Stephen Roche ziet machtsovername mislukken

SAINT-GERVAIS - Voor de tiende achtereenvolgende keer onderging Pascal Lino gistermiddag het mooiste ritueel dat een wielrenner zich in de Tour de France kan voorstellen. Een nieuwe gele trui over het besmeurde exemplaar van een slopende koersdag trekken.

Hij zal er geen winkeltje in beginnen. Negen exemplaren heeft de 26-jarige Breton inmiddels verdeeld onder zijn collega's en het dienstverlenende personeel van de ploeg Roussel. De eerste gele trui was voor zijn co-equiper Dante Rezzi, die hem anderhalve week geleden aanspoorde om zich aan te sluiten bij het groepje dat in Bordeaux op de door Harmeling bemachtigde dagzege joeg. Het gouden habijt, waarmee Lino vandaag het laatste buitenlandse uitstapje van de Tour maakt (naar het Italiaanse Sestriere), stopt hij wellicht heimelijk in de eigen koffer.

Normaal gesproken spat de droom van de vrolijke, altijd lachende Fransman in de eerste van de twee loodzware Alpenetappes uit elkaar. "Ik maak me geen illusies. Over de rit van zaterdag nog wel, maar die van zondag niet. Vorig jaar ging het tot aan de voet van de Alpe d'Huez heel redelijk, maar in de beklimming verspeelde ik tien minuten. Als je als renner van mijn kaliber in het geel rijdt, hoop je dat je Parijs bij de eerste tien finisht."

Miguel Indurain vindt dat de gele trui Lino voorlopig nog goed staat. Maar zoals gisteren Stephen Roche zijn zinnen op een coup zette, zo schijnt Gianni Bugno voor vandaag plannen voor een machtsovername te smeden. Virtueel reed de zich te pas en te onpas als een lichamelijk wrak opwerpende Roche tussen Dole en Saint-Gervais al een tijdje in de gele trui, die hij in 1987 op de Champs-Elysees voor het laatst kreeg overhandigd.

Eigenaar

Na de finish aan de voet van de 4807 meter hoge Mont Blanc werd Roche op de Franse televisie zelfs aangesproken als de nieuwe eigenaar van het felbegeerde kledingstuk. "Het is een gedenkwaardig moment, maar ik denk niet dat ik er lang van zal profiteren" , riep de Ier uit, die toen ook nog niet beter wist. Sneller dan hij kon bevroeden, waren zijn woorden achterhaald.

Pascal Lino mocht, met de voorsprong die hij sinds de tijdrit in Luxemburg op Indurain koestert, wederom de jaloers stemmende dagelijkse plichtpleging op het erepodium ondergaan. Professional sinds 1988, slechts twee overwinningen op zijn palmares (Ronde van de EG in 1989 en de eerste etappe van het internationaal wegcriterium, een jaar later), voor de Tour 234e op de FICP-lijst: als vele gele-truidragers die die status aan een geslaagde ontsnapping danken, weet Lino niet wat hem overkomt.

Een gele trui droeg Pascal Lino trouwens als 13-jarig jongetje al. Als keeper van het straatelftal in Sulniac (Bretagne) was hij geobsedeerd van die kleur. De liefde voor het wielrennen ontlook, toen hij bij de rijwielhandelaar in het dorp een 'echte' Raymond Poulidor zag staan. Honderdvijftig franc moest de jongensdroom kosten, vijftig gulden. Om het geld bij elkaar te krijgen, ging hij in de vakantie frambozen en sperziebonen plukken. Zodra de spaarpot vol was, nam hij ontslag om aan een nieuwe toekomst te kunnen bouwen. De fiets zou zijn leven worden. De school maakte hij gemakshalve niet af. Het studeren viel hem zwaar, en het leven als fabrieksarbeider was verre van aanlokkelijk. Bovendien reed hij als junior en amateur aardige prijsjes bij elkaar.

In 1986 en '87 fietste Lino in 'dienst' van de prestigieuze Parijse club AS Creteil. Hij werd in die periode driemaal Frans amateurkampioen op de baan en een keer op de weg. De overwinningspremies en de Olympische beurs die hij kreeg aangeboden, leverden hem een aardig inkomen op. Des te groter was de ontgoocheling, toen hij na de Spelen van Seoul bij RMO een profcontract kon tekenen dat hem in vergelijking met zijn gouden amateurjaren in inkomsten achteruit deed gaan. "Maar dat zal nu wel recht worden getrokken" , sprak hij de afgelopen dagen hoopvol.

De Tour de France leek gisteren op de Saleve (eerste categorie) even te ontploffen, zoals dat heet, maar na aankomst in het chaotisch-drukke Saint-Gervais was er eigenlijk niets gebeurd. De onvermijdelijke troonsafstand van Lino leek nabij tijdens een opleving van aankomend herniapatient Stephen Roche, de Ier die maandag al vreesde dat zijn zwakke rug het in de tijdrit niet zou houden en in de bergen helemaal geen vertrouwen in een goede afloop had. Intussen rijdt Roche zijn beste Tour sinds de versukkeling hem in 1988 in zijn greep kreeg. Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap.

Gangmaker

Roche was de animator en gangmaker van een groepje van drie dat om de dagprijs zou gaan strijden. De Ier moest uiteindelijk afhaken, waarna de Zwitser Jarmann de sterke Pedro Delgado er in het sprintje afreed. "Er is nog steeds een plekje voor mij in het peloton" , riep de Tourwinaar van 1988 gisteren in L'Equipe en prompt was hij er. In de eerste plaats om Indurain terzijde te staan, want sinds de Bask in de rit naar Val Louron de basis voor zijn Tourzege in 1991 legde, weet Perico dat er binnen de ploeg Echavarri een andere hierarchie heerst. Gisteren voorkwam Delgado op voorbeeldige wijze dat de nieuwe grote meester aan de vooravond van de etappes naar Sestrieres en Alpe d'Huez al te grote inspanningen moest leveren.

Boeiend

In het Alpenweekeinde wordt de aanval op de tweede plaats ingezet; ogenschijnlijk het hoogst haalbare in de tot dusver boeiende Ronde van

nkrijk. Gisteren werden er wat gevallen van kramp gesignaleerd (Breukink, Leblanc), was er een enkele valpartij (Rooks) en raakte LeMond de traditie getrouw achterop om later toch weer aan te klampen, maar Indurain en de overige hoogvliegers in het klassement vonden elkaar zonder blijvende slijtageverschijnselen in het peloton.

Steven Rooks rekent zichzelf ook nog tot de kanspaarden. Na Erik Breukink en Eddy Bouwmans is de Noordhollander op ruim tien minuten van Indurain op de 24e plaats de derde Nederlander in het algemeen klassement. Met Theunisse en waarschijnlijk nog een hele rits anderen heeft hij zijn zinnen gezet op een overwinning op Alpe d'Huez, het eindpunt van een rit die minder lastig oogt dan de etappe van vandaag. Erik Breukink verkende de afgelopen maand het parcours naar Italie en zocht er vergeefs naar een vlak gedeelte. De immer klagende Rooks voelt zich zowel mentaal als conditioneel goed. "Ik ben optimistisch gestemd. Het ziet er allemaal heel goed uit. Zeker als je in aanmerking neemt, dat ik na een rustdag altijd moeite heb om weer in het ritme te komen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden