Stemmend als een Mr. Bean

Piano's stemmen is een nuttig ambacht, maar heeft geen glamour. Zo'n dienstbaar beroep lijkt onverenigbaar met het werk van een beroemd kunstenaar. Toch woont aan de Belgische kust een dergelijke bijna Jekyll en Hyde-achtige figuur die deze uitersten in beroepen al jarenlang naast elkaar uitoefent.

,,Terecht noemt men pianostemmen wel het minst sexy beroep. Je bent een loser, die aan de onderste sport van de ladder van de kunst staat.'' Herr Seele schaamt zich echter allerminst dat hij als bekende Belg dagelijks in zijn auto moet stappen om ergens in Oostende een piano te gaan stemmen. Ook niet om met loodzware, aftandse vleugels te moeten sjouwen, die hij van heinde en ver weghaalt, om ze weer in oude luister te herstellen.

Hoe alom bekend beeldend kunstenaar, komiek, performer en striptekenaar Herr Seele is, blijkt als we door Oostende lopen en iedereen op straat hem blijkt te herkennen. Hij is ook een markante figuur, met zijn magere postuur, slungelige motoriek en opvallend kale hoofd, dat met grote regelmaat op de Vlaamse tv verschijnt. Ook in Nederland is Herr Seele beroemd, vooral vanwege de absurdistische sketches die hij samen met Kamagurka opnam en die door de VPRO op televisie werden uitgezonden. De extravertere en veel meer in de openbaarheid tredende Kamagurka ('Kama') is nog steeds Herr Seele's trouwe vriend en compagnon.

Optredens zijn momenteel van de baan voor Herr Seele. Hij zegt na een laatste voorstelling in Rotterdam, in september, geen theaterproducties meer te willen doen. Wel gaat hij door met het tekenen van de strip 'Cowboy Henk', die hij samen met Kamagurka maakt. 'Cowboy Henk' wordt al vele jaren wekelijks in het Vlaamse weekblad Humo, Het Parool en het Rotterdams Dagblad afgedrukt. Voor de rest wil hij zoveel mogelijk tijd steken in zijn grootste passie: het verzamelen van oude piano's. Daarvan heeft hij er inmiddels zo'n 160 bijeengebracht. Hij restaureert ze, doet er onderzoek naar en is blij als bezoekers ze tot klinken brengen, want dat kan hij zelf niet. Het grote magazijn achter zijn winkel is helemaal volgestouwd met vleugels, rechtstaande (buffet)piano's en tafelpiano's. Ze stammen vrijwel allemaal uit de negentiende eeuw en enkele zijn nog ouder. Sommige heeft hij piekfijn gerestaureerd, maar andere staan er nog onttakeld bij, met gesprongen en roestige snaren, verstofte mechanieken en getorseerde rompen. De meeste vleugels liggen op hun zijkant, vanwege het ruimtegebrek, of ze staan in een van zijn loodsen elders in Oostende te wachten tot hongerige boktorren, die zich in het plafond daarvan genesteld blijken te hebben, zich op het kostelijke bloemmahonie en palissander storten.

Een rondgang door de overvolle magazijnen duurt uren, omdat de welbespraakte Herr Seele over ieder instrument het nodige weet te vertellen. ,,Dit is vermoedelijk de eerste vleugel van de Franse bouwer ürard waarin deze het door hem in 1821 uitgevonden dubbele repetitiemechaniek heeft verwerkt; dat vormde de basis voor het moderne vleugelmechaniek'', zegt hij bij een instrument dat er in een hoekje haveloos bij staat. Als hij de vleugel met behulp van zijn vrouw en zijn stagiaire op zijn drie poten heeft gezet, mijmert hij: ,,Ik weet niet of ik deze historisch belangwekkend piano moet restaureren of het als document onaangetast moet laten.'' Vervolgens toont hij vol trots een ander instrument waarvan er vermoedelijk geen ander exemplaar bestaat. Het is een tafelpiano van ürard uit 1813, waarin deze innovatieve bouwer een Weens mechaniek heeft gebouwd. Alleen kenners weten hoe zeldzaam zoiets is. Zo bezit hij nog talloze andere instrumenten, die stuk voor stuk een plaats in een museum verdienen.

Herr Seele's bijzondere sympathie gaat uit naar buffetpiano's van omstreeks 1850. ,,Ik heb een pianootje van Pleyel uit 1847, dat ik mooier vind klinken dan de vleugel van dezelfde bouwer in mijn bezit. Niet voor niets was Chopin dol op zulke instrumentjes. Ik leg me toe op het verzamelen van Belgische, Franse en Duitse vroege buffetpiano's, omdat ze momenteel een beetje de underdog onder de piano's zijn. Niemand is erin geïnteresseerd. Ze worden me vaak gratis aangeboden. Ik vind ook dat ik min of meer verplicht ben ze te verzamelen, als inwoner van Oostende, vroeger hèt hard-core centrum van de bourgeoisie, waar dit soort piano's in vrijwel al die mooi belle-époque villa's te vinden was.''

Herr Seele is in hetzelfde jaar, 1981, zijn professionele praktijk als striptekenaar en die als pianostemmer begonnen. ,,Ik kwam uit een kunstenaarsfamilie en van jongs af tekende ik. Op mijn tiende had ik al vijftien stripalbums van het niveau van 'Kuifje' gemaakt. Toen ik als zeventienjarige met Kamagurka ging samenwerken, had ik gemakkelijk een bestaan als kunstenaar kunnen opbouwen. Dat weerhield me er niet van een ander, absurd beroep te gaan leren.''

Op de vraag naar het waarom hiervan antwoordt Herr Seele: ,,Ik wilde eens iets gaan doen waarvoor ik absoluut niet voor in de wieg gelegd was en dat ik door volharding me eigen zou moeten zien te maken. Ik had geen enkel gevoel voor toonhoogtes, dus ging ik een opleiding volgen voor pianostemmer. Ik koos er bovendien voor om aldus een bepaalde vorm van onafhankelijkheid ten opzichte van Kama te creëren.''

Hoewel het hem aanvankelijk vele uren kostte een piano redelijk te stemmen, voelt hij zich na jaren praktijkervaring helemaal thuis in dit vak. ,,Het pianostemmen is bij mij een middel om tot kunst te komen. Ik heb er mijn voornaamste inkomsten uit. Daarom hoef ik als kunstenaar niet commercieel te werken en kan ik maken wat ik wil. Zo blijf ik werkelijk onafhankelijk. Nee, ik heb geen enkele moeite om als bekende Vlaming, gewapend met koffer, stropdas en gepoetste schoenen aan te moeten bellen bij een mevrouw om de piano te stemmen. De pianostemmer zie ik als een tragikomische rol, een soort Mister Bean. Ik speel die rol zo graag dat ik er mijn dagelijkse realiteit van heb gemaakt. Het is een vorm van in de praktijk gebrachte humor. Kamagurka schreef een boek, getiteld 'Het boeiende leven de sukkels': zo voel ik me als stemmer. In dat vak leid je een teruggetrokken bestaan, in de marge. Net als Chopin, Van Gogh en vele andere kunstenaars houd ik van die verborgenheid. De schilder James Ensor, die zijn leven lang hier in Oostende woonde en vrijwel niet gereisd heeft, was ook zo iemand. Ik volg zijn psychologie zo'n beetje: we zijn geboren op dezelfde dag - allebei zijn we ram, een sterrenbeeld dat graag afzondering zoekt.''

Herr Seele vertelt dat hij aanvankelijk geen belangstelling voor oude piano's had: ,,Niemand had dat. Op de stemmersschool in Engeland sloegen we een vroege Broadwood-vleugel stuk om het hout in de kachel te verstoken. Hoe meer negentiende-eeuwse piano's ik moest stemmen, hoe meer ik echter ging inzien dat ze mooier en zangeriger klinken dan de moderne piano's, vooral als ze geen metalen frame hebben en helemaal van hout zijn gemaakt. Mijn collectie heeft me verrast en opgevoed. Het is niet uit verzamelwoede, maar om mijn métier als kunstenaar te verbeteren, dat ik zoveel instrumenten bij elkaar heb gebracht. Via die oude piano's is het mogelijk door te dringen in de esthetiek van de negentiende eeuw. Die eeuw was een voorbode van de twintigste; de kiemen werden gelegd voor het surrealisme, het dadaïsme en het fenomeen van de 'poète maudit', zoals Baudelaire, het prototype van de twintigste-eeuwse kunstenaar. We leven nog steeds in een postromantische periode. Het is voor mij daarom als kunstenaar belangrijk terug naar die bron te gaan: de negentiende eeuw. Ik probeer dat te bereiken door me te verdiepen in het handwerk van de mensen uit die tijd, zoals dat via de piano's tot mij komt.''

Zo blijkt Herr Seele's stemmerschap zijn kunstenaarschap te voeden. Omgekeerd wil hij graag zijn bekendheid en creatieve gaven dienstbaar maken om de populariteit van de negentiende-eeuwse piano te doen groeien. ,,Ik wil jonge mensen voor de oude piano zien te winnen. Mijn populariteit kan daarin helpen. Er broeit iets. Meer en meer popgroepen gebruiken weer akoestische in plaats van elektronische piano's. Wellicht ga ik een televisieprogramma over de piano maken. Uiteraard moet dat humoristisch en vlot zijn. Verder heb ik plannen om een tentoonstelling hier in Oostende te houden of een museum te beginnen. Maar daar moet dan wel gespeeld kunnen worden, want er is niets zo vervelend als een instrumentenmuseum waar de piano's niet aangeraakt mogen worden!''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden