Column

Sterven is een makkie

Bert Keizer

Ik leg meneer F. uit hoe euthanasie gaat. Je krijgt een injectie en dan val je voorgoed in slaap. Ik verzeker hem dat het geen akelige dood is. Geen nare belevenis vol pijn en angst. Het is eigenlijk een makkie, sterven. Echt geen probleem. 

Zijn dochter zit mij ongelovig aan te kijken en ergert zich een beetje aan wat zij kennelijk ervaart als mijn wijsneuzige toontje. Ze vraagt dan ook een beetje geïrriteerd: ‘Hoe weet u dat allemaal zo zeker?’ Ze wilde eigenlijk vragen: hoe vaak ben jij dan al gestorven eigenlijk?

Ik neem wat gas terug, maar kom er niet onderuit om, hoe omzichtig dan ook, aan haar uit te leggen dat we allemaal elke avond meemaken wat we zullen meemaken als we sterven: we verliezen het bewustzijn.

En dat is het. Net als narcose, maar deze keer zonder ontwaken. Dus wat heet ‘de fenomenologie van sterven’, wat de stervende meemaakt, is veelal moeiteloos, zeker als je goede stervenszorg krijgt. Hiermee is niets gezegd over de dagen, weken of jaren die er aan vooraf gaan. Maar het eigenlijke sterven is eigenlijk een non-gebeurtenis die je dan ook nooit meemaakt, in je eigen geval.

14 gram

Dat ligt verbijsterend anders voor de omstanders die na afloop verder moeten. En omdat er zo iets vreselijks op volgt, hebben we de neiging om het sterven zelf op te blazen tot een soort van indrukwekkende grensoverschrijding.

Daarom gaan mensen op een rare manier zoeken naar wat er dan gebeurt in het lichaam. U kent waarschijnlijk wel het middeleeuwse ‘experiment’ waarin het lichaam van iemand die zojuist gestorven is onmiddellijk werd gewogen om te zien hoe zwaar de zojuist vertrokken ziel weegt. Het verschil werd steevast opgegeven als 14 gram. En altijd weer als ik voor een zaal iets probeer uit te leggen over lichaam en geest komt iemand met de vraag wat ik van die 14 gram denk.

Het antwoord is: hoeveel gewicht zou u verliezen als alle herinneringen aan uw moeder werden gewist? Nou niet flauw doen en zeggen: vele kilo’s! Maar gewoon antwoorden, en dan is het antwoord: herinneringen wegen niks, geestelijk leven weegt niks, dus als dat vertrekt uit een lichaam dan zie je niks op de weegschaal.

Bizarre en zinloze exercitie

Toch blijven mensen geboeid door wat er precies gebeurt bij het sterven. De omstreden Amerikaanse arts Jack Kevorkian, ‘Dr Death’, (1928-2011) was een voorstander van euthanasie, maar er zaten ook wat vreemde kanten aan zijn belangstelling voor het stervensproces. Zo filmde hij de ogen van stervenden van heel dichtbij om te kunnen zien wat daar gebeurde. Misschien met het idee dat je naar binnen kijkend door ‘het venster van de ziel’ wat wijzer zou worden over wat er gebeurt als de ziel weggaat?

Ik vond het een even bizarre als zinloze exercitie. Wat zal er gebeuren in het oog als iemand overlijdt? De pupil wordt groter, omdat de spiertjes in de iris verslappen. Met een beetje fantasie zou je daaruit kunnen concluderen dat de innerlijke leegte je als het ware aanstaart? Meer iets voor poëzie.

Kleurrijke vlinder

Kevorkian was een patholoog en als zodanig vaak bezig in dode lichamen, dus is zijn belangstelling enigszins begrijpelijk. In The Times Literary Supplement las ik een bewering van een andere patholoog, Sue Black. Zij heeft veel forensische pathologie gedaan in onder andere Kosovo voor het Joegoslaviëtribunaal en in Thailand na de tsunami. Het ging om de identificatie van slachtoffers. En ook zij is gefascineerd door wat je meemaakt bij het sterven.

Zij zegt: “Als de dood voor mij komt dan wil ik haar kunnen herkennen, haar horen komen, haar zien, haar aanraken, haar ruiken en haar proeven; ik wil de aanval op al mijn zintuigen ondergaan en haar in mijn laatste momenten zo volledig mogelijk begrijpen, voor zover dat kan voor een mens.”

Wel een verrassing om zo’n kleurrijke vlinder omhoog te zien fladderen uit de geest van een vrouw die zich met heel wat meer kadavers heeft beziggehouden dan de meesten van ons. Zou het kunnen zijn dat pathologen zo graag mijmeren over het sterven omdat ze nooit met stervende mensen te maken hebben? Ik bedoel dat ze altijd nadat hét gebeurd is ten tonele verschijnen en zich afvragen: hoe ging dat nou?

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden