Sterren van het North Sea Jazz Festival op cd

Jazzstandards uit het zogeheten 'Real Book' zijn beproefde composities uit de swing-, bop- en mainstream-jazz, en uit musicals. Met de jaren komen er nieuwe 'standards' bij. Het ligt voor de hand dat met name 'popsongs' geschikte kandidaten zijn. Luister maar naar Miles Davis' versie van Cindy Laupers 'Time After Time'. De popsong wordt daarin overstegen.

Op zijn album THE NEW STANDARD (Verve 527 715-2; distributie Polygram) breekt pianist Herbie Hancock een lans voor de popsong als nieuwe jazzstandard. Hij speelt bekende hits als 'Love is Stranger than Pride' (Sade), 'Mercy Street' (Peter Gabriel), 'Seaborough Fair' (Simon & Garfunkel) en 'Norwegian Wood' (Lennon & McCartney). Het kenmerk van jazzmuziek, namelijk dat musici vrij met het materiaal omgaan, typeert ook Hancocks aanpak. Natuurlijk duiken de thema's vroeg of laat op in al hun herkenbare pracht, maar ondertussen zetten de pianist en zijn band (waarin kopstukken als saxofonist Michael Brecker, gitarist John Scofield en bassist Dave Holland) de muziek zodanig naar hun hand dat het spannende en enerverende jazz wordt. (zondag op NSJ)

John Lennon's 'Imagine' opent de gelijknamige cd IMAGINE (Blue Note 8 30491 2; distributie EMI) van Gonzalo Rubalcaba. De Cubaanse pianist geeft de 'nieuwe standard' een gedragen vertolking, waarin hij dicht bij het origineel blijft. De cd bevat een paar solostukken, maar in de meeste nummers laat de pianist zich begeleiden door wisselende musici. De mooiste zijn die waarop landgenoten de muziek Caraïbisch inkleuren. (zondag)

Op SOLOS AND DUETS (Blue Note 8 32073 2) speelt de Braziliaanse pianiste Eliane Elias geen 'nieuwe', maar oude standards, aangevuld met eigen composities. In de solostukken laat ze zich - technisch en inhoudelijk - kennen als een uitmuntend pianiste. In de duetten met Herbie Hancock gebeurt dat ook. Gelukkig blijft het niet bij vriendelijke ontmoetingen, maar dagen ze elkaar wel degelijk uit. Dat leidt tot watervallen van parelende klanken en - in de vier 'Messages' - tot momenten met een merkwaardig geladen ingetogenheid. (zaterdag)

Nog een pianist: de zwarte Engelsman Julian Joseph. Op UNIVERSAL TRAVELLER (East West 0630-12042-2; distributie Wea) speelt hij met zijn trio op Monk's 'Straight No Chaser' na uitsluitend eigen stukken in een mainstream jazz-idioom. Joseph is een virtuoze pianist, live is hij een zwaargewicht, maar op deze cd wil de muziek niet tot leven komen. (vrijdag)

In PARKER'S MOOD (Verve 527 907-2) brengen trompettist Roy Hargrove, bassist Christian McBride en pianist Stephen Scott een bruisende hommage aan de muziek van bebop-pionier Charlie Parker. De bezetting - zonder Parkers altsax - is een gelukkige. Ze hoeven het niet tegen hem op te nemen, maar kunnen hun eigen visie ontwikkelen. Dat levert aangename interpretaties op van stukken als 'Laura' en 'Dexterity'. Ook aardig zijn enkele duo-en solostukken. Met name 'Red Cross', waarop McBride excelleert. (Roy Hargrove Quintet, vrijdag en zaterdag; Trumpet Summit, zondag)

Op de live opgenomen dubbel-cd QUARTETS (Blue Note 829125 2) is saxofonist Joe Lovano te horen met twee kwartetten. Eerst met trompettist Tom Harrel en ritmesectie; later met pianist Mulgrew Miller en een andere ritmesectie. Niet alleen de bezettingen zorgen voor grote verschillen. Ook het repertoire doet dat. In het eerste kwartet ligt de nadruk op eigen stukken van Lovano, het tweede richt zich vooral op stukken van jazzgroten als Coltrane, Monk, Davis en Mingus. Het belang van deze opnamen is vooral het stevige, ongeremde geluid van de saxofonist. (zaterdag)

Van ander kaliber is het spel van saxofonist Pharoah Sanders op de cd MESSAGE FROM HOME (Verve 529 578-2). Sinds Sanders de freejazz verruilde voor een zoektocht naar zijn Afrikaanse roots, is zijn muziek toegankelijker, maar weinig boeiender geworden. Zijn spel is nog even rauw, maar melodischer. Op deze door topproducer Bill Laswell geproduceerde cd is hij beland bij een mix van jazz, funk en wereldmuziek, die vast een groot publiek aanspreekt, maar ook een zekere oppervlakkigheid met zich meebrengt. (zondag)

Laswell produceerde ook de Henry Threadgill-cd MAKIN' A MOVE (Sony 481131 2). Hierop presenteert de altsaxofonist de muziek die hij voorstaat met zijn Very Very Circus (altsax, hoorn, twee gitaren, twee tuba's en drums), aangevuld met enkele composities voor afwijkende bezettingen, zoals voor piano en drie gitaren, altsax en drie cello's, en drie gitaren en drie cello's. De aanpak op de laatste stukken houdt het midden tussen modern klassiek en kamerjazz; met Very Very Circus vlecht Threadgill de van hem bekende hectische patronen, waarin elke musicus zowel een vaste rol vervult, als een ongekende vrijheid heeft. Op elke plaat gaat hij daarmee een stapje verder. (zaterdag)

Hoe relaxt Bill Frisell ook klinkt op QUARTET (Nonesuch 7559-79401-2; distributie Wea), saai wordt het nooit. De gitarist speelt hier met trompetist Ron Miles, trombonist Curtis Fowlkes en violist/tubaist Eyvind Kang - een unieke bezetting! De muziek is meeslepend, feestelijk soms, melancholisch ook. En beeldend, maar dat geldt bijna voor alle muziek van Frisell. Het meest bijzondere van deze cd is dat Frisell er opnieuw in slaagt te verrassen. Allicht blijft zijn gitaarspel uit duizenden herkenbaar, maar zijn spel, zijn composities en de toch ongewone bezetting zetten de luisteraar regelmatig op het puntje van zijn stoel. Met 'Quartet' heeft Frisell na zijn soundtracks bij Buster Keaton opnieuw een meesterwerk afgeleverd. (zaterdag)

Fraai is ook NO-VIBE ZONE (Knitting Factory Works 191) van het Don Byron Quintet. Allereerst vanwege het superieure spel van de klarinettist, maar ook door zijn composities - pakkend, hectisch soms, fascinerend op andere momenten en onmiskenbaar gesitueerd in het heden - en de invulling die zijn band daaraan geeft. Met een ritmesectie met Marvin 'Smitty' Smith op drums kan er ook weinig misgaan. En met een meestergitarist als David Gilmore evenmin. (zondag)

Inhoudelijk laat Kiss My Jazz zich op de cd DOC'S PLACE FRIDAY EVENING (Knitting Factory Works 196) kennen als een typische Newyorkse 'fake-jazz'-groep. Toch komt deze band niet uit de V.S., maar uit België. Voor de muziek maakt dat niets uit. Elementen uit rock, jazz, folk en improvisatie komen daarin op een eigenzinnige manier samen. Poppy-achtige vocalen over rare onderwerpen, een dwingende beat, en vervreemdende klankexploraties van vooral gitaren en trompetten op de achtergrond bepalen de muziek. (zaterdag)

Een topband uit eigen land is SFeQ. Op NUNK PAYS (Blue Funk 11 60792; distributie Via) speelt Francois van Bemmel nog gitaar. Live is de bekroonde Jesse van Ruller tegenwoordig de gitarist. SFeQ koppelt de plezierigste elementen van de Newyorkse M-Base-muziek (zwarte funk, blanke improvisaties, hiphop) aan de buitengewoon boeiende composities van de SFeQ-leden. Bijzonder in het groepsgeluid was altijd al de rol van Git Hyper op draaitafels en samplers. Op deze cd laat hij zich ook kennen als niet onverdienstelijk componist. De mooiste stukken zijn die van Bart Suer, bovendien een altsaxofonist van uitzonderlijk formaat.

Tot slot het curieuze FAREWELL (XtraWatt/ECM 531 557-2; distributie Via) van Karen Mantler, dochter van Carla Bley en haar ex Michael Mantler. Op 'Farewell' bezingt ze haar overleden kat Arnold. Ze speelt zelf keyboards en wordt bijgestaan door Michael Evans op allerlei bijpassende instrumenten. De sfeer lijkt op die van de platen van haar moeder uit de jaren zeventig. Dezelfde melancholie, dezelfde merkwaardige emoties kenmerken Karens songs. In Den Haag speelt ze in de Carla Bley Big Band. (zaterdag)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden