Sternheims erfenis gered uit knekelhuis

Bertus Mulder, 'Andries Sternheim, een Nederlandse vakbondsman in de Frankfurter Schule'. Kerkebosch bv, Zeist 1991. 291 blz. 37,50.

GEERT DE JONG

Dat de figuur Sternheim in de geschiedschrijving van de Nederlandse sociaal-democratie zoek is geraakt, is wel te verklaren. Sternheim was internationaal georienteerd en speelde nauwelijks een rol in de grote nationale organisaties. Hij was er bovendien de persoon niet na zich erg op de voorgrond te manifesteren. Daar komt nog bij dat van alle mensen die Sternheim gekend hebben, maar enkelen de oorlog hebben overleefd.

Dat is een gegeven dat een bio graaf opzadelt met een probleem. Elk spoortje dat naar de figuur Sternheim kon leiden heeft de bio graaf nagetrokken. Persoonlijke do cumenten zijn echter nauwelijks voorhanden. De biografie leunt dan ook zwaar op de vele artikelen die Sternheim heeft geschreven en dat maakt het werk van Mulder bij tijd en wijle tot taaie lektuur. De - dramatische - uitzondering daarop vormt het dagboek dat Sternheim bijhield in de periode dat hij zat ondergedoken en waaruit veel wordt geciteerd. Daarin komt het beeld naar voren van een man die, ondanks de benarde positie waarin hij verkeerde, bleef geloven in de vooruitgang der mensheid.

Andries Sternheim werd op 17 mei 1890 in Amsterdam geboren als zoon van een weinig succesvol beurshandelaar in boter en vetwaren. Vader Sternheim zocht zijn vertier in kroegen wat tot een echtscheiding leidde. De moeder van Sternheim, Sara Biallosterski, nam haar vak als roosjessnijdster in de diamantberking weer op. Zo kwam ook Andries op veertienjarige leeftijd in het diamantvak terecht.

Moeder en zoon sloten zich aan bij de ANDB, de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond, een bond die vorming en scholing van arbeiders op alle mogelijke manieren stimuleerde. De rol van de ANDB was wel te vergelijken met die van een ouderlijk huis waar hij de aanmoediging vond om door te leren en cursussen te volgen. Niet voor niets omschreef Sternheim vakbonden als 'scholen waar miljoenen worden opgeleid tot maatschappelijk denkende wezens.'

Economische neergang dwong Sternheim het diamantbedrijf te verlaten. Hij werd benoemd als schrijver bij het Gemeentelijk Arbeidsbureau in Amsterdam. Vanaf dat moment ging hij zich binnen de SDAP meer en meer bezig houden met politiek. Hij deed dat wel op de manier die kenmerkend voor hem was: op de achtergrond, beschouwend en analyserend.

In 1920 deed hij een voor zijn verdere carriere beslissende stap; hij trad in dienst van het IVV, het Internationaal verbond van vakverenigingen. Sternheim houdt zich in deze jaren intensief bezig met de verhouding tussen de nationale en internationale vakbewegingen. Multinationale ondernememingen komen op en dat vraagt om een reactie van de vakbeweging. Sternheim maakt zich sterk voor medezeggenschap in bedrijven en gelijke arbeidsvoorwaarden voor werknemers in alle Europese landen.

Illustratief is dat Sternheim al in de jaren twintig pleit voor een uniforme regeling voor zwangerschapsverlof. De recente poging in Maastricht om tot een 'sociaal Europa' te komen, onderstreept de actuele van Sternheims denken.

In 1931 werd Sternheim gevraagd de Geneefse vestiging van het Institut fur Sozialforschung te gaan leiden, ook wel bekend als de Frankfurter Schule waaraan de namen van mensen als Horkheimer, Adorno en Fromm waren verbonden. In Geneve kwam Sternheim terecht in een milieu van academisch opgeleide linkse filosofen van gegoede joodse komaf. Hij was een van de weinigen met een achtergrond in de arbeidersbeweging, maar hij voelde zich er bijzonder thuis.

De invloed van de veranderende arbeidsomstandigheden op de rolverdeling in gezinnen en de gevolgen van de toename van vrije tijd, zijn onderwerpen waar Sternheim zich in Geneve mee bezig houdt. Hij voorzag de opkomst van een een bloeiende toeristenindustrie.

Terecht bestempelt de biograaf Sternheim als een grondlegger van de latere gezinssociologie. Ook is Sternheim op dat moment een van de weinige Nederlandse intellectu ele die zicht heeft op ontwikke lingslijnen van het kapitalisme op langere termijn.

Na 1937 namen de Frankfurters afscheid van het proletariaat als dragende kracht van maatschappelijke verandering. Sternheim, met zijn achtergrond in de arbeidersbeweging, wilde daarin niet volgen. Hij bleef ervan overtuigd dat alleen verbetering van de kwaliteit van de arbeid, kon bijdragen aan de verbetering van de concrete levensomstandigheden van mensen. In het licht van de discussie over de WAO is ook dit een actueel punt.

Sternheim onderscheidde zich van tijdgenoten als Vorrink en Banning, die meer pessimistisch waren ge stemd over het vermogen van de arbeidersklasse aan verandering bij te dragen. Vorrink komt tot de con clusie dat een socialisme alleen door een elite gedragen kan wor den. Het socialisme van Sternheim is daarentegen door en door demo cratisch, open en ondogmatisch. Veel van Sternheims geschriften zijn het resultaat van ijverige ar beid. Sommige inzichten zijn origi neel. Het ontbrak hem echter aan de brille, de persoonlijkheid en het charisme om uit te groeien tot een grote ideoloog. Hij heeft daartoe ook niet de kans gekregen.

In 1938 keerde het gezin Sternheim terug naar Amsterdam. Onder de oorlogsdreiging probeerden Sternheim en zijn echtgenote Gholina Cohen Nederland te verlaten. De poging van de familie om met de kinderen Leonard en Paul in mei 1940 naar Engeland te ontkomen mislukte. In 1943 dook het gezin onder. Na bijna een jaar werden Sternheim en zijn vrouw opgepakt en naar Westerbork gezonden. Andries Sternheim werd op zes maart 1944 in Auschwitz vermoord.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden