Sterke vrouwen die trots zijn op hun vak

Ria von Bönninghausen voorzitter van NU'91, de vakbond voor verpleging en verzorging, heeft in één klap 738000 nieuwe leden onder haar hoede gekregen. Onlangs werd zij voorzitter van PCN, de beroepsorganisatie voor Europese verpleegkundigen.

In de werkkamer van Ria von Bönninghausen (51) liggen in een vitrine alle voorzittershamers te pronken uit de honderdjarige geschiedenis van de Nederlandse Maatschappij voor Verpleegkunde (NMV). Deze vereniging fuseerde in 1991 met de actiegroep Verplegenden en Verzorgenden In Opstand (VVIO). Binnenkort kan naast de Nederlandse hamers ook de Europese PCN-hamer komen te liggen.

,,Tot mijn grote verbazing werd ik een jaar geleden al gepolst voor deze functie'', vertelt Von Bönninghausen. ,,Toen heb ik het aanbod afgeslagen. Ik vond het nog te vroeg.''

Inmiddels ziet de Hoogkarspelse verpleegkundige de drukke bijbaan wel zitten. Ze zal vooral veel contacten onderhouden met de Europese Commissie en dat politieke aspect spreekt haar wel aan. Haar vader en grootvader waren al actief in de politiek en zelf zette ze zich vanaf haar achttiende naast haar werk als verpleegster en docent verpleegkunde ook actief in voor allerlei politieke en maatschappelijke organisaties. Vanwege haar grote betrokkenheid en actiebereidheid was ze in 1998 de eerste buitenstaander die voorzitter werd van NU'91.

In die hoedanigheid probeert ze vooral een meer professionele koers te varen. Een beleidsplan en een gezonde begroting zijn daar de vruchten van. Bönninghausens grote droom is nog altijd om meer samenwerking tussen de verschillende beroepsorganisaties in de zorg van de grond te krijgen. Een jaar geleden werd een eerste stap in die richting gezet met de verhuizing van NU'91, het LCVV, Sting en de AVVV naar één gezamenlijk pand: het 'Huis van de Verpleging'.

,,Op dit moment is de organisatie van onze beroepsgroep in Nederland nog te versnipperd en kunnen verpleegkundigen onvoldoende een vuist maken tegen de hoge werkdruk, gebrek aan carrièreperspectief en lage salarissen'', klaagt de voorzitter. Zij vindt dat verpleegkundigen ook wel iets minder passief mogen zijn en hun onvrede over de situatie op de werkvloer veel meer in actie zouden kunnen vertalen. ,,Het is belangrijk dat de verpleegkundigen inzien dat ze de macht van het getal hebben. We vormen tenslotte zes procent van de totale beroepsbevolking.''

Wat betreft organisatiegraad kunnen de Nederlandse verplegers nog het een en ander van hun Britse, Deense en Zweedse collega's leren, meent Von Bönninghausen. ,,In die landen heeft zo'n 90 tot 95 procent zich bij een beroepsorganisatie aangesloten en kunnen verpleegkundigen ook carrière maken in de patiëntenzorg'', zegt ze jaloers. ,,Onze Deense zusterorganisatie heeft zelfs een eigen pensioenfonds.''

PCN is volgens Von Bönninghausen vooral een netwerk van sterke vrouwen die trots zijn op hun vak. De Europese verpleegkundigenorganisatie bestaat sinds 1971 en richt zich met name op de bewaking van de kwaliteit van het beroep. De kennis die de organisatie op dit vlak in huis heeft, wordt gedeeld met de Europese Commissie.

,,Ook al is gezondheidszorg nog steeds iets wat de landen afzonderlijk regelen, toch zal er in de toekomst op dat vlak steeds meer door Brussel worden bedisseld'', voorspelt de kersverse voorzitter. ,,Het verpleegkundig onderwijs moet bijvoorbeeld in alle landen op hetzelfde peil zijn. Als straks door het vrije verkeer van personen en goederen een Poolse zuster in een ander Europees land solliciteert dan moet haar diploma daar dezelfde waarde hebben.''

Wat onderwijs betreft zijn het volgens haar heus niet alleen de Oost-Europese landen die een inhaalslag moeten maken. ,,Nederland kan wat dat betreft ook nog wel het een en ander leren. We zijn hier bijvoorbeeld nog maar net begonnen met het aanbieden van opleidingen op zowel mbo, hbo als universitair niveau. In andere landen doen ze dat al veel langer en hebben de leerlingen ook meer carrièreperspectieven. Als je in Nederland op je achttiende de verpleging ingaat, dan zit je op je dertigste aan het plafond van de salarisschaal.''

Uit gesprekken met haar Europese collega's merkt ze wel dat in de andere lidstaten dezelfde problemen in de zorg spelen. Daarbij zijn lage salarissen en grote personeelstekorten toch wel de meest in het oog springende overeenkomsten.

Bij dat laatste komen volgens Von Bönninghausen ook ethische kwesties om de hoek kijken. ,,Want pleeg je met het agressief ronselen van verpleegkundigen in ontwikkelingslanden geen roofbouw op de gezondheidszorg daar? Laatst sprak een collega uit Bahrein mij op een congres aan. Zij vroeg zich af waarom het Westen geld gaf voor opleidingen in haar land om vervolgens die pas opgeleide mensen weg te halen naar Europa om daar voor een couveusekindje van 25 weken te zorgen, terwijl in Bahrein de kleuters nauwelijks overlevingskansen hebben.''

Nederland onderscheidt zich volgens de voorvrouw vooral van de rest van Europa door de lange wachtlijsten en het aantal mannen dat in de verpleging werkt. ,,In Europa is de verpleging beslist een vrouwenberoep. Ook in de doorgaans zo geëmancipeerde Scandinavische landen. Ik schat dat in Europa 95 procent van de verpleegkundigen vrouw is, in Nederland ligt dat percentage op 78 procent.''

Voor haar nieuwe baan moet Von Bönninghausen vaak de deur uit om met Europese politici en collega's te overleggen. Daarmee komt toch een beetje het droombeeld uit dat ze als kind van de verpleging had. ,,Ik had vroeger een spannende tante die verpleegster was en daarom vaak op reis naar Suriname ging'', vertelt ze. ,,Ik weet nog goed dat we haar dan naar het vliegveld brachten en dat ik dan dacht: 'dat wil ik ook'.''

Uiteindelijk is vooral het communicatieve aspect van het werken als verpleegkundige haar het meest dierbaar. ,,Omdat je als verpleegkundige een veel dieper en zelfs existentieel contact met de patiënten hebt, ben je eigenlijk een soort advocaat van de patiënt naar de arts toe.''

Die communicatieve vaardigheden zal Von Bönninghausen tijdens haar voorzitterschap veelvuldig in de strijd gooien om bij de Europese Commissie en het Europees Parlement aandacht te vragen voor de zorg in het Europese beleid. Voorlopig ziet ze zichzelf nog geen grootscheepse Europese staking op touw zetten. ,,Zolang gezondheidszorg nog vooral door de afzonderlijke landen wordt bepaald, zie ik dat niet echt gebeuren. Maar je weet het natuurlijk maar nooit. De ontwikkelingen gaan zo snel in Europa.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden