Stempel op ziel, voor staatslieden maatstaf

Nelson Mandela - volgende week op afscheidstournee in Nederland - leidde Zuid-Afrika uit de apartheid naar de democratie. In een korte reeks belicht Podium zijn nalatenschap. Vandaag ex-diplomaat Coen Stork: wat bracht Mandela bij deze 'westelijk waarnemer' te weeg?

11 februari 1994: Nelson Mandela keert vier jaar na zijn vrijlating terug naar de cel op Robbeneiland waar hij decennialang gevangen zat. FOTO REUTERS

Mijn eetgezelschap sprak over de man van de eeuw. Hitler... Stalin... Ghandi... Einstein! Uit te verwachten hoek kwam: Mondriaan is hors concours! Het bleek dat het er maar van afhing voor wat voor volk, vaderland, werelddeel. En hoe je het uitlegde: drukte hij zijn stempel het duidelijkst of was hij de grootste? Hitler was duidelijk, voor ons. Voor een miljoenen Aziaten was Pol Pot fataal. Voor India is Ghandi de man en bij de Cubanen is het nogal wiedes, ten goede en ten kwade. Genoeg over dat stempel op je arm, of je ziel - wie bracht in goede richting het meest te weeg? Voor mij Nelson Mandela. Ook omdat hij bij mijzelf veel te weeg bracht.

Ik zag hem het eerst in de Oude Synagoge in Pretoria, in 1962. Hij stond er terecht in de Khosa-dracht van luipaardvel om te laten uitkomen dat hij een zwarte Afrikaan was in een blank gerechtshof. Hij kreeg vijf jaar wegens opruiing tot staking en landverlating zonder paspoort. Een jaar later zag ik hem als First Accused in het Hooggerechtshof in Pretoria: het Rivonia-proces (naar de buitenwijk van Johannesburg waar zijn mede-verdachten waren gearresteerd).

In gesprekken met zijn advocaten was ik overtuigd van het belang van westelijke waarneming van deze zaak waar de crème de la crème van de zwarte vrijheidsbeweging terecht stond. Naast Mandela waren er Walter Sisulu en Govan Mbeki, vader van Thabo (nu vice-president, waarschijnlijk Mandela's opvolger). Voor hun overleving kon onze aanwezigheid en die van westelijke journalisten iets uitmaken. Executie van deze vereerde activisten zou de verhouding tussen zwart en blank oneindig meer vergiftigen en de hoop op een minder gewelddadige transitie verbruien. Van deze visie overtuigde ik mijn goede nieuwe ambassadeur Han Helb. Van hem mocht ik het acht maanden durende proces bijwonen. Met collega's van de Britse en Amerikaanse ambassades zorgden wij dat er steeds één onzer aanwezig was.

Behalve het functionele motief voor waarneming van het Rivonia-proces was voor mij deze spoedcursus 'opvoeding in rassenverhoudingen' van onschatbaar nut. Het hele spectrum van repressie tot verzet werd door de meest terzake kundigen belicht. In Pretoria was het vrijwel onmogelijk zwarten te ontmoeten. Op de ambassade had ik ook niet veel wijzer kunnen worden. Wat een luxe was het de meest gekwalificeerden aan te kunnen horen. Zij werden begeleid door briljante en moedige juristen: de onvergetelijke Bram Fischer en Vernon Berrangé, beiden reeds lang verscheiden; en de jonge Arthur Chaskalson en George Bizos, nu op hoge posities in het nieuwe juridische bestel.

Het hoogtepunt was het 'statement from the dock' (de toegestane verklaring zonder verhoor) van de Eerste Verdachte op 20 april 1964, de vermaard geworden toespraak van meer dan vier uur met de hartverscheurende laatste passage; maar ook de kruisverhoren van de anderen boden lering en soms zelfs vermaak, als Percy Yutar, de staatsaanklager, door Sisulu, een zwarte, of Kathrada, een Indiër, in dit witte hof op zijn nummer werd gezet.

Na drie weken reces deed rechter De Wet uitspraak, op 11 juni 1964, een donderdag. De hoofdverdachten waren 'schuldig', hoe kon het anders. Het zou aankomen op de straffen, die heel goed de supreme straffen zouden kunnen zijn. De moed van Mandela, Sisulu en Mbeki bleek in deze cruciale uren, voor de vonnissen van de volgende dag. Zij besloten geen beroep aan te tekenen, ook niet in geval van doodstraffen. Beroep zou hun morele standpunt ondermijnen. De advodaten waren ongelukkig. Dezelfde moed en het onder ogen zien van de consequenties klonken door in de brief, op een bloknoot, van N.R. Mandela die ik donderdagavond via George Bizos kreeg: ,,I am writing to you before the final outcome of this case because, thereafter, it will not be possible for me to do so.''

Dit is de nalatenschap van mijn man van de eeuw: moed, niet alleen op het beslissend ogenblik maar volgehouden, niet aflatend. Ten tweede: Mandela is naast moedig grootmoedig - wat niet vaak samengaat. Zijn verzoeningsgezindheid werd spreekwoordelijk en bereikte een bijna onbegrijpelijke hoogte in zijn hand voor Percy Yutar, de aanklager die in zijn ijver om zijn verderfelijke staat te dienen er alles aan deed om hem uit zijn waarde te halen. De buitenlandse meningen over hem op ministeries, partijbureau's en redacties waren toen nog zeer verdeeld. De New York Times, met verslaggevers bij het proces, sprak profetisch over de 'George Washington van Zuid-Afrika'. De Londense Spectator, die niet zelf kwam kijken, noemde hem een 'savage terrorist'. Yutar werkte zulke meningen in de hand.

Het derde onderdeel van Mandela's grootheid is zijn wijsheid - om nu het roer durven over te geven. Door nooit verbitterd te raken zette hij een internationale standaard voor de staatslieden van de wereld. Een standaard van moed, wijsheid en grootmoedigheid waaraan ook zijn opvolger gemeten zal worden.

Coen Stork (1928), 33 jaren diplomaat, begon zijn loopbaan in Zuid-Afrika en was ambassadeur in Cuba en Roemenië. Hij is nu bestuursvoorzitter van het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden