Sterven is een kunst

Voor hun boek 'O en voorgoed voorbij' doolden schrijver Onno Blom en fotograaf Werry Crone de afgelopen jaren over dodenakkers op zoek naar graven van geliefde Nederlandse schrijvers.

Niemand kan ons genezen van onze kwaal: de kerkhofziekte. Wij kunnen geen weerstand bieden aan treurwilgen, kraaien en antieke grafmonumenten. Onderweg op onze literaire knekeltocht hebben we gemerkt dat wij niet de enigen zijn. De dood leeft. Graven van schrijvers zijn literaire bedevaartsoorden. Als we ons, de één met notitieboekje en pen in de hand en de ander met camera om de nek, meldden bij het kerkhofkantoortje of het gietijzeren hek om te vragen waar die-en-die precies lag, zag je de doodgraver denken: daar heb je weer zo'n stelletje.

Toch hebben we doorgezet. Pijlen volgend, en tuinmannen van de dood om richting vragend. Veel fraais troffen wij aan: de geknotte zuil van Louis Couperus op Oud Eik en Duinen in Den Haag, de marmeren haviksneus van Jacob van Lennep in Oosterbeek en de geoxideerde urn van Slauerhoff op een grafheuvel in Westerveld. Maar ook veel lelijks: de glimmende steen van Gerard Reve in het Vlaamse Machelen aan de Leie. Anders dan Reve bij leven had gehoopt - 'Lang Leve De Dood!' dichtte hij ooit - zijn daar geen schreiende mannen, zeeverkenners of viooltjes te bekennen. Wel een plastic Mariabeeldje en een uitgedoofde kaars.

De ware reden van onze tocht had niets met mooi of lelijk te maken. Wij zochten de nabijheid. Morbide, wellicht, maar zo is het nu eenmaal. De nabijheid die we op een kerkhof tot een dode voelen, is natuurlijk schijn. Een kwestie van verbeelding, net als het lezen van een boek. 'Wie ligt er in het graf van de dichter?' vroeg Cees Nooteboom zich af in Tumbas. 'In elk geval niet de dichter, zoveel is zeker. De dichter is dood, anders had hij geen graf.'

Nee, het graf is slechts de plek waar de mensheid noodgedwongen afscheid moest nemen van het lichaam van de betreurde. Daarom is een graf ook een wegwijzer naar die andere geliefde necropolis: de bibliotheek. Pas daar kan het verhaal van de dood - en via de dood van het leven - worden voltooid. Daar kom je erachter hoe schrijvers aan hun einde zijn gekomen. Wat hun laatste woorden waren. 'Aardappelen, maar niet te veel,' sprak Gerrit Achterberg tegen zijn vrouw. Een prachtig, Hollands-calvinistisch slotakkoord.

Sterven is een kunst. Al is het op papier. In het werk van sommige dichters, zoals dat van J.C. Bloem, lijkt elke regel wel van de dood doortrokken. 'Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij,' luidt zijn beroemdste regel - en die staat dan ook gebeiteld in zijn grafsteen op het schitterende, haast surrealistische kerkhof van Paasloo. Je kunt de woorden van Bloem niet lezen zonder te worden getroffen door de paradox. Het leven van de dichter is voorbij. Maar na zijn dood leven zijn woorden voort.

Die mythologie geeft schrijversgraven een mysterieuze kracht: de stenen zijn tastbare bewijzen van de vluchtigheid van het leven én van de notie van eeuwigheid. Het leven wordt naar voren geleefd, maar naar achteren beleefd. Kennisnemen van voorbije levens, het herlezen van boeken en gedichten, een bezoek aan het graf van een geliefde dichter, het zal niemand behoeden voor zijn eigen dood. Maar tot het zover is, wordt het leven wellicht een heel klein beetje lichter.

'O en voorgoed voorbij - langs graven van Nederlandse schrijvers' van Onno Blom en Werry Crone is verschenen bij De Arbeiderspers, € 22,50. Ook te verkrijgen als Trouw-lezersaanbieding.

Vandaag begraven
'De dood is de meest bespotte, gehoonde, verdrongen, met de stroopkwast bejegende zekerheid van het leven,' vond Gerrit Komrij. Net als voor zeer veel andere dichters speelde de dood ook in zijn werk een cruciale rol. Zijn tweede bundel, 'Alle vlees is als gras of Het knekelhuis op de dodenakker', gepubliceerd in 1969, was één grote danse macabre. Met als hoogtepunt het ironische én oprechte gedicht 'Dodenpark'. Achtenzestig jaar lang heeft Komrij zelf de dood bespot, gehoond, verdrongen - en uiteindelijk moeten omarmen. 'Laat me, heregod, sterven in mijn slaap, op een bed van eiderdons, onverwacht, als een gezonde honderdjarige en in volle vredestijd', smeekte Komrij in 'Humeuren en temperamenten'. Het was hem niet gegund. Vandaag wordt hij begraven in Vila Pouca da Beira, een klein dorpje in het hart van Portugal, waar hij de laatste 24 jaar van zijn leven woonde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden