Stempel van de 'sacristie' op benedictijnen in Vaals

De abdij Sint Benedictusberg bij Vaals bestaat vijftig jaar. Lang leek het er op dat dit bolwerk van Latijn en rechtgelovigheid de onrust buiten kon sluiten. Maar na een uittocht van jonge monniken staat de gemeenschap op een keerpunt. De nieuwe tijd kwam uiteindelijk toch de berg op.

Toen op 15 november 1951 veertien monniken uit de Paulusabdij in Oosterhout langs de versierde toegangsweg naar de leegstaande kloostergebouwen in het gehucht Mamelis klommen, was het de bedoeling dat ze daar het benedictijnse patroon van 'Oosterhout' zouden voortzetten - niet dat van hun directe Duitse voorgangers.

Eind 1944 waren de Duitse monniken als ongewenste vreemdelingen over de grens gezet omdat zich onder hen enkele notoire nazi's bevonden, die de hele communiteit een slechte naam hadden bezorgd. In de wijde omtrek wist iedereen dat NSB'ers dáár tegen het verbod van de bisschoppen in de sacramenten konden ontvangen. Na hun aftocht werd Mamelis achtereenvolgens bevolkt door uit Duitsland teruggekeerde dwangarbeiders, gezinnen van politieke delinquenten en repatrianten uit Indië.

De kerkelijke autoriteiten wilden een nieuwe start maken met het uitgewoonde complex en de abt van Oosterhout stelde voor de herbevolking een groep monniken beschikbaar, onder leiding van dom Vincent Truyen, een Limburger met goede Limburgse relaties. De groep rondom pater Hans van der Laan had in Oosterhout veel invloed en abt Mühler wilde hen kwijt.

De vernieuwing die de pioniers naar Vaals brachten was betrekkelijk. Van der Laan c.s., in Oosterhout bijgenaamd 'de sacristie', zag in Vaals vanaf het begin kans hun stempel op het leven te drukken. Tussen alle verbouwingen en schoonmaakwerk door namen zij ook een stevige restauratie ter hand van het traditionele erfgoed van Solesmes. Deze Franse abdij is niet alleen beroemd geworden om het herstel van de Romeinse liturgie en het gregoriaans, ze werd ook een bolwerk van maatschappelijk en godsdienstig conservatisme.

De herstichting van Solesmes in de negentiende eeuw paste in een romantisch teruggrijpen naar de Middeleeuwen, tégen het politiek liberalisme, vóór de pauselijke onfeilbaarheid en de handhaving van de Kerkelijke Staat. Deze restauratieve Action Française - mentaliteit was in 1907 naar Oosterhout overgeplant en de nieuwkomers brachten het mee naar hun Benedictusberg. Ze konden hun werk voltooien toen Vaals de status kreeg van abdij.

Niet prior Truyen (die er wat al te stellig op had gerekend) maar de jonge, net bij prof. Schillebeeckx in Nijmegen gepromoveerde, Nico de Wolf werd tot abt gekozen. Hij zou het ruim dertig jaar blijven en zijn leermeester weinig eer aandoen. Volgens de berekening van zijn kiezers ging De Wolf een sterk conservatieve koers volgen.

Onder zijn bestuur kwam onder meer de monumentale abdijkerk tot stand. De keus om deel te blijven uitmaken van de congregatie (samenwerkingsverband van abdijen) van Solesmes spoorde helemaal met de geest van de communiteit. De smaakmakers in het kapittel waren het niet eens met de vernieuwingsvoorstellen die vanuit de andere drie Nederlandse abdijen (Oosterhout, Egmond en Doetinchem) waren ingebracht. En al helemaal niet met het invoeren van het Nederlands in de liturgie, wat de deur zou openzetten voor ketterijen.

Zo bleef Vaals als enige Nederlandse abdij deel uitmaken van de Franse congregatie, waar men weinig van de Nederlandse vernieuwers begreep, al was het maar omdat niemand in Solesmes onze taal kende. Komisch voorbeeld van een taalmisverstand is het incident met de Franse abt uit Solesmes die ooit bij een bezoek aan Vaals in de studiezaal een woordenboek Engels-Nederlands zag liggen en prompt waarschuwde dat deze gevaarlijke ideoloog en vriend van Karl Marx hier beslist niet mocht worden gelezen.

De abdij kreeg in de loop van de jaren niet alleen haar eigen geest, maar ook haar eigen vormen. De liturgische gewaden, de meubels, het vaatwerk, alles droeg op den duur het stempel van de begaafde architect en vormgever pater Hans van der Laan (-1991), die hier de kansen kreeg die hem in Oosterhout onthouden waren. Het terug naar de meest simpele vormen, de strenge harmonie tussen alle elementen stond niet in dienst van de vernieuwing, zoals die met het Vaticaan concilie overal gaande was, maar functioneerde in het herstel van een archaïsche liturgische enscenering en, daarmee onlosmakelijk verbonden, een integralistische theologie. Op het concilie in Rome trad de abt van Solesmes op als woordvoerder van de rechterzijde, in Vaals hield men angstvallig elke vernieuwing buiten de deur.

De vernieuwingsdrift in de Nederlandse kerk werd met afschuw gadegeslagen, de benoeming van bisschop Gijsen in 1971 met enthousiasme begroet. De liefde was wederzijds; de bisschop hield er maandelijkse zijn 'stille dag', conservatieven uit heel het land vonden daar hun plekje.

Wie de Benedictusberg bezoekt, komt onder de indruk van de architectuur, de liturgie en de stilte. Het Latijn en het gregoriaans zijn alleen daar nog volledig intact. Dat monopolie heeft als keerzijde dat de abdij ook allerlei klagers en zagers heeft aangetrokken, die in hun onvrede met wat elders gaande was Vaals beleefden als laatste verschansing tegen de opstand der horden. Liefhebbers van het gregoriaans die er logeerden werden aan het ontbijt en bij de middagthee onthaald op jeremiades tegen de Nederlandse bisschoppen minus Gijsen, de verderfelijkheid van Huub Oosterhuis en het verval der zeden in het algemeen.

De verontrusten werden in de abdij niet alleen opgevangen, maar ook aangemoedigd. De Vereniging voor Latijnse Liturgie, onlangs bijna ten onder gegaan in sektarisch gekissebis, werd actief door Vaals ondersteund. Vanuit Vaals zond Antoine Bodar zijn clusterfaxen de wereld in over de scharlaken zonden van de jezuïeten van de Krijtberg en zijn eigen lelieblanke zielenleven. De eerstejaars studenten van Rolduc, het eens zo bloeiende seminarie van bisschop Gijsen, kwamen wekelijks naar de abdij voor de liturgie en voor colleges. Sommigen voelden zich zo thuis, dat ze intraden. Terwijl in andere Nederlandse kloosters de uitdoofscenario's werden afgewikkeld, beleefde Vaals een hausse.

Een keerpunt voor de abdij betekende het bedanken van abt De Wolf in 1996. Net als drie jaar eerder bisschop Gijsen werd hij ziek. In de loop der jaren had hij zich in zoveel ultraconservatieve avonturen begeven (Vrouwe van Alle Volkeren, Medjugorje, Engelenwerk, en meer) dat hij het krediet van een groot deel van zijn communiteit had verspeeld. Zelfs vanuit Solesmes kreeg dom De Wolf kritiek, hij trok zich er niets van aan. Tenslotte diende de abt zijn ontslag in en vertrok hij naar Duitsland om daar een nieuwe stichting te beginnen.

Zijn opvolger, pater Ad Lenglet, kreeg de rekening gepresenteerd. Monniken met intellectuele ambitie en jongeren die zich aan hun monastieke project bleken te hebben vertild verlieten na gesprekken met een priester- psychotherapeut de abdij; nieuwe aanmeldingen bleven uit. Nu heeft de communiteit nog 22 inwonende leden, allemaal boven de veertig, terwijl het er jarenlang meer dan dertig waren onder wie veel jongeren. Het lijkt erop dat de nieuwe leiding kiest voor een voorzichtige herbezinning, maar de interne verdeeldheid is sterk.

Zo werd onlangs een voorstel van de abt om het zware nachtgebed wat in te korten van conservatieve zijde geblokkeerd. Het gaat in Vaals tussen de 'kleine traditie' van Solesmes met zijn anti-liberalisme, zijn Franse deftigheid van honderd jaar geleden en de 'grote traditie' van de Regel van Benedictus. Die laatste is nog steeds springlevend. Abt Lenglet over zijn abdij in 2001: ,,We wachten op het voorjaar.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden