen met het sturen van een Nederlands mariniersbataljon naar het destijds gevaarlijk geachte grensgebied tussen Ethiopië en Eritrea. De Nederlandse VN-troepen zouden toezien op het staakt-het-vuren tussen beide landen. Voor Defensie hoefden die vier heli’s niet. Maar bij de parlementariërs zat het trauma van Srebrenica nog zo diep dat eigen luchtsteun onontbeerlijk werd geacht als ’onze jongens en meisjes’ in problemen zouden raken. „Ik heb ze niet nodig, maar als u ze wilt sturen, dan kan dat wat mij betreft’’, zei de toenmalige chef defensiestaf Luuk Kroon tegen PvdA-Kamerlid Bert Koenders. De afstand tussen Djiboeti en het operatiegebied (500 kilometer) maakte snelle luchtsteun niet eenvoudig en ze konden niet zonder bijtanken heen- en terugvliegen. Dat deed er allemaal niet toe, net zo min als dat Eritrea haar luchtruim niet openstelde voor deze vliegende tanks. De vier helikopers gingen als ’parlementaire gevechtshelikopters’ de geschiedenis en Bert Koenders ontleende er voortaan zijn bijnaam aan, ’Apache Bertje’. Kosten voor de belastingbetaler: tenminste 25 miljoen euro.

Die geschiedenis lijkt zich te herhalen met het voornemen om vier F-16’s te stationeren op het vliegveld van Mazar-e-Sharif in Noord-Afghanistan. Ze worden vanuit Kandahar, in het zuiden, overgebracht naar het noorden om de Nederlandse politietrainers in Kunduz vanuit de lucht te beschermen, zo luidt het voorstel van het kabinet. Het motief is hetzelfde als destijds bij de uitzending naar Eritrea: Srebrenica. Nederlandse troepen mogen niet, als ze in problemen dreigen te raken, afhankelijk zijn van luchtsteun van andere landen, die wellicht op dat moment andere prioriteiten hebben.

De vraag is of dit motief er niet met de haren is bij gesleept door het kabinet, de diplomaten van Buitenlandse Zaken en de militairen van Defensie. Zijn de F-16’s echt nodig? Ogenschijnlijk niet. De Isaf-troepen beschikken over massieve – veelal Amerikaanse – vuurkracht vanuit de lucht. In het luchtruim hangen dag en nacht surveillance- en gevechtsvliegtuigen rond, die binnen enkele ogenblikken troepen op de grond kunnen bijstaan. Op het vliegveld van Mazar-e-Sharif staan gevechtshelikopters klaar. Kijkend naar de uit te zenden mensen die het werk moeten doen, is het wel een heel stevige, overdadige paraplu: 40 politieagenten, 20 marechaussees, 165 militairen en vijf ambtenaren. Een deel zal de zwaar bewaakte Isaf-compounds niet of nauwelijks verlaten. De Duitse Isaf-troepen, waarbij de Nederlanders grotendeels intrekken, zijn zwaar bewapend. Volgens bevelhebber Peter van Uhm is de Kunduz-regio in vergelijking met Uruzgan bijzonder rustig en daarmee veiliger. Kunduz is ook in geen velden of wegen te vergelijken met het destijds door de Serviërs omsingelde Srebrenica.

Zijn daarmee de vier F-16’s ’politieke gevechtsvliegtuigen’? Dat lijkt inderdaad het geval. Het verschaft Nederland de mogelijkheid de voet tussen de deur te houden op het hoogste politieke en militaire niveau binnen de Navo. Er is werk genoeg voor de F-16’s, vertelde Van Uhm afgelopen vrijdag in de Tweede Kamer: bermbommen opsporen, luchtverkenningen en in geval van nood Isaf-troepen op de grond bijstaan. De 165 militairen die Afghaanse politieagenten ’on the job’ zullen leren hoe ze moeten werken als agent worden eveneens binnen de Navo-commandostructuur geplaatst. Ze kunnen de agenten leren schieten en kunnen zich in geval van nood ook zelf verdedigen. Dat zouden gewone politieopleiders minder goed kunnen.

„Het kabinet heeft met dit plan de randen van onze motie maximaal opgerekt”, concludeert Jolande Sap desgevraagd, de nieuwe fractievoorzitter van GroenLinks. Immers, deze motie, samen met D66 ingediend en door de Tweede Kamer overgenomen, vroeg om de mogelijkheden te onderzoeken van het sturen van een politietrainingsmissie naar Afghanistan. De vraag die deze week, vanaf vandaag, aan de orde is in de Tweede Kamer luidt of het uiteindelijke kabinetsvoorstel voldoet aan de uitgangspunten van deze Kamermotie.

Goed beschouwd is het plan om politietrainers naar Afghanistan te sturen een bizarre vertoning en illustratief voor de nieuwe verhoudingen in het Nederlandse politieke bestel. In de eerste plaats omdat de Kamer zelf om een missie vraagt. Doorgaans is het andersom volgens het adagium: de regering regeert en de Kamer controleert. Het kabinet-Rutte lijkt er bovendien niet al te zwaar aan te tillen als het niet doorgaat: jammer dan. Internationaal dreigt wel prestigeverlies. Navo-landen en EU-partners zullen niet zoveel begrip hebben voor de bijzondere politieke situatie van het minderheidskabinet. Het economisch invloedrijke Nederland komt niet na wat beloofd is.

Het meest prangende is echter dat gedoogpartner PVV tegen de missie is en de oppositie oproept ook tegen te stemmen. Dat verschaft het kabinet een uiterst fragiele basis als het mis gaat met deze uitzending. Als D66, GroenLinks en ChristenUnie met de VVD, CDA en SGP voor zouden stemmen, dan beschikt het kabinet over een meerderheid van slechts vier zetels. Het is overigens niet uitgesloten dat enkele leden van deze fracties die in beginsel voor zouden kunnen stemmen, een afwijkend standpunt innemen, waardoor de parlementaire steun tot een minimum beperkt zou worden. Het kabinet is volledig overgeleverd aan de oppositie.

De vraag die dan aan het kabinet en de voorstanders voorligt is of ’onze jongens en meisjes’ met zo’n beperkt parlementaire draagvlak weggestuurd kunnen worden naar een gevaarlijk land. In beginsel kan dat wel, alleen zijn de rapen voor het kabinet gaar als het mis gaat. Dat hoeft niet eens een ernstig incident te zijn met vele doden: één ietwat hardhandige in de kraag gevatte Afghaanse arrestant, waarbij een Nederlander toekijkt, kan het politieke draagvlak doen smelten.

GroenLinks heeft wat dit betreft een povere trackrecord. De fractie heeft in haar aard moeite met geweld en wil nog wel eens gaan twijfelen: in 1999 trokken de Kamerleden Ineke van Gent en Farah Karimi hun steun aan de Navo-bombardementen in de Kosovo-oorlog in. De rest van de fractie bleef voor. In 2001 schortte de toenmalige GroenLinks-leider Paul Rosenmöller de steun van zijn fractie aan de oorlog in Afghanistan tegen de taliban op, vanwege bommen die slachtoffers maakten onder de burgerbevolking. Hem werd toen een gebrek aan standvastigheid verweten. De partijraad van GroenLinks heeft zich inmiddels uitgesproken tegen het sturen van de trainingsmissie naar Noord-Afghanistan. Dat maakt de positie van Sap niet eenvoudiger. Ook als de GroenLinks-fractie instemt met deze missie, dan heeft het kabinet geen garantie dat deze fractie standvastig zal blijven. Dat heeft het verleden bewezen. Voor Jolande Sap staat er ook persoonlijk wat op het spel: haar leiderschap van de partij.

Wie terugkijkt naar het politieke draagvlak bij vorige missies kan constateren dat sinds 1994 de Tweede Kamer vaker niet dan wel unaniem instemde met grotere vredes- of crisisbeheersingsoperaties. Voor 1994, bijvoorbeeld met de uitzendingen naar Srebrenica (1993) of Cambodja (1992), was er Kamerbrede instemming. Na 1994 was het eerder uitzondering dan regel. De reden was heel simpel. In 1994 kwamen Jan Marijnissen en Remi Poppe namens de SP voor het eerst in de Tweede Kamer. De partij heeft nooit operaties willen steunen waarbij de Navo betrokken was. De SP heeft echter wel tal van andere missies gesteund, bijvoorbeeld naar Soedan (waarnemers), zelfs als een grote partij als het CDA afhaakte.

Sinds de komst van de SP is het normaler geworden dat partijen niet meededen, ook de grotere fracties en regeringspartijen haakten af. Het CDA stemde tegen het sturen van troepen naar Eritrea. De partij voelt in beginsel voor geen enkele grote missie naar Afrika. De PvdA was tegen de politieke steun aan de oorlog tegen het Irak van Saddam Hoessein. D66 was in 2005 als regeringspartij al bij voorbaat tegen de ’vechtmissie’ naar Uruzgan. De fractie wachtte een besluit door het kabinet niet eens af om haar standpunt bekend te maken. Regeringspartij VVD stemde in 2003 tegen het voorstel van de eigen minister Henk Kamp om een hospitaal- en transportschip naar Liberia te sturen, omdat de fractie bang was meegezogen te worden in de draaikolk van de burgeroorlog. Woordvoerder van de VVD was destijds...Geert Wilders.

Toch is het draagvlak nog nooit zo beperkt geweest als met het huidige voornemen politietrainers naar Afghanistan te sturen. Dit beperkte draagvlak kan voor de ChristenUnie reden zijn om tegen de stemmen. „Het draagvlak in politiek en samenleving wordt meegewogen in ons standpunt”, verklaarde CU-leider André Rouvoet afgelopen zaterdag.

Met de ChristenUnie is wel iets merkwaardigs aan de hand. De partij steunde twee keer de gevaarvolle operatie in Uruzgan, waarbij aan Nederlandse kant 24 doden vielen. Eimert van Middelkoop was in die tijd namens de ChristenUnie minister van defensie. Eerder ging de fractie akkoord met de missies in Irak en vele anderen. In alle opzichten is de politietrainingsmissie naar Noord-Afghanistan beperkter van omvang, minder gevaarlijk en in beginsel meer opbouwend dan ’Uruzgan’. Toch twijfelen partij en fractie. De partij wees bij vroegere steun altijd op de internationale verantwoordelijkheid die een land als Nederland zou hebben, voor Afghanistan in het bijzonder. Blijkbaar zijn er ook andere motieven die een – even belangrijke – rol spelen, zoals maatschappelijk draagvlak, nut en noodzaak. Defensiespecialist Joël Voordewind dreigt in de voetsporen te treden van ’Apache Bertje’ door te willen voorstellen de F-16’s geheel of gedeeltelijk te laten vervangen door gevechtshelikopters, al zeggen de militairen er geen behoefte aan te hebben. Ook hamert hij op het probleem van bekeerde christenen in Afghanistan, van wie er twee de doodstraf hebben gekregen. Mocht de fractie tegenstemmen dan ontneemt de fractie Nederland de mogelijk in het land zelf maximale invloed uit te oefenen om de doodstraf van de twee te voorkomen. Lastig dilemma voor de ChristenUnie.

Afgezien van het daadwerkelijk nut van de F-16’s voor de eigen troepen, is er op zichzelf niet zoveel mis met de voorgestelde plannen. Iedereen weet dat het opleiden en trainen van politieagenten in het corrupte en door oorlog verscheurde land een zaak is van zeer lange adem, waarbij het resultaat niet gegarandeerd is. Ook is niet uitgesloten dat politieagenten inderdaad kunnen worden ingezet als paramilitairen tegen de taliban. Maar daar gaat ’Kaboel’ over en niet Nederland. Het probleem is vooral de politiek zelf. Het kabinet wil niet zijn volle gewicht achter de plannen zetten. En een groot deel van de Tweede Kamer wil er niet zijn handen aan branden – zo vlak voor de Staten-verkiezingen van 2 maart.

Een lid van de Afghaanse nationale politie patrouilleert door de straten van Kunduz. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)Beeld Joel van Houdt
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden