Column

Sterren zijn de lichtpuntjes in een illusieloos bestaan

null Beeld Maartje Geels
Beeld Maartje Geels

De Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges, wiens essays ik op mijn reis door Chili en Argentinië lees om de overweldigende natuur af te wisselen met literatuur, schrijft in ‘Geschiedenis van de engelen’ dat hij de identificatie van engelen met sterren toejuicht: ‘die gelijkstelling van sterren en engelen (waardoor de eenzaamheid van de nachten zo wordt bevolkt) komt mij mooi voor en het is een geschenk van de Hebreeërs dat zij de sterren hebben bedacht met een ziel en zo hun gloed tot iets levends hebben uitgeroepen’.

Borges leefde niet lang genoeg om de roman ‘Engelen vallen langzaam’ van zijn collega Karl Ove Knausgård te verwelkomen, maar ik denk niet dat hij instemmend geknikt zou hebben bij diens gedachte dat de engelen tenslotte tot schreeuwende meeuwen zouden zijn verflenst. Het is het verschil tussen de Latijnse geest die er iets moois van wil maken en de somber-realistische geest van de Scandinaviërs die het op aarde zoekt.

Astronomisch klopt er natuurlijk niks van beider fantasieën. Sterren zijn bolvormige hemellichamen bestaande uit lichtgevend plasma en geen hemelse wezens met onduidelijke papieren. Maar daar doen schrijvers niet aan, wellicht gevoed door varianten van het christelijke kinderliedje waarmee ik als kleuter mijn eerste sterren cartografeerde: ‘Weet gij hoeveel sterren stralen aan die blauwe hemelboog?’ Alleen het ‘gij’ daarin dwong me al aan iets verhevens te denken. Intussen hebben wij de sterren in het dagelijks leven toch nog omlaag weten te halen door ze op acteurs en actrices te plakken en ze aan boeken en films te geven. Vijf sterren, dat is de menselijke maat, en vaker zijn het er drie of vier.

Dat alles in schril contrast met een echte sterrenhemel die ons steevast wijst op de onmetelijkheid van het heelal. Op het zuidelijk halfrond zien ze beter dan bij ons hoeveel sterren er eigenlijk aan die blauwe hemelboog stralen. Tegelijkertijd valt er niet veel meer over te zeggen dan dat het prachtig en indrukwekkend is.

In de Chileense Atacamawoestijn, de droogste op aarde zegt men, lag ik op de aarde naar het besterde firmament te kijken. Firmament is eigenlijk een fout, geocentrisch begrip, gebaseerd op de oudchristelijke gedachte dat de hemel aan de aarde vastgemaakt zit, maar vooruit. Zelfs de gehardste atheïst zal bij zo’n hemel een vaag religieus gevoel koesteren alvorens hij het met astronomische kennis tracht te bestrijden.

Sterren zijn de lichtpuntjes in een illusieloos bestaan. Vandaar dat we ze toekennen aan beroemdheden en kunstwerken, in een wat armoedige poging de hemel in huis te halen.

Gek trouwens dat we de maan daarbij buiten beschouwing laten hoewel zij onmiskenbaar het meest overheersende lichaam aan onze hemel is en we er, toen babyboomers nog jong waren, zelfs zijn geweest. De Atacamawoestijn heeft veel weg van een maanlandschap vanwaaruit je naar de sterrenhemel kunt kijken. De echte maan die je er ook ziet, zou dan de aarde kunnen zijn. Het zijn gedachten die de betrekkelijkheid van alles illustreren. Dat is wat sterren naast hun astronomische plichten doen. Ze relativeren het menselijk bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden