Sterke muziek Henze voor een Prinz-slaapwandelaar

Herhalingen in Antwerpen (14, 16 en 18) en Gent (23, 25, 28 en 31 maart)

Net als bij Bellini komt het aan het slot allemaal nog goed en blijkt de aan het begin getoonde droom uit te komen. De prins van Homburg negeert een bevel tijdens de slag tussen Pruisen en Zweden, behaalt weliswaar een overwinning, maar moet voor de krijgsraad verschijnen en wordt ter dood veroordeeld.

In deze op een toneelstuk van Heinrich von Kleist gebaseerde opera draait het vervolgens om het conflict tussen gevoel en plicht, droom en werkelijkheid. De keurvorst van Brandenburg vernietigt uiteindelijk het vonnis, niet omdat de prinses van Oranje voor haar geliefde pleit, maar omdat de Homburgse prins zijn straf terecht vindt.

De Vlaamse Opera presenteerde Henze's opera zaterdag in een co-produktie met de operahuizen van München en Zürich. Het is een eigenzinnige en prijzenswaardige stap van intendant Clémeur om een Henze-opera te presenteren. In Nederlandstalige contreien zijn diens opera's zo goed als onbekend. De Nederlandse Operastichting presenteerde in de zeventiger jaren 'Der junge Lord' en 'El cimarrón', maar sindsdien bleef het stil rond één van de belangrijkste hedendaagse opera-componisten, die sinds 1948 zo'n vijftien opera's schreef.

Henze schreef 'Der Prinz von Homburg' in 1958, maar herzag de partituur in 1991 voor de produktie in München. Die herziening betrof de orkestpartituur, niet de vocale lijnen. Volgens Henze is de verhouding tussen zangstemmen en instrumenten verbeterd doordat overheersende blazerscombinaties transparanter werden gemaakt en partijen voor diverse slaginstrumenten werden geëlimineerd.

Als kamermuziek

Inderdaad klonk Henze's partituur in de Antwerpse bak voornamelijk als kamermuziek en meermalen kwamen daardoor associaties met de kameropera's van Benjamin Britten boven. Ook Henze's muziektaal is in 'Der Prinz von Homburg' verwant aan die van Britten. Vormen als passacaglia, rondo en fuga treden veelvuldig op de voorgrond.

In het begin domineren harp en piano; de laatste zorgt met een paar swingende bassen voor een jazz-sausje in de tweede scène van de eerste akte. Voor de meer heftiger passages componeerde Henze aartslastige partijen voor de violen, zoals de overgangsmuziek in de derde scène van de eerste akte. Het orkest van de Vlaamse Opera kon met name in die heftige scènes maar moeilijk op één lijn gebracht worden door dirigent Bernhard Kontarsky. Ondanks enkele wonderschone bijdragen van met name de houtblazers, bleef het spel slordig.

De bijeengebrachte zangersbezetting was vrijwel ideaal. Françoix Le Roux domineerde in de titelrol de opera met zijn fraaie karakterbariton en hij was bovendien scènisch sterk aanwezig. Eberhard Büchner heeft geen typische heldentenor-geluid, maar hij bracht zijn partij als keurvorst buitengewoon overtuigend met een pregnante projectie. Sopraan Mari Anne Hüggander (prinses Natalie) leek met haar te luide stem in de verkeerde opera beland en pijnigde de oren met knalharde uithalen. In de vele kleinere rollen die deze koorloze opera telt, overtuigden met name Susan Bickley en Alexander Malta.

Nikolaus Lehnhoff (regie) en Gottfried Pilz (decors en kostuums) ontwierpen samen de belichting. Die bleek in deze droomopera uitermate belangrijk. Vanuit een wazig blauw licht doemde steeds een nieuwe scène op. Lehnhoff hield de handeling in het eenheidsdecor simpel en dat verhoogde de concentratie. Na afloop klonk zeer enthousiast applaus als bewijs dat Clémeurs inspanningen hun effect hadden. Bij de Gentse première komt de componist zelf kijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden