Sterke fysiotherapeute met levenslange missie

Ien de Mol van Otterloo-Glastra van Loon 1926-2016

Dat Ien voor de fysiotherapie koos, een vak dat haar leven zou bepalen, was niet zo vreemd, want haar ouders waren ook in de medische sector werkzaam. Haar vader en moeder hadden elkaar op een wel heel bijzondere manier gevonden: zij was verpleegster, hij arts, en ze werkten tijdens de Eerste Wereldoorlog in hospitaaltenten in het noorden van Frankrijk waar ze gewonde soldaten opereerden en verzorgden.

Nadat ze waren getrouwd, verhuisden ze naar Batavia waar pa een functie kreeg als zenuwarts. Daar is Ien geboren, als jongste van drie kinderen. Vaag kon ze zich nog wel iets van Indië herinneren, ze was nog maar een peuter toen het gezin repatrieerde en zich in een keurige wijk in Den Haag vestigde.

Na de lagere school ging ze naar de MMS en deed ook nog een huishoudopleiding. Ze hockeyde graag en goed en reed paard. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog - Ien was pas veertien - ontmoette ze de twee jaar oudere Hans; ze kregen verkering. Het was zeker voor haar de eerste grote liefde.

Na de oorlog volgde ze de opleiding tot fysiotherapeut. Via vrienden van haar ouders kwam ze daarna terecht in een kliniek in Engeland waar ze een jaar werkte. Dat was op haar vakgebied het walhalla, want dat land liep toen behoorlijk op Nederland voor wat behandelingsmethoden betreft; ze leerde er veel.

Het toeval wilde dat het hoofd van de kliniek een enthousiaste amazone was. Dat was niet alleen haar hobby: ze ontdekte dat het voor gehandicapte kinderen een weldaad was om op de rug van een pony te zitten. Ook op dit punt was Engeland voorlijk, Ien deed er later haar voordeel mee.

Nadat ze was teruggekeerd in Nederland, trouwde ze. Hans moest zijn opleiding tot medisch specialist nog afronden op verschillende plekken in het land en zo verhuisden ze een paar keer, maar uiteindelijk kwamen ze weer in Den Haag terecht. Vijf kinderen kregen ze. Ien bracht ze liefde voor de natuur bij. Vrijwel elk weekend wandelde het gezin door de duinen, de kinderen hoorden van hun moeder uitleg bij de planten en vogels die ze zagen. Op zondag gingen ze naar de Nederlands Hervormde Kloosterkerk aan het Lange Voorhout; na de dienst hielpen de kinderen mee bij het tellen van het geld in de collectezakjes.

Zelf was ze behoorlijk zuinig. Dat had ongetwijfeld te maken met de herinnering aan de oorlog. Zomer en winter stond de thermometer in huize-De Mol van Otterloo op zestien graden, wie het koud had, moest maar een extra trui aantrekken. Elke zoon en dochter had een taak in het huishouden. En als er een broek kapot was, zei hun moeder: hier is de naaimachine, ga je gang.

Ien combineerde de opvoeding van haar kinderen, die vooral op haar neerkwam, met haar werk. Ze had een tijdje een praktijk samen met een vriendin, en bezocht patiënten thuis. Ze werkte veel, vond dat fijn. Het liefst was ze thuis als haar kinderen uit school kwamen, maar anders was er wel een oppas. Ze zorgde er altijd voor dat er 's avonds een lekkere maaltijd op tafel kwam, ze kon goed koken, ook voor de vriendenclubjes die met de nodige regelmaat over de vloer kwamen.

Toen ze zo midden veertig was, begon het huwelijk scheurtjes te vertonen, ze groeiden uit elkaar. Hans ging het huis uit, en hertrouwde later. Ien bleef alleen wonen. Ze had verdriet van de scheiding, maar stelde na verloop van tijd haar zelfstandigheid toch ook wel erg op prijs. Opvallend was dat ze de achternaam van Hans bleef dragen, terwijl ze hem jaren niet sprak, pas veel later kwam er weer contact.

Inmiddels was ze al jaren druk met de paardensport voor gehandicapten, die ze in Den Haag had geïntroduceerd. Ze werkte onder meer samen met Freek Bischoff van Heemskerck, de opperstalmeester van koningin Juliana. Aanvankelijk werden de lessen in de koninklijke stallen gegeven. Maar al snel kwam er een eigen manege, genoemd naar Madurodam, want dat was de sponsor - dat was weer geregeld door een schoonzus.

Een halve eeuw lang was Ien eraan verbonden, het was haar lust en haar leven. Met succes bedelde ze (zo noemde ze het zelf) geld bij particulieren en bedrijven los, en ook bij de gemeente Den Haag. Ze overtuigde het ziekenfonds dat paardensport buitengewoon gezond is voor gehandicapten - ze leren de juiste spieren te gebruiken om in balans te blijven. Ze was zelf als fysiotherapeut werkzaam in de manege, leidde instructeurs op, was penningmeester, en schreef de jaarverslagen. Tot op hoge leeftijd hielp ze mee bij het uitmesten van de stallen. Ze kreeg een koninklijke onderscheiding, vond het eigenlijk belachelijk, maar accepteerde het lintje uiteindelijk wel. Een andere prijs weigerde ze: die had moeten gaan naar de talloze vrijwilligers die de manege draaiende hielden, en niet naar haarzelf. Dat tekende haar. Ze hield er niet van om op de voorgrond te treden, liever bleef ze in de schaduw.

Fysiek was ze ijzersterk. Als ze ziek was, zei ze: gaat wel weer over. Die woorden gebruikte ze ook toen een paard op haar voet was gaan staan en ze waarschijnlijk een teen had gebroken. Van pillen tegen te hoog cholesterol kreeg ze bijwerkingen, dus die liet ze staan. De arts zei niettemin een paar maanden later bij een controle: "Mevrouw de Mol, dat ziet er prima uit!"

Ze kwam om in de hobby's. Elk jaar ging Ien met een vriendin naar Zwitserland om te skiën. Ze las graag, vooral journalistieke boeken, over financiële schandalen bijvoorbeeld. Geldzucht was haar een gruwel; zelf bracht ze in de praktijk dat het beter is te geven dan te ontvangen, hoe klein haar pensioentje ook was.

Ze schreef gedichten en hield een dagboek bij. Met haar vele opgroeiende kleinkinderen mocht ze graag praten over hun studie en toekomstverwachtingen; ze liet duidelijk merken dat ze dat roken en drinken van de jeugd van tegenwoordig helemaal niks vond.

Altijd had ze een hond bij zich, of meerdere. De laatste heette Obi. Overal nam ze 'm mee, ook naar het bejaardenhuis waar ze als vrijwilliger werkte. Obi had daar een functie, vond ze: bewoners, hoe dement of hulpbehoevend ook, vonden het fijn de hond te aaien. Toen vorig jaar een nieuw personeelslid aangaf bang te zijn voor Obi, mocht die niet meer naar binnen. Dan kom ik ook niet meer, zei ze. Heel pijnlijk was dat.

De laatste jaren noemde ze zich Delphine, haar echte voornaam, die vond ze veel mooier dan Ien. Ze was trots op haar afkomst; haar overgrootvader was de beroemde architect Pierre Cuypers, ontwerper van vele kerken en van het Rijksmuseum en Centraal Station in Amsterdam. Toen ze een paar jaar geleden door zijn huis in Roermond liep - tegenwoordig een museum - herkende ze alle kamers en gangen, als kind had ze er gelogeerd; ze wist zelfs nog precies hoe de speciale klink van de keukendeur werkte.

Tot een paar maanden geleden reed ze nog zelf. Maar dat werd toch wel een beetje gevaarlijk, want ze had van een andere auto een spiegel af gereden, en ze was een paar keer thuis even weggevallen, van een tia of lage bloeddruk. Haar zoon, chirurg, probeerde haar ervan te overtuigen dat ze haar auto moest laten staan. Dan neem je m'n laatste stukje zelfstandigheid weg, sputterde ze tegen, want hoe kom ik dan bij m'n boekenclub en op de bridgeavond? Maar ze gaf toe, de zoon nam voor de zekerheid de autosleutel mee.

Het laatste jaar was niet makkelijk. "Ik heb negentig mooie jaren gehad, maar het wordt nu toch wel erg ingewikkeld."

Ze werd vergeetachtig, kon niet meer op woorden komen, raakte soms uit haar evenwicht. Haar omgeving zag dat ze worstelde met het leven. Delphine werd opgenomen in een verpleeg-huis. Drie dagen later was het voorbij, het hield ineens op. Gelukkig had ze nog van iedereen afscheid kunnen nemen.

Delphine Marguerite De Mol van Otterloo-Glastra van Loon is geboren op 17 januari 1926 in Batavia; ze overleed op 18 september 2016 in Wassenaar.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden