’Sterker blijven dan de rest’

Karen Venhuizen behaalde gisteren tijdens het NK kunstrijden haar negende nationale titel. Achter de Groningse gaapt een gat, maar aan de invulling wordt gewerkt.

Venhuizen (23) was niet alleen de beste rijdster, maar ook met voorsprong de oudste van alle deelnemers. Eigenlijk is ze de Nederlandse concurrentie ontgroeid. Dat blijkt uit alles: haar volwassen presentatie, haar internationale ervaring en uiteraard haar prestaties. Ze is de vrouw tussen de kindvrouwtjes.

Ze wil nog twee jaar met haar sport door: tot en met de Winterspelen van Vancouver. Wat na haar komt, is afwachten.

„Toch heb ik vandaag talenten gezien”, zegt ze, na haar vrije kür in Tilburg. „Zoals Eva Lim en ook een aantal junioren. En Rachel en Dmitry Epstein kunnen een heel goed ijspaar worden. Ze moeten nog groeien, maar als ze het volhouden, kunnen ze ver komen.” Als ...

Venhuizen heeft in de loop der jaren ook veel talenten zien wegvallen. „Van de twintig jonge kinderen die naar onze selecties komen, houd je er bij de senioren maar vier over”, had even daarvoor Tineke Posno, voorzitter van de sectie kunstrijden van de schaatsbond, verteld. Venhuizen: „Je moet wel doorzetten. Ik deed op m’n veertiende voor het eerst aan het senioren-NK mee en dat ging niet goed. Toen ben ik harder gaan trainen. Een jaar later was ik Nederlands kampioen en dat ben ik ieder jaar gebleven. Mijn motto is: altijd sterker blijven dan de rest.”

Daarvoor is ze naar Heerenveen verhuisd en traint ze wekelijks 20 tot 25 uur. Een vetpot is het niet. „Ik word geholpen door de mensen van Thialf en ook door de bond, die een deel van de ijshuur betaalt. Verder krijg ik advies van bondscoach Neil Carpenter. Maar ik train individueel, heb altijd mijn eigen plan getrokken. Mijn keuzes maak ik zelf, omdat ik vind dat alleen ik weet of ze goed voor me zijn.”

Toen Venhuizen begon, kon ze nog niet terugvallen op faciliteiten van de bond. Inmiddels heeft de kunstrijderssectie sinds vier jaar twee trainingscentra, in Zoetermeer en Brabant. „Onze sport zit in de lift”, juicht Posno. „De tv-programma’s met dansers op het ijs hebben een aanzuigende werking gehad.” Toch zijn de meeste kinderen die zich melden te oud. Er zijn nu vijftig kinderen geselecteerd die aan de trainingen meedoen. De jongsten zijn zes jaar.

„Als je later begint, heb je meteen een achterstand en dat haal je nooit meer in”, weet Posno. De zesjarigen trainen twee maal per week, achtjarigen staan negen uur per week op het ijs en doen daarnaast nog aan ballet en off-ice training. De vroege training betaalt zich uit; de jongste deelnemer aan het NK was acht jaar.

Kunstrijden is letterlijk vallen en opstaan, bleek gisteren. Dat vallen heeft iets tragisch. Werk je je dag in dag uit in het zweet, ga je op een NK op je achterwerk. Zoals Christian Gijtenbeek, leeftijdgenoot van Venhuizen, maar nooit zover gekomen. Hij is de enige deelnemer bij de senioren en presteert slecht. Bijna iedere sprong eindigt op het zitvlak. Daardoor haalt hij te weinig punten om kampioen te mogen worden.

Misschien illustreert Gijtenbeek de gedachte dat kunstrijden geen sport voor mannen is. Venhuizen: ,,In Nederland niet, nee, maar internationaal wel. Ik zit op een EK of WK graag bij de mannen te kijken. Daar kan ik enorm van genieten.’’

De KNSB richt zich op de jeugd en het jeugdbeleid is weer toekomstgericht. Posno: „We mikken op de Winterspelen van 2014, in Sotchi. Vancouver komt te vroeg. Daarvoor is alleen Karen Venhuizen kandidaat.”

Die wil maar al te graag. „Het moet haalbaar zijn.” Ze heeft nóg een wens: „De mondiale top-20 halen. En meedoen in Vancouver. Dan zou mijn carrière af zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden