Sterschilder in Utrecht

Waarom zegt de naam Abraham Bloemaert ons zo weinig? Die vraag bleef knagen bij de bezichtiging van de tentoonstelling die het Centraal Museum in Utrecht aan hem wijdt. Bloemaert (1566-1651) is een schilder uit de Gouden Eeuw, maar niet een die we zouden rekenen tot de grote meesters als Rembrandt, Hals of Vermeer. En toch is het volkomen terecht dat het museum zijn stallen schoonveegde en ze volhing met Bloemaerts werken, zijn schilderijen, maar ook zijn tekeningen - je kijkt je ogen uit.

De warme, zachte kleuren, de techniek, de schetsen: het werk is allemaal even virtuoos. En het is heel veelzijdig, in onderwerp en stijl, zo veelzijdig dat je zou kunnen denken dat je een groepstentoonstelling bent binnengewandeld. En misschien ligt daarin ook zijn relatieve onbekendheid besloten: Abraham Bloemaert had vele gedaanten.

Er hangen in de stallen 25 schilderijen. Altaarstukken. Mythologische werken. Bijbelse voorstellingen. Genrestukken. Landschappen.

Uitgelegd op tafels, waarboven velums zijn gespannen om het beschadigende licht te filteren, liggen 45 werken op papier - de tekeningen en prenten. U kunt aanschuiven en ze vanuit uw stoel bestuderen. Sommige tekeningen zijn voorstudies voor de schilderijen.

Maar als je goed naar die schilderijen kijkt en je realiseert dat het veelal opdrachtwerken waren, voor kerken, voor paleizen, voor aristocratische en stadhouderlijke hoven, dan dringt tot je door, dat Bloemaert ook voldeed aan wat destijds in die kringen de heersende mode was. En die mode was, aangewaaid vanuit Italië, maniëristisch.

Het wemelt er van de figuren, die allemaal bezig zijn iets uit te beelden, of bevroren staan in een handeling. Dramatische gebaren. Gespierde, vreemd verdraaide torso's. Als er geluid uit kwam, zouden we een kakofonie horen. En toch moesten er grote verhalen in verteld worden en voor sommigen ervan - de mythologische- moest je doorgeleerd hebben om ze te begrijpen.

Met een blik van nu zou ik zeggen dat die voorstellingen pathetisch, aanstellerig, zoet-romantisch aandoen. Edelkitsch. Een slecht toneelstuk, met veel schmieren.

En die blik van nu blijkt al een stuk ouder, want met het maniërisme was al eerder afgerekend door mensen die een goede smaak claimden. Ook Bloemaert kon, naar het lijkt naar believen, van stijl veranderen, naar het classicisme en ook nog naar het schilderen naar de natuur, al is die natuur telkens nog in een ideale compositie vormgegeven. Ik vermoed uiteindelijk dat alles op doek en papier, van het uiterlijk van een herderinnetje tot en met de geschetste stam van een wilgeboom, is ontstaan uit de geïdealiseerde werkelijkheid van de schilder. Niets heeft zo bestaan als we hier zien.

Die stijlaannames, en de schijnbaar moeiteloze beheersing ervan, die maken Bloemaert een groot schilder en een aanstekelijk tekenaar, maar zonder de originaliteit van hen die het canon van de Gouden Eeuw uitmaken.

En toch.

Wat een verrukkelijke passie.

Het is genieten, daar in Utrecht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden