Stemverklaring

In de aanloop naar de verkiezingen van mei nodigt de redactie van Letter & Geest een tiental mensen uit een stemverklaring te geven. Vandaag begint de filosoof Paul Cliteur: 'Korthals? Deze man kijkt naar de schikkingen van het Openbaar Ministerie als een restauranthouder die constateert dat de vis bedorven is maar net doet alsof het hier een natuurfeit betreft waarvoor hij niet verantwoordelijk is.'

Beetje mal misschien - om te gaan uitleggen waarom je op een bepaalde politieke partij stemt. Het is in mijn kring ook niet zo populair om met je politieke overtuiging te koop te lopen. PvdA, dat kan nog. Maar VVD?

'Wat heb jij toch met die VVD, dat zijn toch allemaal monarchisten?'

'Ja, ja', zeg ik dan, 'maar kijk eens naar het glorieuze verleden: Thorbecke die de koning zijn plaats wees in ons constitutioneel bestel.'

'VVD? Dat is toch een heel anti-intellectuele partij? Wat moet jij daar nu?'

Mijn antwoord: 'Dat klopt, het dédain van intellectuelen voor de VVD wordt alleen maar overtroffen door het dédain van de VVD voor intellectuelen. Maar wat de partij is, is van secundair belang. Het gaat om de liberale ideologie! Het gaat om de visie van John Locke, John Stuart Mill, Francis Fukuyama en Friedrich Hayek - zij schetsen het walhalla van de liberale beginselen waarmee we het ondermaanse de maat kunnen nemen.'

'Maar ze bakken er toch niets van, die liberalen, kijk nu eens naar zo'n Korthals. Jij vindt toch dat het Openbaar Ministerie onder democratische controle moet staan, en dat betekent toch onder de minister van justitie? Deze man kijkt naar de schikkingen van het OM als een restauranthouder die constateert dat de vis bedorven is maar net doet alsof het hier een natuurfeit betreft waarvoor hij niet verantwoordelijk is.'

'Dat klopt', zeg ik dan weer, 'wat Korthals de laatste maand doet, is misschien nog wel het beste wat hij in zijn carrière gedaan heeft: helemaal onzichtbaar blijven. Maar de liberale ideologie is niet verantwoordelijk voor zijn gestuntel. Het ligt eraan dat deze man van die ideologie geen kennis draagt.'

'Dus jij haakt niet af bij een partij die stuntelt', zegt men weer.

'Inderdaad, ik haak pas af wanneer zich een partij aandient die een betere verwoording geeft van de liberale ideologie dan de VVD doet - en dat is nog niet gebeurd. Dat neemt echter niet weg dat je als burger en partijlid wel het een en ander in het werk moet stellen om je partij op het goede spoor te houden.'

De kandidatenlijst van de VVD voor de Tweede-Kamerverkiezingen 2002 werd opgesteld in een periode dan men nog voortdobberde op het succes van Bolkestein, maar dat is allemaal in een paar maanden tijd spectaculair veranderd. Er zijn twee nieuwe uitdagingen. Allereerst een zich herstellend CDA. Het vorige CDA had met Jaap de Hoop Scheffer een fractieleider die toch om de een of andere reden nooit helemaal serieus kon worden genomen, maar met Balkenende is dat veranderd. Er is iemand naar voren gekomen die iets in zijn mars heeft.

Maar de tweede uitdaging is natuurlijk de dreigende Lijst Fortuyn. De gevestigde politiek kan het nog niet geloven, maar het ziet ernaar uit dat Fortuyn de Nederlandse politiek beslissend gaat veranderen. In veel opzichten is hij de wederopstanding van Bolkestein. Wat zijn politieke visie kenmerkt, zijn twee punten.

Allereerst: linkser dan links als het aankomt op burgerrechtelijke vrijheden. Het progressief imago van de D66ers op het punt van homoseksualiteit heeft hij volstrekt in de schaduw gesteld. Terwijl Boris Dittrich nog een beetje zat te vissen of El Moumni niet kan worden vervolgd door het OM, zegt Fortuyn 'prima, hoor, noem mij als homo maar lager dan een varken, maar ik noem de islam om die reden 'achterlijk'.'

De vrije meningsuiting heeft het primaat boven non-discriminatie: een heldere, principieel juiste en gemakkelijk te beargumenteren keuze.

Zelfs de rel rond Fortuyns meest gedurfde uitspraak over dit onderwerp, het voorstel om art. 1 van de grondwet maar te schrappen, is in de ogen van het electoraat op een triomf voor professor Pim uitgelopen. Alle partijen doken met grote gretigheid op dit punt. Dit was eindelijk de gehoopte overschrijding van de Rubicon die zijn nederlaag zou inluiden. Maar het tegendeel gebeurde. De fractieleiders maakten zich volkomen belachelijk met hun hijgerig commentaar. Als verwijdering van art. 1 van de grondwet inderdaad het einde van de beschaving zou betekenen dan hadden we de beschaving pas sinds 1983 in huis. Immers in dat jaar werd art. 1 ingevoerd; een artikel dat door een toevallige gang van zaken bij de parlementaire behandeling als het eerste artikel van de grondwet is geëindigd en waar dus helemaal geen principiële betekenis aan toekomt. Bovendien konden staatsrechtgeleerden de volgende dag uitleggen dat art. 1 helemaal niet gold in de verhouding burger-burger, maar in de verhouding overheid-burgers. Het is dus van tweeën één: óf alle fractieleiders hadden een verpletterend gebrek aan kennis op het terrein van staatsrecht en parlementaire geschiedenis óf zij wisten wel degelijk hoe de vork in de steel zit en stelden de zaken bewust verkeerd voor. In het eerste geval waren zij incompetent, in het tweede geval volslagen hypocriet. Wat is blijven hangen, is dat Fortuyn in een moedige daad van helderheid de gespannen verhouding van het non-discriminatiebeginsel (art. 1 grondwet) en de vrijheid van meningsuiting (art. 7 grondwet) heeft geagendeerd en expliciet gekozen voor het laatste. Voorwaar, geen onbelangrijk punt.

Tot zover het linksige. Maar Fortuyn is als het aankomt op veiligheid, asiel en immigratie rechtser dan rechts; dat wil zeggen: rechtser dan de VVD. Zelfs de meest rechtse VVD-er, Henk Kamp, passeert hij in dit opzicht. Ook hier lijkt hij op Bolkestein.

Deze combinatie van standpunten is in Nederland niet erg bekend, maar slaat kennelijk wel aan. Niet alleen met zijn persoonlijkheid springt Fortuyn in een gat in de markt (zoals zo vaak gezegd wordt), maar ook met zijn ideologie.

Maar natuurlijk, óók de persoon telt. De oude politiek lijkt doodmoe van zichzelf en wij zijn doodmoe van de oude politiek. Het geestelijk gepolder, het sluiten van compromissen, het in- en uitpraten - hier leek iemand de politieke arena te betreden die gewoon op vragen een antwoord gaf. Niet 'dit heeft u mij niet horen zeggen' of altijd uitvluchten en nuanceringen wanneer hem iets gevraagd wordt, maar een antwoord - of je het er nu mee eens bent of niet.

Hoe nu verder?

Voor de traditionele partijen staan twee wegen open. De eerste zou men de nostalgische kunnen noemen. Bij de PvdA is dat het 'Kok-gaat-Melkert-helpen'-scenario. Maar ja, daar moest iedereen een beetje om lachen, want de boodschap van de kiezers is nu juist 'genoeg van de polder'. En de incarnatie van de polder is Wim Kok. Helpen, zou hier dus wel eens van de wal in de sloot kunnen zijn.

Bij de VVD is het nostalgische nog nostalgischer dan bij de sociaal-democraten: het is de Wiegel-variant. Een politicus die het jonge deel van het electoraat helemaal niet kent, zou na vijfentwintig jaar de leiding van de partij moeten overnemen, denkt de oudere garde. In Buitenhof van afgelopen zondag konden we de overbekende antwoorden op de overbekende vraag weer eens aanhoren. Ach, ja, als hij gevraagd zou worden, dan zou hij het serieus overdenken, maar ja, u weet, mijnheer Witteman, ik ben al vijfentwintig jaar uit de actieve politiek, dus waarschijnlijk, nee dat zou men toch niet doen en ach ...

En zo spinde de poes verder en wij ook, want het is altijd leuk om Wiegel te horen.

Toch, de nostalgie blijft nostalgie. Want Wiegel komt natuurlijk niet terug. Dat zou ook een desastreuze miscalculatie zijn. Iedereen die even nadenkt weet dat, en Wiegel weet het zelf natuurlijk ook. Zijn optreden was een succes in een geheel ander politiek klimaat dan het huidige. Het waren de gepolariseerde verhoudingen van de jaren zestig en zeventig toen zijn nuchtere kanttekeningen bij de ideologische heethoofden van de PvdA verfrissend werkten. Tegenwoordig zou de gezellige grappenmakerij van Wiegel totaal ineffectief zijn, want we hebben geen relativering van ideologie nodig, maar richting, ideologie, ideeën, standpunten. En standpunten, richting, ideologie - dat is nu juist wat Wiegel helemaal niet in huis heeft. Hij zal zelf de laatste zijn het te ontkennen.

Bovendien: hij staat niet op de lijst. Een cynicus zal menen dat de huidige politiek niet verder door het ijs kan zakken dan reeds gebeurd is, maar dat is naar mijn idee niet het geval. Een nog grotere minachting voor de kiezer zou zijn: iemand die niet op de lijst voorkomt na de verkiezingen naar voren te schuiven als lijsttrekker, minister of premier.

Of zeg ik dat verkeerd? Ja, ik zeg het verkeerd: het toppunt van cynisme zou het zijn wanneer een partij voorspiegelt dat een oud-politicus kan terugkomen, terwijl die partij zelf ook wel weet dat daarvan geen sprake kan zijn. Als het geoorloofd zou zijn Wiegel naar voren te schuiven, kan mijnheer Eenhoorn nog beter Pim Fortuyn vragen de VVD aan te voeren. Fortuyn heeft nú zijn lijst nog niet gereed en we weten bovendien dat hij heel flexibel is in dit soort zaken.

De nostalgische weg is dus dromerij. Blijft dan de Lijst Fortuyn toch het enige alternatief? Radicaal is die keuze zeker. Maar de Lijst Fortuyn is voorlopig nog maar één persoon en bovendien een virtuele partij. Het kan nog niet worden vastgesteld dat de Lijst Fortuyn een betere verwerkelijking vormt van de liberale ideologie dan het reël bestaande liberalisme van de VVD.

We moeten dus op de één of andere wijze proberen om én de politiek te vernieuwen én trouw te blijven aan de huidige VVD. Dat kan. Wat we zouden kunnen doen, is de vernieuwing binnen de VVD zelf organiseren. Dat zal de oude politiek niet uit eigen beweging doen. Dat moeten wij, burgers, doen. De partij heeft nu mensen boven aan de lijst staan met grote naamsbekendheid, maar zonder enig richtingsbesef. Zij pasten bij de consensus in de polder.

Zoals de zaak zich nu laat aanzien stevent de VVD met deze benadering regelrecht op een verkiezingsnederlaag aan. Niet alleen Dijkstal naar voren schuiven, maar het gehele dream-team, zegt men wel. Maar de rest van het team is ook niet echt om van de dromen. Visie, richting, ideeën - van Annemarie Jorritsma? Verdere privatisering van de zorg zeker! Of de introductie van het marktprincipe in het gezin. Maar Zalm doet het toch goed? Ja, als boekhouder en grappenmaker, maar niet als ideoloog.

Ik ben de lijst eens gaan doornemen en ik zie in de lagere regionen voornamelijk onbekende mensen. Maar één ken ik er wel. Anton van Schijndel op nr. 52, advocaat te Amsterdam, schrijver van stevige stukken in Het Parool, NRC Handelsblad, een boek over de Europese Unie en andere standpuntsbepalende artikelen. Enig intellectueel gewicht kan de partij wel gebruiken. Dus dat lijkt mij wel wat. Ook is het denkbaar dat enkele VVD-politici die zich tot nu toe aan de onderprofilering hebben geconformeerd op grond van fractiediscipline sterker naar voren treden, zoals Hoogervorst en Kamp. Als zij verstandig zijn maken zij zich los van de polderende top van hun lijst en varen zij de koers waar hun hart naar uitgaat en waarvoor het electoraat hen nu een inhoudelijke legitimatie verschaft. En wij, wij moeten de liberalen die zich van de polder emanciperen een handje helpen. Laten we als kiezers dus maar op de niet-gevestigde politici van de gevestigde lijst stemmen. Leve de nieuwkomers en de oudgedienden die op het juiste moment de koers nog kunnen verleggen. Met voorkeursstemmen kunnen leden, kiezers en sympathisanten van de partij dan redden wat hun vertegenwoordigers hebben verprutst.

S.O.S. Redt de VVD!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden