Review

Stephen Hough excelleert in stevige klassieke sonatekost

Stephen Hough, piano. Muziekcentrum Vredenburg, Grote Zaal, 21/4.

De Britse pianist Stephen Hough is bij insiders vooral befaamd vanwege zijn bijzonde fraaie toon en het raffinement waarmee hij onbekendere 19de-eeuwse miniaturen vertolkt. Liefhebbers kwamen woensdag in Houghs recital in Vredenburg in de tweede helft aan hun trekken. Die stond in het teken van romantische walsmuziek. Voor de pauze tapte Stephen Hough uit een ander vaatje. In drie zeer uiteenlopende stijlen demonstreerde hij zijn veelzijdigheid.

De Variations sérieuses van Felix Mendelssohn waren het minst verrassend, omdat de romantiek Houghs gebied is, maar het is wel muziek die de saloneske walsjes van Saint-Saëns of Chabrier overstijgt. Hough speelde dit met een enorm technisch surplus en weelderige rijkdom aan aanslagtechnieken. Hij verkeek zich wat op de zwemmerige akoestiek van de matig bezette grote zaal: sommige snelle variaties zouden verstaanbaarder geweest zijn als de pianist zo’n 10 procent van het tempo had afgedaan. In de andere werken speelde dit probleem niet: opvallend was hoe Hough de akoestiek benutte om het instrument te laten zingen, fluisteren en bulderen.

Hij creëerde een extreem contrast door na Mendelssohn de Variationen van Anton Webern te spelen. Deze omstreeks 1935 geschreven compositie is pure twaalftoonsmuziek van opperste abstractie. Hough vertolkte de bijna minimalistische partituur met verfijning en klankschoonheid. De vuurproef was Beethoven. Pianisten die excelleren in geraffineerde liflafjes zijn zelden goede vertolkers van stevige klassieke sonatekost. Hough wist Beethovens Sonate in c met een groot gebaar neer te zetten. Zijn zeldzame beheersing van toon en helderheid kwam goed van pas in het etherische einde van de Arietta.

Na de pauze was het smullen. Hough opende zeer briljant met de ’Aufforderung zum Tanz’ van Carl Maria von Weber, een werk dat met zijn klassieke harmonieën een brug sloeg tussen Beethovens laatste pianosonate en de hoog- en laatromantische walsen van Chopin, Saint-Saëns, Chabrier, Debussy en Liszt.

Soms wuft, vederlicht, dan weer briljant en altijd van een uitzonderlijke klankschoonheid was Houghs spel, dat deed denken aan de grootste laatromantische pianisten uit de vroege 20ste eeuw. Schitterend was hoe hij in de bekende walsen van Chopin nieuwe stemmen tevoorschijn toverde. Hoezeer Houghs pianistiek aansluit bij die van meesters als Leopold Godowsky, Sergei Rachmaninov, Ignaz Friedman of Josef Hofmann bleek in de toegift, Leo Delibes’ overbekende ’Humoresque’, door de concertgever à la Godowsky omgebouwd tot pianistisch mirakel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden