Sterven Indurain als meesterwerk van Goya

De allermooiste televisie ter wereld. We hebben er te weinig van gezien, jammer. Het duurde ook niet zo lang, maar het Grote Lijden van Miguel Indurain in de donderdagse etappe van de Vuelta D'Espagna was van hemeltergend fabelachtige kwaliteit.

MART SMEETS

Afgelopen zomer, tijdens de Tour de France, zagen we de eerste beelden van de grote Spanjool die in een bergrit naar de achterhoede werd gereden. Toen al was ik geheel gevangen door het beeld: een voor een wielrenner grote en ineens veel te zwaar lijkende man met een klassiek gesneden, mooie kop, stampt op de trappers, de weg voor hem is leeg, het doet pijn hem aan het werk te zien.

In de Tour zag je hem voor het eerst pijn hebben. Dat was nieuw. We hadden geleerd dat hij anderen pijn deed en soms een kwetsbaar kwartiertje kende en dan wel eens een weg te poetsen verliesje leed. Dat was nooit erg geweest, want zijn magnifieke, trotse, soms bijna arrogante lichaamstaal was zo sterk dat de gezamenlijke tegenstand met vermoeide spieren al snel afhaakte. Echter, ook bij Indurain komt de sleet erop. Waarop? Dat wilde ik graag weten. Wat gebeurde er met de man die zich schijnbaar beter dan ooit voorbereidde op de Tour?

Waarom kon hij niet meer volgen als de weg flink omhoog liep? Ooit had ik wel de ijzeren en vooral ongeschreven wet gehoord: Op is Op, en daar geloofde ik wel in, omdat ik zulks bij heel veel renners had meegemaakt, maar om Indurain nu ineens als een half vleugellamme renner tegen zo'n kronkelweggetje op te zien boksen was toch iets geheel nieuws.

In de Tour nog, op weg naar zijn woonplaats, op een door de Spanjaarden heilig verklaarde dag, werd de nederlaag van Indurain snoeihard zichtbaar. Hij moest lossen waar stervelingen-renners hem passeerden, waar jonge kerels en felgebruikte Italiaanse knechten hem voorgingen en de manier waarop dat ging, zal me nog lang bijblijven.

Doodstil bleef hij op zijn fiets en het was alsof dat maffe, bijna nietige petje hem in de hersens zakte. Zijn gezicht werd tot een grimas, zweetbanen trokken sporen over zijn wangen. Op karakter keerde hij terug in een groep ook-al-verslagenen, waar de spitsmuis Tony Rominger machinist speelde en ervoor zorgde dat het uiteindelijke verlies geen half uur werd, maar rond de tien minuten bleef schommelen.

Indurain boog, deemoedig, maar met stijve kaken, het edele hoofd. Hij had verloren, iets dat hij jarenlang niet had gedaan.

In Atlanta, tijdens de individuele tijdrit, bundelde hij nog eenmaal alle krachten in zijn lichaam samen. Zijn rit was zijn ultieme geseling van het lijf, nog eenmaal vertoonde hij een kunstje: hard fietsen. Alleen op een rank rijwiel kilometers vreten, totdat het melkzuur hem uit de ebbenhouten dijen spatte, totdat zijn hartslag niet hoger kon, totdat zijn geest ontplofte in één, jubelende oerroep.

Nu, in de hersft, met tochtige winden rond bergen met namen als La Hermida en La Collada de Carmona moet Indurain weer en hard ervaren dat die zomerse sleet er nog steeds is en in hevigheid is toegenomen.

Nu rijdt een jonge, tactisch zwakke Zwitser als Alex Zülle van hem weg, nu moet hij passen op iedere bruuske versnelling bergop.

En op weg naar de Alto del Naranco zien we dat met eigen ogen weer gebeuren.

Het is verwoestend prachtige televisie. De lange van Pamplona zakt naar achter op zijn zadel en stampend zoekt hij zijn weg omhoog. Voor hem rijdt een ploeggenoot, José-Maria Jiminez, een aardige jongen die opgedragen is bij de Baas te blijven. Jiminez kijkt voortdurend om: waar blijft je? Indurain blijft nergens meer en wij kunnen het zien. Traag trapt hij, hevig knokt hij. Voor hem uit snellen anderen, beter geprepareerde, jonge spieren, en hij, Miguel Indurain, blijft achter. Dat beeld, dat verstilde beeld van deze ooit zo onwaarschijnlijk onklopbare doorduwer, blijft als ware het een meesterwerk van Goya, op mijn netvlies achter. Dat grote lichaam, die versteende blik met een vleugje hulpeloosheid doordrenkt en die zwetende slapen . . . het is prachtig om naar te kijken. Ik zou het urenlang willen aanschouwen, maar stervelingen als Nardello en Peron sprinten voor de zege. Hen zien, doet me ontwaken. Time waits for no-one. Is dat niet de titel van een lied? Indurain geeft op. Simpele woorden. Grootse beelden.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden