Sterven mag in vakantie-zorghuis

Een plaats om vakantie te vieren, maar ook om dood te gaan. Dat is het bijzondere landhuis van de Nederlanders Aristos Bouïus (50) en Gerrit Schelling (45) in het Franse gehucht Montcombroux-les-Mines. Morgen, op wereldaidsdag, spelen zij een kleine voorstelling bij het Homomonument in Amsterdam.

Ze kwamen eerder deze week naar Nederland in een bijzonder vervoermiddel: hun eigen, knalgele ambulance. Daarmee hebben ze een gast thuisgebracht die een paar weken bij hen is geweest in Frankrijk, een vrouw op leeftijd met ernstige multiple sclerose. Ze praten met liefde over haar. Maar even later wil Gerrit Schelling toch ook glimmend van trots die stoere ambulance even laten zien, met op de motorkap hun eigen logo. 'Les Gaillards', staat daarop, ofwel 'de kerels'. Zo staan ze in Frankrijk bekend. En morgen, op wereldaidsdag, tonen ze zich weer van een andere kant. Dan gaan ze 's ochtends om elf uur bovenop het Homomonument in Amsterdam staan met een korte voorstelling over twee mannen, aanvankelijk beiden acrobatisch en vitaal, van wie één ziek wordt en doodgaat. ,,Dat stuk doen we thuis in Frankrijk ook wel en het slaat altijd in als een bom'', vertelt Aristos Bouïus. ,,Het geeft precies aan wat we doen.''

Gerrit Schelling was dansconsulent. Hij was voortdurend overal in Nederland aan het werk en wilde 'zijn energie op één plek bundelen'. Aristos Bouïus werkte onder meer als verpleegkundige, psycholoog, fotograaf en koordirigent. Al toen hij kankerpatiënten verpleegde, vond hij de zorg voor stervenden zo onpersoonlijk. Bovendien, hij stond in de jaren tachtig aan de wieg van de huidige Hiv-vereniging en hielp jarenlang Aids Memorial Day te organiseren. Nu wilde hij de handen op een andere manier uit de mouwen steken. Midden jaren negentig vatten Schelling en Bouïus het plan op een vakantiehuis op te richten waar mensen terecht konden die ernstig ziek waren. Maar een getto mocht het niet worden, er moesten ook niet-zieken komen.

Dat vakantiehuis had best op de Veluwe mogen staan, maar het soort pand dat hen voor ogen stond, kost daar miljoenen. Gerrit Schelling: ,,En we wilden een stille plek. In Nederland hoor je altijd de A-zoveel op de achtergrond zoemen.'' De Auvergne kenden ze omdat ze daar cursussen gaven. Daar vonden ze vijf jaar geleden -,,in het onderste laadje van de makelaar''- een oud directiegebouw van de mijnen rondom Montcombroux-les-Mines. Achthonderd vierkante meter woonoppervlak, twintig kamers, twee bijgebouwen en 2,5 hectare grond en dit alles zeer voordelig geprijsd. Het was dan ook, na tien jaar leegstand, hard toe aan een opknapbeurt.

Gerrit en Aristos verkochten hun huis in Amsterdam en togen met een vrachtwagen vol bouwmaterialen naar Frankrijk. Daar bonden ze allereerst de strijd aan met de huiszwammen die een deel van het gebouw hevig hadden aangetast. De daarop volgende jaren verbouwden ze het pand gaandeweg, met hulp van honderden vrijwilligers, tot het vakantie-zorghuis wat het nu is: salons, muziekkamers, een serre, een sauna, een zwembad. De deur staat open voor mensen die ziek zijn en verzorgd moeten worden. Dat doen ze zelf; 'hoofdverpleegkundige' Aristos instrueert Gerrit en eventuele vrijwilligers in het keren, luiers wisselen en wassen.

Maar tot dusver zijn de niet-zieken ver in de meerderheid. Er komen toevallige passanten, vakantiegangers die langer blijven, en groepen voor, om maar wat te noemen, een dansweek, een beeldhouwcursus of een workshop zingen. Er is bovendien een speciaal pelgrimstarief: de bedevaartroute naar Santiago de Compostela loopt pal langs het huis en ook dat zorgt voor aanloop. Zo was er de pelgrim, een dertiger, die bleef hangen en meehielp bij de verzorging van een zieke gast. Hij vond zowaar zijn nieuwe lotsbestemming: tegenwoordig werkt hij in Nederland in de gehandicaptenzorg.

,,Dat gebeurt vaker'', vertelt Aristos. ,,Aanvankelijk zijn mensen nog een beetje terughoudend. Maar dan, als ik even aan de telefoon ben en Gerrit buiten, helpen ze een zieke gast iets te drinken. Dat is precies wat ons voor ogen stond.'' Al moesten ze zelf laatst nog wel even slikken toen de ene gast beleefd aan de andere vroeg hoelang zij bleef. ,,Ik ben gekomen om dood te gaan'', luidde wel zeer recht door zee het antwoord. Maar als het over de dood gaat, volgen altijd boeiende gesprekken, ontdekten Gerrit en Aristos. Hun ernstig zieke gasten gaan gewoonlijk terug naar Nederland om te overlijden. Zo niet deze vrouw, die een hersentumor had. Zij kwam lopend en nog tamelijk fit binnen om drieënhalve maand later in Frankrijk te sterven. Tot het laatst blijven, van Gerrit en Aristos mag het. ,,De mensen die hier komen, zijn uitbehandeld'', zegt Gerrit. ,,De stervensbegeleiding kan net zo goed bij ons. Het belangrijkste is luisteren, en er zijn.'' Dagen aan het leven toevoegen kunnen ze niet, is hun motto, maar wel leven aan de dagen. Doen zich medische complicaties voor, dan staat de dokter uit het dorp paraat. Daarmee hebben ze een goed contact opgebouwd.

Hoe hun relatie met het dorp verder is? Goed, maar ingewikkeld. Van meet af aan hebben ze er hard aan gewerkt. Op het dorpsfeest werden ze voorgesteld als de nieuwe kasteelheren. Daags daarna stond een groep jongeren op de stoep om nader kennis te maken. Eén van hen, een jongen van begin twintig, bleef wat langer en vroeg of ze homoseksueel waren. Op hun bevestigende antwoord zei hij: 'Ik ook, en daar heb ik nog nooit met iemand over gepraat. En ik heb aids'. Hij gaat stiekem naar het ziekenhuis in Vichy, veertig kilometer verderop. Af en toe komt hij bij Gerrit en Aristos langs, als het donker is. Dat ze homoseksueel zijn, daar maken ze geen geheim van. In het dorp praat niemand erover, maar iedereen weet het. Af en toe viert een buurtbewoner zijn verjaardagsfeestje bij Les Gaillards, en één keer per week komt het koor repeteren, inclusief de burgemeestersvrouw. Toen haar man overleed, waren Gerrit en Aristos de eersten die ze belde. En toen de heren afgelopen zomer in het huwelijk traden, kwamen honderd dorpelingen dat meevieren en stond hun trouwfoto in de krant.

Volgend jaar vieren ze hun vijfjarig bestaan. Hun missie is tot dusver geslaagd, vinden ze. Wel zoeken ze naar manieren om hun financiële basis te verstevigen, vooral voor hun zieke gasten. Die betalen hun verblijf zelf, of met hulp van familie en vrienden die geld bij elkaar sprokkelen. ,,Maar we willen eigenlijk niet dat alleen mensen met geld bij ons kunnen komen'', zegt Aristos. Tot dusver teren ze in op hun privé-geld, dat ze hebben overgehouden aan de verkoop van hun Amsterdamse huis. Daarnaast zijn er over de 500 donateurs die vier keer per jaar hun nieuwsbrief krijgen en bij uitzondering putten ze uit de kas van de door hen opgerichte stichting Mijnsheerenland. Nu zijn ze bezig om zich het zogeheten CBF-keurmerk te verwerven. Daarmee kunnen ze op grotere schaal fondsen werven. Ook onderzoeken ze of ze als AWBZ-instelling kunnen worden erkend, zodat zorgverzekeraars het verblijf bij Les Gaillards vergoeden. ,,Het mag niet te officieel worden'', zegt Gerrit. ,,Maar daar zorgen wij wel voor.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden