Sterk als underdog

Christelijke partijen overleven de 21ste eeuw niet. Dat is niet erg.

Het was een krappe meerderheid, maar toch. KVP, ARP en CHU, de drie voorlopers van het Christen Democratisch Appèl (CDA), beschikten vijftig jaar geleden over 76 zetels in de Tweede Kamer. Tellen we daar nog twee andere kleine christelijke partijen bij die in het parlement vertegenwoordigd waren, dan komen we zelfs op tachtig van de 150 zetels voor confessioneel Nederland.

Sindsdien is het vooral met de christen-democratische beweging bergafwaarts gegaan. De vorming van het CDA in 1980 stopte dat proces, ene Ruud Lubbers wist daarna zelfs grote successen te boeken. De partij was welhaast onaantastbaar en speelde VVD en PvdA professioneel tegen elkaar uit. Ronkend van genoegen kon het CDA-Kamerlid Joost van Iersel in die jaren zeggen: We rule this country. Wij maken hier de dienst uit.

Bij het vertrek van Lubbers uit de actieve politiek in 1994 klapte de boel in elkaar. Een decennium later leek Jan Peter Balkenende het CDA toch weer nieuw leven in te blazen, maar zijn laatste optreden als lijsttrekker liep uit op een drama.

Nu heeft de partij onder leiding van Sybrand Buma niet meer dan dertien zetels in de Tweede Kamer, een zesde van een halve eeuw geleden. Het CDA is niet eens twee keer zo groot als de andere christelijke partijen in het parlement, ChristenUnie en SGP, die bij elkaar acht zetels hebben - in de jaren zestig waren KVP, ARP en CHU maar liefst twintig keer zo groot.

ChristenUnie en SGP hebben bovendien door hun bevriende oppositierol momenteel meer in de melk te brokken dan het CDA dat naarstig zoekt naar een methode om het kabinet-Rutte te bestrijden en de kiezers daarvoor te mobiliseren. Al zijn er ook lichtpuntjes: het CDA kwam eerder dit jaar als grootste partij uit de bus bij zowel de gemeenteraads- als de Europese verkiezingen, met een percentage overigens dat nog maar een schim is van wat vroeger gebruikelijk was.

In hun boek 'Van God los' beschrijven Ewout Klei en Remco van Mulligen de ontwikkelingen op het christen-democratische erf en daarbuiten, met vaardige pen, kennis van zaken, met oog voor detail én voor de grote lijnen. Hun aandacht gaat vooral uit naar het CDA, maar ze belichten ook de gang van zaken in de twee andere christelijke partijen die in de Tweede Kamer zitten. Bovendien gaan ze na of er in GroenLinks nog christelijke sporen te vinden zijn - twee voorlopers van deze milieupartij hebben immers confessionele wortels, de EVP en de PPR. Ze onderzoeken zelfs of de PVV van Geert Wilders christelijke elementen heeft; die partij heeft namelijk vooral in het zuiden van het land op grote schaal ingebroken bij het traditionele electoraat van het CDA.

De twee auteurs, beiden historicus, weten waarover ze het hebben. Zo waren ze betrokken bij de oprichting van een jongerenafdeling van de ChristenUnie in de stad Groningen waar ze studeerden. Remco van Mulligen was trouwens op dat moment lid van de Socialistische Partij, dat kun je wel een opvallende overstap noemen. Hij is katholiek, niet van huis uit, maar tijdens zijn studie geworden. Van Mulligen promoveert over anderhalve maand op een proefschrift over de Evangelische Omroep, de ChristenUnie en andere orthodoxe-protestantse organisaties. Ewout Klei groeide op in een vrijgemaakt-gereformeerd gezin en is via de ChristenUnie doorgebroken naar D66, evenmin een overstap die je alle dagen ziet. Hij is gepromoveerd op de geschiedenis van het GPV, een van de twee voorlopers van de ChristenUnie.

Het duo heeft bij het schrijven de taken verdeeld, om en om hebben ze een hoofdstuk geschreven. Dat pakt niet altijd even gelukkig uit. Zo ontstaan nogal wat doublures, en het komt de eenheid van het boek niet ten goede. Ronduit merkwaardig is dat ze ieder een nabeschouwing hebben geschreven. Zouden ze onderweg ruzie hebben gekregen, konden ze het niet eens worden over de slotconclusies? Dat blijkt mee te vallen.

Het interessantst is het boek bij het opwerpen en beantwoorden van de vraag of christelijke partijen en hun kiezers inmiddels niet al te zeer worden gemarginaliseerd, om niet te zeggen gediscrimineerd. Is een liberale partij als D66 niet bezig met christenpesten, zoals het SGP-Kamerlid Roelof Bisschop het twee jaar geleden in deze krant omschreef? Onder leiding van D66 zijn er immers nogal wat verworvenheden waar christenen aan gehecht zijn op losse schroeven komen te staan of geschrapt. Neem de zondagsrust, het verbod op euthanasie, de strafbaarstelling van godslastering. Paars heeft daarmee wraak genomen op de decennialange dominantie van de christelijke partijen, zo valt te horen in orthodoxe kring.

Daarbij wordt altijd de ongelukkige uitspraak van toenmalig D66-minister Els Borst van stal gehaald die zij in 2001 deed in NRC Handelsblad (uitgerekend op Paaszaterdag), kort nadat de liberalisering van euthanasie door het parlement was geloodst: 'Het is volbracht.' En steevast komt haar partijgenoot Hans Gruijters voorbij die een kwarteeuw eerder zei dat christelijke politiek voor '2000 jaar onbetrouwbaarheid' stond. Waarom, zo vragen critici van D66 zich af, is de partij wel scherp jegens christenen en christelijke partijen, maar niet jegens de islam?

Volgens de twee auteurs wekken D66'ers inderdaad wel eens de indruk dat ze met twee maten meten. Maar het beeld dat de partij alleen maar kritisch is over christenen en niet anders dan mild over moslims, noemen ze "een karikatuur, een vertekende weergave van de werkelijkheid".

De christelijke partijen en christenen moeten niet mekkeren en zeuren en krampachtig vasthouden aan hun oude rechten, vinden Klei en Van Mulligen. Ze zouden er beter aan doen zo snel mogelijk te wennen aan hun minderheidsstatus. Ze "lijken zich in veel gevallen nog weinig écht bewust van de realiteit van de geseculariseerde samenleving".

In zijn slotbeschouwing heeft Remco van Mulligen nog een troostrijk woord. Dat de drie christelijke partijen deze eeuw waarschijnlijk niet zullen overleven, is helemaal niet erg. Sterker, het kan zelfs heilzaam zijn. "Het christelijk geloof heeft altijd het beste gefunctioneerd in samenlevingen waarin niet-christenen de macht hadden." Hij verwijst daarbij naar het Romeinse Rijk, en naar Polen waar het katholicisme onder het communistisch bewind opbloeide. "De basis van het christendom ligt niet in politieke macht, maar in een rol als underdog."

Ewout Klei en Remco van Mulligen: Van God los. Het einde van de christelijke politiek? Nieuw Amsterdam; 208 blz. euro 21,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden