Stemvee, daar hebben we niets aan

Minder dan de helft van de stemgerechtigden is opgekomen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Moeten we aan de stemplicht?

Ik vind een stemplicht ondemocratisch. Liever zou ik reflecteren op de achterliggende vraag, waarom er een lage opkomst is. Waar is dit een signaal van? Wat is de oorzaak dat men niet komt stemmen? Dat lijkt mij zinniger dan er weer een extra regel tegenaan te gooien.

In protestantse kerken heb je ook van die momenten dat de gemeenteleden zich mogen uitspreken over de koers van de gemeente. Soms komen er nauwelijks mensen op af. Misschien klinkt het gek, maar meestal is dat een goed teken. Het betekent dat men vertrouwen heeft in de leiding. Als er heel veel gemeenteleden op zo'n stemming af komen, is dat een teken dat men vindt dat er iets niet goed zit, en dat men bijvoorbeeld een andere kerkeraad wil.

Toch is het bij landelijke verkiezingen eerder omgekeerd: daar is een lage opkomst juist een teken van wantrouwen. Is de politiek wel betrouwbaar? Neemt men mijn stem wel serieus? Doet het er wel toe wat ik stem? Hoe groter de schaal, hoe minder betrokkenheid, en hoe meer defaitisme. Dat zie je aan het animo voor Europa onder stemmers - bepaald geen model voor politieke betrokkenheid. Hoe kleiner de gemeenschap, hoe meer je het gevoel hebt: mijn stem doet er toe.

Ik denk dat democratie eigenlijk uit de kerk voortkomt. De protestantse traditie heeft geweldig veel democratie in zich - in de tijd van haar ontstaan kreeg je de wending naar het subject. Het individu kreeg meer aandacht, en werd serieus genomen. Nu nog wordt de hele kerk bottom-up, en niet top-down geregeerd. Al wil ik niet zeggen dat wat in de kerk goed is, ook in de politiek het beste werkt.

Het middel van de stemplicht lijkt me erger dan de kwaal. Wat gaan mensen dan stemmen? Welke problemen roep je dan weer op? Straks worden we te grabbel gegooid aan populisme. Dan wordt het hele gebeuren van nu - charisma dat belangrijker is dan vakkundigheid of integriteit - alleen maar sterker. Waarin de politicus wint die de beste PR heeft. Struikel je in de politieke arena omdat je dat gevoel mist, dan kun je vertrekken.

Logisch: als je zelf niet kritisch nadenkt over de politiek, en je moet gaan stemmen, dan lijkt mij dat je datgene doet wat het simpelste in je oren klinkt.

Ik zie zo'n lage opkomst als een spiegel: Zijn wij wel zo democratisch? We prijzen onszelf daar vaak om en we verabsoluteren de democratie, maar blijkbaar is toch een behoorlijk percentage van de bevolking niet politiek geëngageerd. Dat zegt ook iets over de democratie als zodanig.

Plato zei het al: de meeste mensen hebben genoeg aan brood en spelen. Is dat in orde, dan hoor je ze niet. Er zijn maar weinig mensen die echt het goede op het oog hebben en daar bekwaam in zijn. Het is niet voor niets dat universiteiten en bedrijven niet democratisch worden bestuurd. In een democratisch systeem komen niet automatisch de beste, betrouwbaarste, solide bestuurders boven drijven. Want zijn de beste politici die we nu zien echt de beste leiders die het volk nodig heeft? Nee, zeg ik."

Wim van Vlastuin is hoogleraar theologie en spiritualiteit van het gereformeerd protestantisme aan de VU en rector van het Hersteld Hervormd Seminarie.

undefined

Wim van Vlastuin

Elisa Klapheck

Het is een recht te stemmen. Geen plicht. Je moet goed onderscheid maken tussen rechten en plichten. Met iets tot plicht bestempelen moet je heel voorzichtig zijn. Daar moet je niet zomaar uitspraken over doen. Plichten komen van God. Je bent bijvoorbeeld verplicht om het leven mogelijk te maken. Als ouder voor je kinderen: ze eten te geven, naar school te sturen, en zo nodig naar de dokter.

Natuurlijk, er zijn ook plichten die instituties ons opleggen, zoals de plicht om belasting te betalen. Maar uiteindelijk komt ook die plicht van God, want daarachter zit de plicht om met andere mensen in gemeenschap te leven.

De mitzwot, de joodse wetten, zijn plichten. Dat je goed moet zijn voor de ander, bijvoorbeeld. Je kunt van plichten vervolgens mensenrechten afleiden. Neem de plicht van God dat je niet mag doden. Daaraan gespiegeld is er het recht op leven, een van de basismensenrechten.

Je had in de joodse gemeentes al vroeg gescheiden machten: een bestuur en een rabbijn. De een was de geestelijke autoriteit, de ander de wereldse autoriteit. Dat is een democratisch principe. Ook in de rabbijnse cultuur van de Talmoed is dat zo verdeeld. Niemand kon theocratisch zeggen: dit en dat is de openbaring, en niet anders. Die rabbinale cultuur is er een van discussie. Waarbij de zienswijze van de minderheid ook altijd wordt vermeld. 'De gang van de wetten is zus en zo, maar rabbijn Eliëzer ziet het zo'.

Een recht is iets tussen mensen. Voor rechten vechten we. Je kunt ze namelijk ook weer kwijtraken. Vrijheid bijvoorbeeld, daar hebben we voor gevochten - wie we zijn en wat we mogen doen. Dat we geen slaaf zijn, was niet gegeven. Ook vandaag is dat niet voor iedereen op de wereld zo. Het gevecht ertegen blijft nodig.

Voor zover ik weet is er nergens een stemplicht in het jodendom. Of misschien voor geleerden: van hen wordt toch verwacht dat ze zich uitspreken. Het is een republiek van geleerden, zo'n beetje wat Plato ook voor ogen had. Die rabbijnen hebben zich ooit geëmancipeerd van de priesters. Die priesters waren theocratisch: ze gingen uit van de openbaring (de Thora), het eenmalig geopenbaarde woord van God. De rabbijnen wilden dat bepraten en bediscussiëren'.

In die zin was hun cultuur democratisch. Ze zagen die plicht om kritisch te zijn voor zichzelf, maar ze gingen ook weer niet zover dat ze zeiden dat ook de ongeletterden moesten gaan meestemmen.

Mensen hebben gevochten voor het recht om te stemmen. Vroeger mochten bepaalde groeperingen niet meestemmen: het proletariaat, vrouwen, slaven. Zij hadden de macht niet en de verantwoordelijkheid niet, maar die hebben ze verworven. Zo hebben zij zich geëmancipeerd: ze hadden een visie over hoe zij de maatschappij wilden veranderen.

Dat je stemt wil zeggen dat je al een beetje geëmancipeerd bent. Wie dat niet is, en niet weet wat hij of zij wil stemmen, moet je niet gaan dwingen. Die emancipatie moet uit iemand zelf komen.

Ik ben er niet voor dat mensen die eigenlijk niet weten en geen mening hebben gaan stemmen. Laat dan maar."

Elisa Klapheck is rabbijn in Frankfurt.

theologisch elftal

Smalbrugge

De Korte

Jansen

Kalsky

Leegte

Van Vlastuin

Klapheck Tollefsen

Van der Graaf

Borgman

Nissen

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden